Dankzij de sterke euro voelen we de forse stijging van de olieprijs voorlopig niet zo zwaar. Nochtans oogt de klim imposant: de Brent crude, één van de meest gebruikte referenties in olieland, steeg sedert begin februari met 15 % en sedert begin mei 2003 met bijna 45 %. Met de huidige prijs (32 dollar per vat) komt maart 2004 op de vierde plaats in de rangschikking van de maanden met de hoogste gemiddelde olieprijs in de jongste 25 jaar (zie grafiek).
...

Dankzij de sterke euro voelen we de forse stijging van de olieprijs voorlopig niet zo zwaar. Nochtans oogt de klim imposant: de Brent crude, één van de meest gebruikte referenties in olieland, steeg sedert begin februari met 15 % en sedert begin mei 2003 met bijna 45 %. Met de huidige prijs (32 dollar per vat) komt maart 2004 op de vierde plaats in de rangschikking van de maanden met de hoogste gemiddelde olieprijs in de jongste 25 jaar (zie grafiek). Zowel effecten op de vraag als op het aanbod hebben de prijs de hoogte in gejaagd. Bij de vraag valt allereerst China op, dat alsmaar meer olie verbruikt. In de VS scherpte de strenge winter de oliedorst van de Amerikanen nog aan. De Amerikanen verbruiken meer olie dan China, Japan en de vier grote EU-economieën samen. Bovendien vulde de Amerikaanse regering in 2003 haar strategische olievoorraden aan met 50 miljoen vaten. Ondertussen ontdekten de grote hefboomfondsen ruwe olie als een attractief beleggingsproduct. Bij het aanbod van ruwe olie zorgen twee elementen voor opwaartse prijsdruk. Ten eerste wil het producentenkartel Opec opnieuw meer regulerend optreden. In februari besliste de Opec al om de productie met 1,5 miljoen vaten per dag terug te schroeven. In april wil het kartel nog een extra reductie van 1 miljoen vaten doorvoeren. Ten tweede wordt gevreesd dat terroristenaanslagen een belangrijke olieroute problematisch zouden maken. Als de huidige of een nog hogere olieprijs enkele maanden standhoudt, betekent dat een zware tegenvaller voor de economische herneming én een kans op hogere inflatie. Het feit dat olie niet de enige grondstof is waarvan de prijs sterk stijgt, verhoogt die risico's. De grondstoffenindex van het weekblad The Economist steeg in dollar sinds het begin van dit jaar met 20 %, sinds de zomer van 2003 met 30 %. In euro komt dat neer op 10 % en 15 %. Vertalen die hogere prijzen zich in hogere inflatie, dan moeten centrale banken vroeg of laat de rentevoeten optrekken, wat het economische herstel een tweede opdoffer zou bezorgen. Toch hoeven we nog niet meteen een doemscenario te vrezen. Ten eerste kan de terugloop van de vraag naar ruwe olie na de winter de prijs al soepeler maken. De vraag daalt, terwijl de producenten buiten de Opec (zoals Rusland en Mexico) er niet aan denken om maar één spat olie minder te produceren zolang de prijs boven de 20 dollar per vat ligt. Wat ons naar de tweede verklaring leidt: allicht is Opec het meest overschatte kartel uit de geschiedenis. In zijn nu al meer dan dertig jaar oude geschiedenis kon de Opec zich enkel laten gelden op momenten dat de oliemarkt als gevolg van een sterke vraagtoename zwaar onder spanning kwam, zoals de voorbije maanden. Telkens wanneer het kartel een daling van de vraag moet opvangen via reducties van de eigen productie en export, blijkt dat de verleiding om de slimste en de snelste te zijn veel aanlokkelijker is dan de afgesproken productievolumes te respecteren. Vanuit landen als Nigeria, Indonesië en Qatar komen nu al signalen tot bereidheid van een productie hoger dan wat de Opec afgesproken heeft. Bovendien houden in Irak de Amerikanen de hand aan de oliekraan. Alles wijst er dus op dat de huidige hausse van de olieprijs eerder van korte duur zal zijn. Al kunnen spectaculaire aanslagen van Al Qaeda daar verandering in brengen. Johan Van Overtveldt