Toen de Belgische regering de creatie van beleggingsinstellingen met een bijzonder juridisch statuut toestond, juichten zowel financiële instellingen als beleggers die stap toe. Dergelijke beleggingsvennootschappen met veranderlijk kapitaal (bevek) boden immers de mogelijkheid om, op een volledig legale manier, aan de roerende voorheffing te ontsnappen.
...

Toen de Belgische regering de creatie van beleggingsinstellingen met een bijzonder juridisch statuut toestond, juichten zowel financiële instellingen als beleggers die stap toe. Dergelijke beleggingsvennootschappen met veranderlijk kapitaal (bevek) boden immers de mogelijkheid om, op een volledig legale manier, aan de roerende voorheffing te ontsnappen.Banken en beursvennootschappen deden er echter nog een schepje bovenop. Kwestie van de ruime groep Belgen te verleiden die wel geïnteresseerd was in de meerwaarden die de beurs kon opleveren, maar niet zo happig op eventuele verliezen. Op die manier ontstonden de indexfondsen, gekoppeld aan een beursindex, waarbij de oorspronkelijke investering beschermd was. En succesvol zijn ze nog steeds: dit type fonds werd het lievelingsproduct van de belegger die veiligheid zoekt, maar zijn vermogen toch erg graag wil zien aangroeien terwijl de rendementen op kasbons en obligaties als sneeuw voor de zon wegsmelten.Bekijken we deze op de BEL20 "geïndexeerde" fondsen van wat naderbij, dan is moeilijk te bepalen wat ze zo aantrekkelijk maakt. Vele beperken de stijging van de index immers tot een bepaald percentage, ofwel over de hele periode ofwel elk jaar. Welke totale stijging mag men dan op het einde van de rit verwachten ? Bovendien verschillen de diverse fondsen zo sterk van elkaar dat het op zijn minst riskant is om te stellen dat fonds A beter zou zijn dan fonds B. Niets gaat dus boven een simulatie om wat klaarheid te scheppen.De meeste van deze fondsen hebben een looptijd van 6 of 8 jaar, en dus opteerden we voor deze perioden. Telkens kozen we twee tegengestelde trends: "vette" en "magere" jaren. En eerder dan zelf min of meer plausibele scenario's uit te denken, grepen we naar het verleden. Voor de "vette" jaren kozen we de perioden van 1993 tot 1998 en van 1991 tot 1998, respectievelijk voor looptijden van 6 en 8 jaar. De "magere" jaren stellen we door de perioden van 1969 tot 1974 en van 1970 tot 1977 voor.De evolutie van de 20 geselecteerde fondsen, 10 voor elk van de twee looptijden, simuleerden we dus op basis van de historische evolutie van de BEL20 gedurende deze 6 of 8 jaren. Het resultaat, uitgedrukt in een totale return, is louter indicatief: in de toekomst kan de beurs volledig anders evolueren dan in de jaren '70 en '90. Maar een dergelijke oefening levert toch enkele ideeën en conclusies op.Soms levert deze simulatie ook verrassende resultaten op (zie tabellen). Terwijl sommige de schade weten te beperken wanneer de beurs een duik neemt, leveren andere nog onverhoopte returns op. Heel wat fondsen stellen echter ronduit teleur wanneer de BEL20 goed op dreef is.Oorzaak: het kliksysteem. Op regelmatige tijdstippen blokkeren deze mechanismen de meerwaarde voor de belegger. Er zijn twee types: "tijdsgebonden" kliks treden na een bepaalde periode in werking (vaak elk jaar, om de twee jaar...), terwijl "drempelgebonden" kliksystemen worden geactiveerd wanneer de index een bepaald niveau heeft bereikt (10, 30, 50 %,...). Die kliks garanderen de fondsenbelegger dat hij de gerealiseerde stijging niet meer kan verliezen, zelfs als de index daarna zou dalen.Maar hoe komt het dan dat de belegger vaak maar een deel van de graantjes meepikt wanneer de BEL20 mooie prestaties neerzet ? De oorzaak daarvan ligt bij een ander specifiek kenmerk van dergelijke fondsen: de stijging die jaarlijks wordt vastgelegd, is bovendien tot, bijvoorbeeld, 12, 11 of zelfs 8,5 % beperkt. Tijdens bijzonder sterke beursjaren, zoals 