Noordnatie en Hessenatie beschikken elk al over een containerterminal voor de sluizen van de Haven van Antwerpen. In juni 1998 beslist het Antwerpse Havenbedrijf over de concessie van een derde terminal. Fernand Huts ( Katoen Natie/Seaport Terminals) werpt zich - naast de al genoemde naties - in de strijd. Een belangrijk argument pro Huts is dat een derde operator de concurrentie aanzwengelt, de prijzen doet dalen en dus Antwerpen aantrekkelijker maakt als aanleghaven. Directeur-generaa...

Noordnatie en Hessenatie beschikken elk al over een containerterminal voor de sluizen van de Haven van Antwerpen. In juni 1998 beslist het Antwerpse Havenbedrijf over de concessie van een derde terminal. Fernand Huts ( Katoen Natie/Seaport Terminals) werpt zich - naast de al genoemde naties - in de strijd. Een belangrijk argument pro Huts is dat een derde operator de concurrentie aanzwengelt, de prijzen doet dalen en dus Antwerpen aantrekkelijker maakt als aanleghaven. Directeur-generaal Eddy Bruyninckx gaat liever niet in op dit argument, maar hij geeft toe "dat het beantwoordt aan een bepaalde logica en het aantrekkelijk is door zijn eenvoud". Marc Saverys, topman van CMB (moederholding van Hessenatie), stelde verleden week in Trends dat er geen nood was aan een derde terminaloperator. Noordnatie en Hessenatie zijn immers echte specialisten in terminals, een terrein waarin Fernand Huts (niettegenstaande Seaport ook in Zeebrugge actief is) minder ervaring zou hebben. Volgens Bruyninckx gaat deze redenering niet op. Want: "Huts' groep heeft in de loop der jaren voldoende expertise met containers opgebouwd." Naar verluidt zou Huts tevreden zijn met Saverys' opmerking in Trends dat "het in de sterren geschreven staat" dat Noordnatie en Hessenatie ooit zullen fuseren. In dat geval zou - als één van beide de derde terminal mag uitbaten - op termijn een zuiver monopolie ontstaan voor de sluizen. "Dat risico is te groot voor Antwerpen," aldus een bevoorrechte waarnemer.Bij discussies over de toewijzing komt eveneens de zogenaamde "onbetaalde rekening van 800 miljoen" van Hessenatie ter sprake. Nadat Huts de eerste toewijzing aan Hessenatie met succes voor de rechtbank had bestreden, had het stadsbestuur bij de tweede concessieprocedure (1990) een extra te betalen bedrag van 800 miljoen frank voorzien. Dat om te vermijden dat het stadsbestuur moest opdraaien voor latere claims van partijen die de concessie niet hadden gekregen. Dat bedrag zou worden terugbetaald als het risico op schadevergoedingen uit de weg was. In plaats van 2,9 miljard, moest de kandidaat-concessiehouder dus 3,7 miljard betalen.Toen Hessenatie uiteindelijk toch de concessie van de eerste terminal kreeg, werd afgesproken dat de onderneming een bankwaarborg voor dit bedrag zou afsluiten. Volgens critici was dit tégen de voorwaarden van de concessie.Marc Saverys van CMB ontkent dat er een probleem is "omdat de bankwaarborg genoeg juridische garanties geeft". Ook Eddy Bruyninckx zegt dat het Havenbedrijf "niet zal doordrijven om dat geld cash te krijgen". "Die claim is een monster van Loch Ness dat af en toe de kop opsteekt," zegt de directeur-generaal. "Grote ego's gingen hierover op een erg emotionele manier met elkaar in de clinch. Hopelijk wordt het debat over de derde terminal serener gevoerd."