Heffing op liquidatieboni is aanvechtbaar

Eric Pompen Eric Pompen is redacteur van Moneytalk

Onlangs kondigde het ministerie van Financiën in het Staatsblad de belasting op liquidatieboni met terugwerkende kracht aan. Dat zorgt voor grote onrust onder fiscalisten. “Wie die retroactiviteit aanvecht, heeft ernstige kans op slagen,” klinkt het.

Tot eind juni krijgen bedrijven de tijd om bij het Arbitragehof te protesteren tegen de nieuwe heffing op liquidatieboni. Vooral het retroactieve karakter van die belasting stuit veel ondernemers en fiscalisten tegen de borst. Volgens professor Boudewijn Bouckaert van de Universiteit Gent schendt de maatregel het gelijkheidsbeginsel, omdat de overheid onwettig gebruikmaakt van het zogenaamde announcement-effect. Samen met jurist Werner Niemegeers wijdde Bouckaert een artikel aan de problematiek in het aprilnummer van het Algemeen Fiscaal Tijdschrift.

Waar gaat het precies over? In het Belgisch Staatsblad van 23 april 2002 maakte het ministerie van Financiën bekend dat de vrijstelling van roerende voorheffing op de liquidatieboni en de verkrijging van eigen aandelen met terugwerkende kracht werd afgeschaft vanaf 1 januari 2002. Ook kondigde de fiscus een nieuwe liquidatiebelasting van 10 % aan op de inkomsten ná 1 januari 2002, voor zover het gaat om de verdeling van het maatschappelijk vermogen van een vennootschap en op voorwaarde dat de vereffening niet was afgesloten vóór 25 maart 2002.

Vergelijk het met de verkeersboetes. Stel dat de regering op 23 april 2003 bekendmaakt om vanaf 1 januari 2003 de maximumsnelheid te verlagen naar 100 kilometer per uur, en de wet stemt op 25 juli 2003. Stel dat u op 20 februari 2003 geflitst wordt tegen 110 kilometer per uur en daar op 7 september 2003 een boete voor in de bus krijgt. Hetzelfde geldt voor de nieuwe liquidatiebelasting, die in het kader van de hervorming van de vennootschapsbelasting pas op 31 december 2002 in het Staatsblad verscheen, maar al sinds 1 januari 2002 van toepassing is.

Naar het Arbiragehof

“Persoonlijk denk ik dat belastingplichtigen die deze retroactiviteit aanvechten – tenminste als ze dat doen voor verrichtingen die vóór 23 april 2002 hebben plaatsgevonden – een ernstige kans op slagen hebben in een procedure voor het Arbitragehof,” zegt Luc De Broe van advocatenkantoor Stibbe. Andere topfiscalisten zitten op dezelfde lijn. “Het lijkt inderdaad dat hierbij het gelijkheidsbeginsel geschonden wordt, maar dat technische probleem vergt een diepere analyse,” zegt Frank Dierickx ( PricewaterhouseCoopers). “Afgezien daarvan is het op z’n minst eigenaardig dat de overheid aan een fiscale maatregel een terugwerkende kracht toekent die verder teruggaat dan de datum waarop de maatregel voor het eerst werd aangekondigd.” Axel Haelterman van Freshfields is het daarmee eens: “Het announcement-effect kan alleen terugwerken tot op de datum dat de maatregel daadwerkelijk werd aangekondigd.” Volgens Ivo Onkelinx van Linklaters De Bandt heeft de overheid ook nooit een objectieve verantwoording gegeven voor de verschillende behandeling van vereffeningen die voor of na 25 maart 2002 werden afgesloten.

Raad van State genegeerd

Volgens sommige critici schendt de retroactieve liquidatiebelasting niet alleen het gelijkheidsprincipe, maar tast ze ook het rechtszekerheid- en vertrouwensbeginsel aan. Dat de regering overging tot de publicatie van een bericht dat strijdig was met de vroegere verklaringen van de minister van Financiën, gaat in tegen de gerechtvaardigde verwachtingen van de belastingplichtigen. Vennootschappen die in 2000 of 2001 eigen aandelen hebben ingekocht maar die aandelen pas vernietigden in 2002, moeten nu roerende voorheffing betalen, terwijl ze daar op het moment van de aankoop hoegenaamd geen rekening mee konden houden. Het is immers slechts de vernietiging van de aandelen die aanleiding geeft tot de inning van de roerende voorheffing. “Men had toch minstens verwacht dat aandelen die in portefeuille waren tengevolge van inkopen vóór 23 april 2002 aan de maatregel zouden ontsnappen,” aldus Luc De Broe.

De Raad van State uitte op 15 mei 2002 ernstige bezwaren bij de retroactiviteit. De Raad adviseerde de regering om de overgangsbepaling van het wetsontwerp grondig te herzien, wat uiteindelijk niet gebeurde.

Maar de impact van de invoering van de liquidatiebelasting moet ook niet overdreven worden, vindt Bernard Peeters van Tiberghien Advocaten. “Als de regering een ondernemingsvriendelijke belastingpolitiek wil voeren, dan moet men in eerste instantie aandacht besteden aan toekomstgerichte bedrijven, terwijl bedrijven die geliquideerd worden in principe ophouden met hun activiteiten. Dat men de zogenaamde fiscaal geïnspireerde oneigenlijke liquidaties wou treffen, lijkt me logisch. Dat was al enige tijd aangekondigd.”

Eric Pompen

“Het lijkt erop dat met de retroactiviteit het gelijkheidsbeginsel wordt geschonden.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content