Ruim een kwarteeuw na het slopen van de Berlijnse Muur en de ineenstorting van alle communistische regimes die achter die Muur schuilgingen, wordt nog altijd meewarig en lacherig gedaan over de communistische economieën. Hoe konden wij in het Westen niet hebben ingezien dat deze etatistische economieën op sterven na dood waren? En wat te denken van het gebrek aan vrijheid van de bevolking, een minderwaardig onderwijsaanbod, lange rijen voor grotendeels lege winkels, armoede tot in bepaalde periodes zelfs hongersnood. Kortom, een grijs palet.
...

Ruim een kwarteeuw na het slopen van de Berlijnse Muur en de ineenstorting van alle communistische regimes die achter die Muur schuilgingen, wordt nog altijd meewarig en lacherig gedaan over de communistische economieën. Hoe konden wij in het Westen niet hebben ingezien dat deze etatistische economieën op sterven na dood waren? En wat te denken van het gebrek aan vrijheid van de bevolking, een minderwaardig onderwijsaanbod, lange rijen voor grotendeels lege winkels, armoede tot in bepaalde periodes zelfs hongersnood. Kortom, een grijs palet. En toch. Blijkbaar heeft de bevolking die onder communistische regimes leefde, dat lange tijd anders ervaren. De gerespecteerde Russische schrijfster Irina Malenko (die tegenwoordig in Noord-Ierland woont) komt in haar boek Gelukkig in de Sovjet-Unie 327 bladzijden lang met een totaal andere en bijwijlen controversiële kijk op de feiten. Ze spreekt uit ervaring. Haar eerste 22 levensjaren bracht ze door in wat toen nog de Sovjet-Unie heette. Ze beschrijft het dagelijkse leven in soms lyrische termen, maar zonder haar zin voor kritische analyse te verliezen. Haar kindertijd, die ze doorbracht in de stad Toella (500.000 inwoners), geurde naar appelbloesems en verse citroenlimonade. De heroïsche partizanenverhalen uit vroegere tijden lieten een diepe indruk na op de jonge tiener, die - net als alle Sovjetburgers uit die tijd - vooral veel fierheid voelde als deeltje van een groots geheel. Het waren de jaren onder leiding van de stuurse Leonid Brezjnev. De schrijfster herinnert zich niet alleen goed de indrukwekkende militaire defilés uit die tijd, maar ook andere, al bij al aangename aspecten uit de maatschappij van toen: een gevoel van veiligheid, de mogelijkheid andere Sovjetrepublieken of bevriende naties te bezoeken, de arbeiders in de fabriek die nooit staakten, een sober maar efficiënt woningbeleid, respect en discipline als hoekstenen van de samenleving, een onderwijs dat jongeren naar een hoger niveau tilde, de grote solidariteit die onder de burgers leefde, enzovoort. Over crisis, religieuze tegenstellingen, hongersnood, corruptie, wetteloosheid, onderdrukking, daklozen of werklozen kan ze zich in haar nochtans minutieus uitgeschreven verhalen amper iets herinneren. De historica afdoen als een naïef en kritiekloos wicht, is een brug te ver. Irina Malenko maakt wel degelijk een vergelijking tussen welvaart in de communistische en de kapitalistische wereld. Wie Gelukkig in de Sovjet-Unie leest, komt tot de vaststelling dat Irina Malenko vooral met een Russisch-nationalistische blik naar het verleden kijkt. Het land was toen een grootmacht en dat is nu veel minder het geval. Ze hemelt de communistische leiders niet op, maar heeft wel respect voor hen, net als voor de huidige Russische president, Vladimir Poetin. Gelukkig in de Sovjet-Unie is deel één van een trilogie. In de vervolgboeken, die nog naar het Nederlands moeten worden vertaald, brengt ze analyses van de moderne wereld, zowel van het Westen als van Rusland. Irina Malenko, Gelukkig in de Sovjet-Unie, s.l., 2016, 327 blz., 19,95 euro KAREL CAMBIEN