Geef toe, bij de gedachte aan goud krijgt u het een beetje warm. En dat is niets om u voor te schamen: het fascineert de wereld al eeuwenlang. De antieke Grieken vielen er al voor, bij de Romeinen waren gouden muntstukken het betaalmiddel bij uitstek, de Spaanse verovering van het Amerikaanse continent had veel te maken met de schatten van de Azteken en de Maya's en eind vorige eeuw kwam er in de Verenigde Staten een ware gold rush op gang toen de ontdekking van fenomenale goudaders in Alaska bekend raakte. Goud werd een van de fundamenten van de westerse economie.
...

Geef toe, bij de gedachte aan goud krijgt u het een beetje warm. En dat is niets om u voor te schamen: het fascineert de wereld al eeuwenlang. De antieke Grieken vielen er al voor, bij de Romeinen waren gouden muntstukken het betaalmiddel bij uitstek, de Spaanse verovering van het Amerikaanse continent had veel te maken met de schatten van de Azteken en de Maya's en eind vorige eeuw kwam er in de Verenigde Staten een ware gold rush op gang toen de ontdekking van fenomenale goudaders in Alaska bekend raakte. Goud werd een van de fundamenten van de westerse economie. Het papieren geld dat de nationale banken uitgaven, kreeg maar waarde omdat het omruilbaar was tegen goud. Die omruilwaarde is in de loop der jaren steeds verminderd. Vandaag is ons geld dan ook helemaal niet meer gedekt door goud. Omdat de nationale banken het edelmetaal niet langer in hun kluizen hoefden op te slaan als tegenwaarde van het papieren geld, begonnen ze het massaal van de hand te doen. Gevolg: een jarenlange en aanhoudende waardedaling. Op lange termijn wordt de evolutie van de goudprijs beïnvloed door enkele fundamentele grootheden. 1. De inflatie. "Normaal mag je aannemen dat het goud in tijden van inflatie zou moeten aantrekken," weet Etienne Verhelle, onafhankelijk aandelen- en sectoranalist. Inflatie doet de waarde van het geld namelijk dalen, maar niet de waarde van het goud. Toch moeten we het 'inflatiedekkende' karakter ervan enigszins relativeren. Goud is immers opgewassen tegen de inflatie op zeer lange termijn (lees: verschillende eeuwen, inclusief de oorlogsjaren). Op korte termijn gaat de bewering niet helemaal op. Er zijn bepaalde decennia waarin er geen enkel verband kan worden gelegd tussen de evolutie van het goud en de ontwikkeling van de inflatie. 2. De rente. Hoe hoger de rente, hoe interessanter een aantal alternatieve beleggingen worden. En dat heeft een negatieve invloed op het goud. In de praktijk is de invloed van de rente echter niet zo eenduidig. Zo zijn er periodes geweest waar stijgende rentevoeten samengingen met een stijgende goudprijs. 3. Vraag en aanbod. Vraag en aanbod bepalen de evenwichtsprijs op de markt. Aan de aanbodzijde vinden we voornamelijk de producenten terug: de goudmijnen. De technieken om goud uit erts te winnen worden steeds efficiënter en dat heeft een positieve invloed op het aanbod. Andere aanbieders zijn zoals gezegd de centrale banken. Door hun goudvoorraden systematisch te gelde te maken, kunnen ze de staatsschuld opvangen. Toch werd in 1999 al een akkoord afgesloten waarbij de goudverkopen van de belangrijkste centrale banken werden geplafonneerd op 400 ton per jaar. En ook dit jaar werd een nieuw akkoord afgesloten voor de periode tot 2009, dat de limiet op 500 ton per jaar legt. Daarnaast mogen we niet uit het oog verliezen dat de Aziatische centrale banken doorgaans aankoper van goud zijn. Aan de kant van de vraag gaat 80 % naar juweliers. De overige 20 % gaat naar de industrie en investeerders. In tijden van economische hoogconjunctuur is er duidelijk een stijgende afname van juwelen, met toenemende goudprijzen tot gevolg. Een recente studie van de World Gold Council wees uit dat de vraag naar goud (inclusief juwelen en beleggingen) in het eerste kwartaal van 2004 met 12 % steeg. Vooral in India, de grootste afnemer van goud ter wereld, nam de vraag toe dankzij de groeiende locale economie. Maar ook het potentieel in China is erg groot: tijdens het eerste kwartaal van 2004 groeide de Chinese juwelenvraag met 25 %. 