1998, maakt dat een enorm verschil!Tijd of drempel.We geven een fictief voorbeeld. Het beleggingsfonds Rento, met een looptijd van 4 jaar, klikt jaarlijks de return van de BEL20 vast, met een maximum van 10 %. Met een negatieve evolutie wordt geen rekening gehouden. Indien de BEL20 jaarlijkse bewegingen van respectievelijk +4 %, -2 %, +13 % en +65 % laat optekenen, bedraagt de uiteindelijke return van het fonds 24 % (op het einde van de looptijd worden de stijgingen opgeteld), terwijl de index 90,03 % hoger staat. Door die "tijdskliks" profiteert de belegger dus maar gedeeltelijk van de mooiste beursjaren. Stel u nu voor dat de trend tijdens de twee volgende jaren keert, met dalingen van 6 en 22 %. De stijging van de index valt dan tot 66 % terug. Voor het beleggingsfonds verandert niets: het blijft op 24 %.We hernemen ons voorbeeld, maar deze keer op basis van een "drempelgebonden" kliksysteem (+30 %, +60 % en +90 %), en dat geeft een totaal ander resultaat. De uiteindelijke return bedraagt immers 90,03 % in het eerste geval - net als de BEL20 - en 90 % in het tweede.Toch moeten we vermelden dat 29 % verloren gaat indien de stijging van de index op het einde van het vierde jaar op 89 % blijft steken. De stijging werd immers op 60 % vastgeklikt, en daarna pas op 90 %.Moeten we daaruit besluiten dat "drempelkliks" sowieso interessanter zijn dan "tijdskliks" ? Als antwoord op die vraag geven we een (onvolledig) overzichtje van de beleggingsfondsen met kapitaalgarantie die aan de BEL20 zijn gekoppeld.De 10 fondsen die we hier bespreken, hebben een looptijd van 8 jaar en zijn alfabetisch gerangschikt.Anhyp Invest Optimum Fix 1 ( Anhyp), een bevek naar Belgisch recht, werd in april 1997 opgericht. Dit fonds waarborgt de belegger dat hij op de vervaldag minstens 137,27 % en maximum 173 % van zijn beginkapitaal ontvangt. Dat komt overeen met jaarlijkse rendementen van 4 en 7,1 %. BBL (L) Invest Equi-Fix Belgium 2 ( BBL) werd in februari 1997 gelanceerd en is een sicav naar Luxemburgs recht. De belegger deelt voor 100 % in de stijging van de BEL20-index mee. Staat de BEL20 30, 60 of 90 % boven zijn beginwaarde, dan worden die meerwaarden vergrendeld en op de vervaldag uitgekeerd. Bij Cordius Capital Minimax Bel 20 II ( Bacob) ontvangt de belegger op de vervaldag de beste van de twee volgende mogelijkheden: ofwel 24,5 % (of 2,8 % per jaar) voor kosten, ofwel de som van de jaarlijkse kliks, met een plafond op 8,5 % per jaar. Het compartiment Es-Fix Bond Plus 1 ( Fortis Bank) werd in december 1996 geopend en biedt op de vervaldag een minimale meerwaarde van 4,30 % (voor kosten) per jaar. Indien de BEL20-index op die 8 jaar tijd meer dan 40,85 % is gestegen, dan ontvangt de belegger de effectief gerealiseerde meerwaarde van de index, begrensd op 87 %. Dat komt neer op een jaarlijks rendement van 8,12 % (voor kosten). Bijzonder aan G-Equity Fix Distri Belgium 10/2005 ( Fortis Bank) is dat de beursstijgingen jaarlijks worden vastgelegd, met een maximum van 10,10 % per jaar, en vooral de jaarlijkse uitkering (gedurende de eerste 7 jaren) van de helft van de stijging. Opgelet: deze dividenden zijn in België aan 15 % roerende voorheffing onderworpen. Interselex Fix 6 Stability Range 05/2006 ( Fortis Bank), een compartiment dat in mei 1998 werd geopend, betaalt de bezitters van deelbewijzen op de vervaldag 100 % van hun oorspronkelijke belegging terug, verhoogd met 7,80 % voor elk jaar waarin de BEL20-index tegenover zijn referentiewaarde binnen een vork van -10 tot +30 % is geëvolueerd en met 3 % voor elk jaar waarin de index buiten die vork ging. Er wordt minstens 124 % van het startkapitaal gewaarborgd, en dat komt overeen met 2,725 % per jaar. KBC Click Belgium Best of 11 ( KBC) werd eind juni 1999 opgericht en klikt elk jaar, in juli, de meerwaarde vast, met een maximum van 10 %. Van een eventuele daling van de index wordt