Het beste economisch systeem dat de wereld ooit kende. Zo omschrijft Ed Conway de economie die voortkwam uit de akkoorden van Bretton Woods. In de zomer van 1944 kwamen de geallieerden samen in de plaats ten noordoosten van New York, en sleutelden er aan een economisch pad dat de volgende decennia zou beheersen. Tussen 1948 en 1973 groeide het bruto nationaal product van de Verenigde Staten jaarlijks gemiddeld met 2,8 procent, een nooit gezien cijfer dat achteraf ook nooit meer werd gehaald. In die naoorlogse periode waren er zelden scherpe onevenwichten tussen landen, met oplopende handelstekorten ...

Het beste economisch systeem dat de wereld ooit kende. Zo omschrijft Ed Conway de economie die voortkwam uit de akkoorden van Bretton Woods. In de zomer van 1944 kwamen de geallieerden samen in de plaats ten noordoosten van New York, en sleutelden er aan een economisch pad dat de volgende decennia zou beheersen. Tussen 1948 en 1973 groeide het bruto nationaal product van de Verenigde Staten jaarlijks gemiddeld met 2,8 procent, een nooit gezien cijfer dat achteraf ook nooit meer werd gehaald. In die naoorlogse periode waren er zelden scherpe onevenwichten tussen landen, met oplopende handelstekorten of overschotten. Van bankencrisissen was er nauwelijks sprake. Bovendien ging Bretton Woods gepaard met de uitbouw van een socialezekerheidssysteem, een stijging van de levensverwachting en een dalende inkomstenongelijkheid. Maar begin jaren zeventig stokte het systeem, door de stijgende schuldenlast in de VS. De Amerikaanse dollar was in de decennia voordien de belangrijkste wereldmunt geworden, een rol die hij overnam van het Britse pond. De VS waren de motor van de wereldeconomie. Zij ondersteunden na de Tweede Wereldoorlog volop de West-Europese economieën via het Marshallplan. Dat wakkerde dan weer de vraag naar goederen in de VS en de export aan. "Goederen die ooit het privilege waren van de rijken, werden nu toegankelijk voor de middenklasse: auto's, airconditioning, koelkasten, wasmachines", schrijft Conway. Het reusachtige Mount Washington Hotel in Bretton Woods was als locatie gekozen. Aan de voet van de gelijknamige berg waren de zomers in die tijden zonder airconditioning draaglijk, in tegenstelling tot de verstikkende hitte in New York of Washington. Maar zelfs daar werd het in die historische drie weken in juli 1944 aanvankelijk te heet. Ed Conway schetst een beeld van puffende, rokende, urenlang zwoegende vergadertijgers, die na de ellenlange vergaderingen nog netwerkten, waarbij de alcohol overvloedig vloeide. Het waren vooral chaotische weken, met delegaties die elkaar te vaak niet begrepen door de taalproblemen. Zelfs Conways beschrijving van die drie weken is chaotisch. Het doet weinig af aan de kwaliteiten van het boek, dat meer is dan enkel een beschrijving van drie cruciale weken in Bretton Woods. Conway geeft ook heerlijke typeringen van de twee protagonisten: de Britse econoom John Maynard Keynes, en zijn Amerikaanse tegenpool, Harry Dexter White, een topfiguur voor financieel en monetair beleid in de regering van president Franklin D. Roosevelt. Ed Conway trekt zijn analyse door tot vandaag. Een van de centrale vragen is de overlevingskans van de euro. De auteur vindt dat de euro veel weg heeft van de voormalige goudstandaard, waarbij individuele munten zich vastklonken aan een goudhoeveelheid. Enkel harde bezuinigingen en deflatie, gekoppeld aan massale werkloosheid, konden landen opnieuw competitief maken. Maar dat was nu net een kuur die in het verleden tot de grootste crisissen leidde. Ed Conway, The Summit, Abacus, 2015, 464 blz., 30 euro WOLFGANG RIEPL