De democratie staat niet op het punt om uit te breken in het Midden-Oosten. Monarchen en republikeinse dynasten, hoe welwillend ze ook zijn, zullen de macht niet overdragen aan het volk. Het soort van Berlijnse Muur doorheen de woestijn, die de heersers afschermt van de stembussen, staat niet op het punt om af te brokkelen. Maar de vastberadenheid van George Bush om de notie van democratie ingang te doen vinden als, naar hij hoopt, een tegengif voor het islamitische fundamentalisme, heeft de sfeer in de regio veranderd en zal dat blijven doen.
...

De democratie staat niet op het punt om uit te breken in het Midden-Oosten. Monarchen en republikeinse dynasten, hoe welwillend ze ook zijn, zullen de macht niet overdragen aan het volk. Het soort van Berlijnse Muur doorheen de woestijn, die de heersers afschermt van de stembussen, staat niet op het punt om af te brokkelen. Maar de vastberadenheid van George Bush om de notie van democratie ingang te doen vinden als, naar hij hoopt, een tegengif voor het islamitische fundamentalisme, heeft de sfeer in de regio veranderd en zal dat blijven doen. De grootste stappen in de richting van democratie zullen gezet worden in twee van de meest probleemrijke en onstabiele plekken: Palestina en Irak. In januari verkiezen de Palestijnen een nieuw parlement. Waarschijnlijk zal de Islamitische Verzetsbeweging, beter bekend als Hamas, voor het eerst deelnemen, ondanks het wantrouwen van de Israëli's. Ze zal het overigens goed doen en misschien zelfs de regerende partij, de Fatah van wijlen Yasser Arafat, evenaren in de stembureaus. Deze Palestijnse verkiezingen worden wellicht de vrijste en eerlijkste in heel de Arabische wereld. Als Fatah erin slaagt om aan de macht te blijven onder leiding van Mahmoud Abbas, zal haar vernieuwde legitimiteit haar met een beetje geluk helpen de Israëlische regering ertoe te overhalen bijna het hele territorium terug te geven dat veroverd werd in de oorlog van 1967. In Irak zal de democratie veel meer beladen zijn, maar er zal vooruitgang geboekt worden. Ondanks de vijandigheid van de Irakese soennieten tegenover de nieuwe grondwet die in de herfst van 2005 (nipt) werd goedgekeurd, zullen zij in grotere mate gaan deelnemen aan de Irakese democratie, al zullen velen onder hen de opstandelingen blijven helpen. Ze zullen ook veel beter vertegenwoordigd zijn in het nieuwe parlement. Ze zullen zich ook in groteren getale keren tegen de extreme uitwassen van de opstand en individuen als Abu Musab al-Zarqawi, die beweert de plaatselijke vertegenwoordiger van Al Qaeda te zijn en een afkeer heeft van de blijkbaar goddeloze notie van democratie, zullen steeds minder populair worden. Zelfs onder de soennieten, die willen dat de Amerikanen en hun bondgenoten het land verlaten. Het wordt dus een kwestie van stembussen tegen bommen, maar het heersende geweld zal het voor de democratie moeilijker maken om vaste voet te krijgen. Toch zijn heel wat Irakezen, vooral de sjiieten en de Koerden, die samen 80 % van de bevolking uitmaken, ervan overtuigd dat het moet. De kiem van de democratie zal zich verspreiden in een aantal minder gewelddadige Arabische landen. Libanon, meer bepaald, zal de Syrische invloed verder van zich afschudden en opnieuw naar voren treden als de meest gesofisticeerde en vooruitstrevende Arabische staat in het gebied. Intussen zullen de Amerikanen een trio van min of meer welwillende monarchieën, met name Marokko, Jordanië en Bahrein, naar voren schuiven als toonbeelden van hun democratische campagne. De speciale gevallen Palestina, Irak en Libanon niet te na gesproken, is Marokko in vele opzichten de groepsleider onder de overige 22 landen van de Arabische Liga. Het land laat toe dat echte politieke partijen meedingen. Zijn Commissie Verzoening en Gerechtigheid zal ruchtbaarheid blijven geven aan inbreuken op de mensenrechten in het verleden, op een meer selectieve wijze dan de Zuid-Afrikanen dat deden. Zijn Familiale Code geeft de vrouwen meer rechten. Jordanië en Bahrein, die naar Arabische normen allebei vrij open zijn, zijn niet zo ondernemend. De enige ernstige politieke partij in het Jordaanse parlement is de oppositiepartij Islamitisch Actiefront. Koning Abdullah zal de lakens blijven uitdelen. In Bahrein blijft de sjiitische meerderheid ondervertegenwoordigd en politiek kribbig. Het is echter kenmerkend dat bij die drie koplopers op weg naar democratie de monarch de absolute macht in handen heeft. Niemand verwacht dat ze spoedig echte constitutionele monarchieën zullen worden, al beweren ze alledrie dat ze zachtjesaan in die richting evolueren. Maar dan wel op kousenvoeten... De auteur is redacteur Midden-Oosten en Afrika van The Economist.Xan Smiley