Hoe vaak hebben economen de voorbije jaren al niet gezegd dat we in uitzonderlijke tijden leven? Bepaalde combinaties van economische en financiële fenomenen zijn vandaag zo anders dan we decennia of zelfs eeuwen gewoon zijn geweest. Het is volledig in tegenstrijd met wat in de economische handboeken staat dat er ondanks de historisch lage rente zo weinig groei, zo weinig inflatie en zo weinig investeringen zijn.
...

Hoe vaak hebben economen de voorbije jaren al niet gezegd dat we in uitzonderlijke tijden leven? Bepaalde combinaties van economische en financiële fenomenen zijn vandaag zo anders dan we decennia of zelfs eeuwen gewoon zijn geweest. Het is volledig in tegenstrijd met wat in de economische handboeken staat dat er ondanks de historisch lage rente zo weinig groei, zo weinig inflatie en zo weinig investeringen zijn. Economen zoeken zich suf naar verklaringen en soms gaan hun analyses totaal andere richtingen uit. Maar laten we het als beleggers even van de rooskleurige kant bekijken. Het wijdverbreide, soepele monetaire beleid heeft onder meer de aandelen-, de obligatie- en de vastgoedbelegger geen windeieren gelegd. De spaarder daarentegen is de dupe van de kwantitatieve versoepeling. Hij moet met lede ogen aanzien dat zijn zuurverdiende spaarcenten niets meer opbrengen. Ook de arbeider en de bediende vragen zich al een aantal jaren af waar hun meerwaarde van het gevoerde economische en financiële beleid blijft. Ze zien al jarenlang maand na maand vrijwel hetzelfde bedrag op hun bankrekening verschijnen. Al zijn er genoeg economen die erop wijzen dat we in 2008-2009 op de rand van de economische en financiële afgrond hebben gestaan. Het is dankzij de ingrepen van de overheden dat we geen depressie zoals die in de jaren dertig hebben gekend. Bovendien werd het spaargeld gevrijwaard. Daar zitten de winsten voor de spaarders en de werknemers. Niet vooruitgaan is de winst tegenover een diepe val naar beneden. De gemiddelde returns die beleggers de afgelopen jaren haalden, zijn zeker niet slecht. Historisch bekeken zijn ze zelfs veeleer bovengemiddeld. De vraag is uiteraard of bij een status quo nog vergelijkbare rendementen in het vooruitzicht gesteld mogen worden. Het antwoord is dat dit weinig waarschijnlijk is. Te veel economen vrezen dat we midden in een seculiere stagnatie zijn terechtgekomen: een langdurige periode van lage groei, lage inflatie en lage productiviteit. De vergrijzing leidt er onder meer toe dat er te veel wordt gespaard en te weinig geconsumeerd. Mensen hamsteren voor hun oude dag. Een andere oorzaak is het gebrek aan innovatie. Er wordt te weinig geïnvesteerd, zeker in verhouding tot de ultralage rente, omdat er geen hoge verwachtingen zijn over de opbrengsten van de volgende innovaties. Dat verklaart waarom de groei van de productiviteit zo beperkt is. Er bestaat grote onenigheid tussen economische wetenschappers over hoe we de groei, de inflatie en de productiviteit weer kunnen aanwakkeren. Slechts weinigen verwachten dat de zero economy (de nuleconomie) snel zal verdwijnen. Zolang die mild blijft en er geen recessie of deflatie is, kan de belegger daarmee leven. De spaarder en de loontrekkende zullen het daar moeilijker mee hebben. ECONOMEN VREZEN DAT WE MIDDEN IN EEN SECULIERE STAGNATIE ZIJN TERECHTGEKOMEN.