4. De dollar. Vaak wordt beweerd dat de goudprijs ook wordt beïnvloed door de dollar, maar dat is doorgaans niet het geval. De goudprijs wordt alleen uitgedrukt in dollar per ons. Wanneer de dollar bijvoorbeeld daalt ten opzichte van de euro, stijgt de goudprijs. Maar die stijging is in theorie kunstmatig: ze is alleen voelbaar in een andere munt dan de dollar. Uit een recente studie van RBC Capital Markets blijkt echter dat er tussen maart 2001 en maart 2004 wel degelijk een inverse correlatie was tussen de goudprijs en de dollar. Naarmate het vertrouwen in de internationale reservemunt (de dollar) daalt, zal de goudprijs stijgen. Wanneer de fundamenten van de dollar verder verslechten (historisch hoge schuldgraad, begrotingstekort, tekort op lopende rekening...) zal de goudprijs dus verder aantrekken. Maar heeft het goud nog een mooie toekomst? Jill Leyland, senior economist van de World Gold Council, waagt zich aan een voorspelling op lange termijn. Hij meent dat ontgoochelende financiële markten en toenemende geopolitieke spanningen heel wat speculanten naar de goudmarkt kunnen lokken tijdens de volgende maanden. En ook de Gold Field Mineral Services maakten in een recent rapport bekend dat een goudprijs van 450 dollar per ons in 2004 binnen de mogelijkheden ligt. De aantrekkende economie in China en in de volledige Zuidoost-Aziatische regio kunnen een bijkomende impuls geven aan de goudvraag. Als ook u gelooft in mooie groeiperspectieven van het goud, waak er dan wel over dat deze risicovolle belegging niet meer dan 10 % van uw beleggingsportefeuille uitmaakt. Bovendien hebt u verschillende mogelijkheden. 1. Fysiek goud. U stapt naar uw bankier en bestelt een goudstaaf, die u vervolgens in uw kluis bewaart. Voor een staaf van één kilogram betaalt u ongeveer 10.300 euro. Gelukkig bestaan er ook kleinere staven, maar u kunt ook munten als de Krugerrand, de Eagle, de Maple Leaf of de Napoleon aankopen. Het grote probleem bij de aankoop van fysiek goud is dat de zogenaamde spread (het verschil tussen de aan- en verkoopkoers) altijd erg groot is. Bovendien zijn de commissies die de bank inhoudt groter op munten dan op staven (bij gespecialiseerde goudhandelaars zijn die verschillen doorgaans kleiner). Wie fysiek goud koopt, speculeert louter op een stijging van de goudprijs. Op tussentijdse opbrengsten zoals intresten en dividenden hoeft u dus niet te rekenen. 2. Gold Bullion Securities. Een makkelijker manier om in fysiek goud te beleggen, is via Gold Bullion Securities. Dit zijn zogenaamde goudtrackers die u sinds kort bijvoorbeeld op de beurzen van Londen en New York kunt kopen. Deze handige beleggingsinstrumenten noteren gewoon op de beurs en vertegenwoordigen één tiende van een ons goud. U verhandelt ze dus zoals gewone aandelen en betaalt slechts de gebruikelijke makelaarslonen. Bovendien kunt u ze op een effectenrekening plaatsen; u hebt dus geen kluis nodig. 3. Goudmijnen. Een andere manier om te beleggen in goud is aandelen van goudmijnen kopen op de beurs. Zo kunt u op Euronext Brussel bijvoorbeeld aandelen kopen van Zuid-Afrikaanse goudmijnen als AngloGold Ashanti, Gold Fields of Harmony. De koers van zulke aandelen is sterk gecorreleerd met de algemene goudprijs, maar daarnaast moet u ook rekening houden met het 'bedrijfseconomische' risico van de goudmijn zelf. Ook de politieke en militaire toestand van de landen waar de mijnbedrijven actief zijn, spelen mee, net als de lokale munten. Die bepalen immers mee de winsten. Al deze factoren kunnen de koers van het aandeel sterk negatief beïnvloeden. Bovendien gaat het om beursgenoteerde effecten, en dus kan ook het algemene beurssentiment wegen op de koers. 4. Beleggingsfondsen. Veiliger is om te kiezen voor beleggingsfondsen die investeren in goudmijnaandelen. De meeste banken en beursvennootschappen bieden dergelijke fondsen aan. Ze bieden als voordeel dat u het risico spreidt over verschillende goudmijnen en over verschillende regio's. U kunt bijvoorbeeld kiezen voor een fonds dat vooral belegt in Noord-Amerikaanse goudmijnen, die minder riskant zijn dan Zuid-Afrikaanse. Hoewel ze beheerd worden door specialisten, gaat het echter nog steeds om zuivere aandelenfondsen, en dat is niet zonder risico. 5. Derivaten. Wie speculatief is ingesteld, kan ook beleggen in opties of futures op de goudprijs. Roel Van EspenWie de jongste 25 jaar in goud belegde, verloor 50 % van zijn kapitaal.