Toen Parthiban Chandrasakaran het aanbod aan MBA-opleidingen naast elkaar legde, kwam hij tot het besluit dat hij toch iets ongewoons nodig had. Dat kwam omdat hij sinds juni 1997 gewerkt had bij Independent Power Tanzania in Dar es Salaam. "Er bestaat geen MBA-opleiding in Dar es Salaam," zegt hij. "En ik wist dat ik geen verlof kon krijgen om een voltijdse cursus te volgen."
...

Toen Parthiban Chandrasakaran het aanbod aan MBA-opleidingen naast elkaar legde, kwam hij tot het besluit dat hij toch iets ongewoons nodig had. Dat kwam omdat hij sinds juni 1997 gewerkt had bij Independent Power Tanzania in Dar es Salaam. "Er bestaat geen MBA-opleiding in Dar es Salaam," zegt hij. "En ik wist dat ik geen verlof kon krijgen om een voltijdse cursus te volgen."In januari 2007 werd Chandrasakaran een van de eerste studenten die met een MBA afstudeerden aan U21Global, de vanuit Singapore online opererende MBA-provider. Chandrasakaran, nu 41, had drie jaar nodig om zijn studie af te ronden. Hij behoort tot de groeiende groep kandidaat-MBA'ers die kiezen voor afstandsonderwijs. Eén zaak is duidelijk: al die programma's kunnen zowel qua formaat als vereisten grote verschillen bevatten. Bij de Open University Business School (OUBS) in het Verenigd Koninkrijk, een van de oudste aanbieders van 'niet-residentiële' cursussen, schuwt decaan James Fleck de notie van afstandsonderwijs. Met het systeem van tutors en zomercursussen slaagt OUBS er immers in een zeer persoonlijke ervaring aan te bieden, stipt hij aan. Naarmate de OUBS zijn actieradius uitbreidt, bestaat een van de grootste uitdagingen erin om te begrijpen hoe studenten uit verschillende culturen verkiezen te leren. Er bestaat namelijk niet zoiets als een eenheidsworstaanpak. "In Afrika, bijvoorbeeld," aldus Fleck, "wordt de voorkeur gegeven aan leren via verhalen, wat niet zo verschillend is van casestudies. In het Midden-Oosten draait het vooral rond uit het hoofd leren. Tegemoetkomen aan die verschillende leerculturen is voor ons de voornaamste onderzoeksprioriteit."Terwijl de OUBS het allemaal op eigen houtje doet, werken andere scholen samen om een meer internationale ervaring te kunnen aanbieden. In Europa hebben vijf businessscholen (Audencia Nantes School of Management in Frankrijk, Eada in Spanje, IAE Aix-en-Provence in Frankrijk, Leon Kozminsky Academy of Entrepreneurship and Management in Polen en de Universiteit Maastricht Business School in Nederland) samengewerkt om de Euro MBA op het getouw te zetten. Stuart Dixon, directeur van de Euro MBA: "Elektronisch leren, heeft alles te maken met studenten die op én voor zichzelf leren."De contactonderdelen van het programma, die plaatsvinden op de verschillende Europese campussen, worden aangewend om over actuele onderwerpen te discussiëren en om aan vaardigheidstraining te doen. Bedrijfsbezoeken maken eveneens deel uit van het pakket. De opleiding Laureate Online Education van de universiteit van Liverpool wordt dan weer volledig online gedoceerd. De studenten werken in groepen van een vijftiental per lesgever en ze moeten ten minste vier dagen per week binnen de groep met elkaar contact hebben. Dat maakt het hele programma hoogst interactief, zegt Paul Leng, professor e-Learning en directeur van de e-onderwijsunit van de universiteit van Liverpool. "We geloven dat deze leerervaring meer participatie veronderstelt dan men vaak krijgt bij een opleiding op de campus."Niet iedereen is het daarmee eens. De accreditatieorganen van de businessprogramma's verschillen zelfs sterk van mening. Bij de in Londen gevestigde Association of MBAs, moet een MBA-programma om een accreditatie te krijgen ten minste 120 uur contactonderwijs omvatten. Dat kan eventueel vervangen worden door videoconferenties. "We gaan ervan uit dat de studenten in contact moeten gebracht worden met managementvaardigheden zoals netwerken," zegt Robert Owen, directeur Accreditaties bij de vereniging. "De studenten moeten de dialoog aangaan."In Brussel houdt de European Federation of Management Development (EFMD) er een iets vrijere visie op na. Om door de EFMD in aanmerking genomen te worden voor een CEL-accreditatie voor technology enhanced onderwijs, moet ten minste 20 % van het leerplan door e-onderwijs ondersteund worden. Het accrediteerde al het programma U21Global en deze maand ook nog de MBA van de universiteit van Liverpool. Sabine Seufert, algemeen directrice van het Swiss Centre for Innovations in Learning (SCIL) aan de universiteit van St.-Gallen, het centrum dat de accreditatiecriteria voor de EFMD uitwerkte, gelooft dat contactonderwijs voor sommigen niet nodig is. Voor mensen die geografisch geïsoleerd wonen of die veel of onsociale uren kloppen, zijn onlineprogramma's soms de enige oplossing. Della Bradshaw © Financial Times