maximaal 3 % per deelperiode in rekening gebracht. Voor de duidelijkheid werd in de simulatie het niveau van december gebruikt. KBC Click Belgium Best of 12 ( KBC) werd eind juni 1999 opgericht. Het rendement op de vervaldag is gelijk aan de jaarlijks vastgeklikte percentages, die wel tot maximum 10,25 % beperkt zijn. Bij een eventuele daling van de BEL20-index wordt per deelperiode maximum 3 % doorgerekend. Het minimale rendement bedraagt bovendien 16,67 %, of 1,95 % per jaar. KBP Security Click Belgium 7 werd in juli 1997 door KBC, CBC en HSA-SK gelanceerd. Met dit fonds heeft de belegger de mogelijkheid om de eventuele meerwaarde van de BEL20-index te ontvangen via een laddersysteem. Er worden treden van 10, 20, 30, 40, 50 en 60 % vastgeklikt wanneer de BEL20 een van die niveaus bereikt. Toch is de stijging van de index over de hele periode tot 115 % beperkt, wat overeenkomt met 10,04 % per jaar. KBP Security Click Belgium Best of 4 ( KBC) keert de beste (best of) van twee mogelijkheden uit: een meerwaarde van 24,75 % (zonder kosten) op de vervaldag (goed voor 2,8 % per jaar) of de som van de periodieke stijgingen van de BEL20-index, met een plafond op 11 % per periode. Deze jaarlijkse stijgingen worden vastgeklikt en op het einde van de looptijd opgeteld. De 10 volgende beleggingsfondsen hebben een looptijd van 6 jaar:Bacob Fix 2003: Bel 20 II ( Artesia, Bacob), een compartiment dat eind oktober 1997 werd opgericht, biedt de belegger de som van de jaarlijks vastgeklikte stijgingen van de index, met een maximum van 12 % per jaar. Bacob Fix Accelerator Bel 20 ( Bacob) verdeelt de looptijd van 6 jaar in twee deelperioden van 4 en 2 jaar. Stijgt de BEL20 tijdens de eerste periode met 40 % of meer, dan wordt dat resultaat als het uiteindelijke rendement vastgeklikt. Blijft de stijging van de BEL20 tijdens die eerste periode onder 40 %, dan wordt de indexstijging over de hele periode van 6 jaar op de vervaldag met 140 % vermenigvuldigd. Cordius Capital Reset: Bel 20 ( Artesia, Bacob) beperkt de prestatie tot 60 % van de evolutie van de BEL20-index. Ook hier is sprake van een "reset"-mechanisme: indien de index tijdens de looptijd van deze belegging 10 % of meer onder zijn beginwaarde daalt, dan wordt de meerwaarde op die nieuwe basis van 90 % berekend. In dat geval kan de maximale return 100 % zijn (de oorspronkelijke 90 % + 10 %). Dexia Clickinvest BEL 20-4 ( Gemeentekrediet) houdt rekening met een stijging gelijk aan de som van de returns van de BEL20-index tijdens vier deelperioden van 1,5 jaar. Elke deelperiode kan een return van 0 tot 18,5 % opleveren. De perioden in de simulatie lopen van januari tot juni van het volgende jaar en van juni tot december van het volgende jaar. Dexia Clickinvest BEL 20-6 ( Gemeentekrediet) werkt met drie deelperioden van 2 jaar. De som van die drie tussentijdse rendementen, telkens tussen 0 en 24 %, bepaalt de uiteindelijke return. Dexia Clickinvest BEL 20-7 ( Gemeentekrediet) bestaat sinds juni 1998. Dit fonds garandeert de belegger de terugbetaling van zijn investering, verhoogd met een rendement dat op basis van drie deelperioden van 2 jaar wordt berekend. Elk tussentijds rendement is begrensd: 10 % voor de eerste deelperiode, 20 % voor de tweede en 30 % voor de derde. De maximale return bedraagt dus 60 %, of 8,2 % per jaar. Es-Fix Equity 6 ( Fortis Bank) waarborgt de terugbetaling op de vervaldag van het oorspronkelijk belegde kapitaal, verhoogd met een meerwaarde gelijk aan de stijging van de BEL20-index, met een maximum van 60 %. Dit fonds voorziet 3 klikniveaus, op 20, 40 en 60 %. Es-Fix Equity 8 ( Fortis Bank) waarborgt op de vervaldag een meerwaarde gelijk aan de stijging van de BEL20-index tegenover zijn referentieniveau, met een maximum van 90 %. Er is bovendien een specifiek mechanisme voorzien: de reset (zie bij Cordius). Het actuarieel rendement bedraagt maximaal 12,22 % per jaar, voor kosten. G-Equity Fix Belgium 175 ( Fortis Bank) laat zijn bezitters gedurende 5 jaar en 9 maanden meegenieten van de evolutie van de BEL20. Het is de bedoeling om de inleg terug te betalen, verhoogd met 175 % van de indexstijging. De maximale return bedraagt echter 75 %. KBC Security Click Belgium 5 ( KBC) klikt een eventuele stijging van de index vast, met een maximum van 12 % per jaar. Zoals uit de tabellen blijkt, ontstaan enorme verschillen wanneer men de moeite doet om de reële return van deze fondsen tijdens voorspoedige en minder gelukkige beursperioden te simuleren. Maar ook binnen een bepaalde periode zijn er verschillen. Zo schommelen de returns tijdens de 8 "vette" beursjaren van 1991 tot 1998 tussen 255,2 % en 54,86 %. Goed voor een verhouding van 4,65 tegen 1! De eerste twee plaatsen zijn voor fondsen met "drempelgebonden" kliks. De prestatie van het eerste fonds, BBL Invest Equi-Fix Belgium 2, evenaart die van de BEL20.Krijgt de beurs echter klappen (zoals in 1970-1977), dan krijgen we een omgekeerd scenario: de fondsen met een "tijdsgebonden" kliksysteem houden het best stand. Beleggingsfondsen met een "drempelgebonden" klik bengelen aan de start van het klassement. Opgelet echter, het zijn ook de fondsen met "tijdsgebonden" kliksystemen die de lijst afsluiten, hoewel de kloof minder groot is dan tijdens een voorspoedige periode.Een belegger die vreest dat de beurs een moeilijke tijd tegemoet gaat, kiest best voor een beleggingsfonds met een "tijdsgebonden" kliksysteem. Verwacht hij een stijging, dan zijn fondsen met een "drempelgebonden" klik de beste keuze. De ingebouwde stijgingsplafonds maken het hoe dan ook onmogelijk om volledig aan de stijging van de aandelenmarkten deel te nemen.Tussen haakjes vermelden we nog een verrassend resultaat: de return van het fonds Interselex Fix 6 Stability Range 05/2000 ligt hoger in slechte (74,5 %) dan in goede beurstijden (54,6 %)! Verklaring: de werkelijk uitzonderlijke voorwaarden, want voor het gekozen systeem maakt het niet uit of de beurs nu op een jaar 10 % is gedaald of 30 % gestegen.Kijken we naar de beleggingsfondsen met een looptijd van 6 jaar, dan merken we dat de bovenstaande conclusies eigenlijk nauwelijks nog gelden. In slechte beurstijden presteren fondsen met een "tijdsgebonden" kliksysteem het best. En komt de BEL20 op kruissnelheid, dan zetten diezelfde fondsen de beste prestaties neer. Dat is grotendeels te verklaren door het feit dat de periode in kwestie op een regelrechte krach eindigt: de index daalde 29,17 % in 1974. Was dat niet het geval geweest, dan zouden we tot dezelfde conclusies zijn gekomen als voor de beleggingsfondsen met een looptijd van 8 jaar. Overhaaste conclusies trekken, blijft dus erg gevaarlijk...Maar ook de kosten moeten in de returns van deze beleggingsfondsen worden verwerkt.De returns in de tabellen houden geen rekening met de kosten die bij het instappen en eventueel het uitstappen uit het fonds worden aangerekend. En ook niet met beurstaksen. Ook op dat vlak zijn er grote verschillen tussen de diverse promotoren. Bij de inschrijving rekenen de emittenten tussen 0 en 4,5 % van de inventariswaarde aan. Beide uitersten komen echter zelden voor. Tijdens de inschrijvingsperiode wordt op die kosten vaak een korting gegeven. De uitstapkosten liggen vaak lager of vallen volledig weg wanneer de belegger zijn deelbewijzen tot op de eindvervaldag bijhoudt. Wil hij zijn deelbewijzen vroeger verkopen, dan kost hem dat tussen 0 en 5 % van de inventariswaarde.De taks op beursverrichtingen bedraagt 1 % bij de inschrijving op kapitalisatiefondsen, met een maximum van 15.000 frank (BEF), en 0,5 % bij het uitstappen, met hetzelfde maximum. Die kosten en taksen mogen niet uit het oog verloren worden, hoewel ze door heel wat prestaties gelukkig bijna volledig worden gecompenseerd....François Mathieu