Hij heeft het nog wat moeilijk met de datief en hij rolt zijn r nog iets te veel als hij de Lorelei voordraagt. Maar dat is niet zo erg, want José Maria Corbacho heeft alle tijd om zich met Heine te verzoenen als hij in Duitsland woont. "Ik werkte in een bouwfirma, maar de vastgoedcrisis heeft de sector platgewalst", zegt de 37-jarige ingenieur in het Goethe-instituut in Madrid.
...

Hij heeft het nog wat moeilijk met de datief en hij rolt zijn r nog iets te veel als hij de Lorelei voordraagt. Maar dat is niet zo erg, want José Maria Corbacho heeft alle tijd om zich met Heine te verzoenen als hij in Duitsland woont. "Ik werkte in een bouwfirma, maar de vastgoedcrisis heeft de sector platgewalst", zegt de 37-jarige ingenieur in het Goethe-instituut in Madrid. "Werk vinden is onmogelijk. De enige oplossing is vertrekken naar het buitenland." Naar Duitsland, waar ingenieurs en technici volop aangeworven worden. "Het rare is dat mijn ouders net hetzelfde deden in de jaren zeventig. Mijn vader heeft tien jaar bij een Duitse autoconstructeur gewerkt voor hij weer in Extremadura kwam wonen." Toen werd 1 miljoen Spanjaarden door de crisis gedwongen om hun brood te verdienen in de fabrieken van Noord-Europa. Vandaag herhaalt de geschiedenis zich. In 2011 waren ze met 50.000 om hun kans te wagen in het buitenland, 36 procent meer dan in 2010. Toch is er een zeer groot verschil met vroeger. In tegenstelling tot hun ouders hebben de emigranten van vandaag een diploma op zak. Ingenieurs, technici, commerciële krachten, ontmoedigd door de endemische werkloosheid - 45 procent van de 16- tot 25-jarigen, een Europees record - dromen de jonge breinen maar van één ding: een vruchtbaarder terrein vinden om hun talenten tot bloei te brengen. En die zijn er. Of het nu Noorwegen is, dat op zoek is naar olie-experts, of Nederland en Tsjechië, die snakken naar ingenieurs mechanica. En uiteraard ook Duitsland dat scheikundigen en elektriciens aan de haak probeert te slaan. Op de Plaza del Dos de Mayo in Madrid zit Victoria Rosales (25) met twee vriendinnen aan een tafeltje. Na haar humaniora studeerde ze vijf jaar publiciteit. "Madrid? No future! Van mijn jaar heeft niemand een job gevonden. De meeste van mijn kameraden lopen stage, de anderen zijn opnieuw beginnen te studeren." Zelf pakt ze haar koffers en vertrekt richting Parijs, waar ze een job in de communicatie wist te versieren. "Vandaag vind je in Spanje twee soorten jongeren. Zij die tot hun dertigste bij hun ouders blijven en zij die al een internationale ervaring hebben en uitvliegen naar Europa of Latijns-Amerika." Naast haar knikt Carla instemmend. Zij wil naar Mexico, waar Spanjaarden met open armen ontvangen worden. "Ik ben zeker dat ik daar werk vind en dat ik bovendien goed betaald word. Hier verdien je een peulschil. De meeste van mijn vriendinnen kunnen zelfs niet samenwonen met hun lief." "Zelfs als ze hun lonen bij elkaar leggen, komen ze er niet uit", betreurt Eleanora (29). Zoals zovele anderen is ze een mileurista - een samentrekking van 'mil' en 'euro' - 1000 euro, zoals het bedrag dat ze aan het einde van de maand aantreft op haar loonbriefje. Hoe kun je dan de huur betalen? Hoe kun je een toekomst opbouwen? Op de universiteitscampus van Navarra, ten westen van Madrid, verrijzen de gebouwen van de trendy IESE Business School. Daar vinden we de jeunesse dorée van Madrid, de toekomstige elite van het land. Juan de Cominges (23), das netjes geknoopt, de ideale schoonzoon, komt net van een cursus management. "Ik zou graag in het Spaans filiaal van Arthur D. Little binnenraken, maar ik weet zelfs niet of ik ga solliciteren", zegt hij in een zeer beheerst Engels. "Er zijn maar vijf plaatsen voor 2000 kandidaten." Zijn toekomst ziet hij ver, heel ver weg. "Ik zoek het in de buurt van Chili, maar ik heb ook touche in Dubai, bij een consultancybedrijf dat gespecialiseerd is in de opkomende markten. Dat zijn landen waar iets beweegt en waar je een stevige ervaring kunt opdoen." Het gaat over ontplooiing, iets waarin de Spaanse ondernemingen niet sterk zijn, als we de studenten mogen geloven. "In Spanje zijn driekwart van de ondernemingen familiebedrijven. Hun management en hun manier van werken is ouderwets. Het is erg moeilijk om er vooruit te komen. Promotie heeft er meer te maken met vriendjespolitiek dan met reële competentie", vindt Marta Coderch. De jonge ingenieur mechanica, die een MBA volgt, verkiest de sfeer van de internationale ondernemingen, die ze "veel moderner" vindt. Ze werd onlangs aangeworven door de Spaanse tak van de Boston Consulting Group, ook al heeft ze haar studies nog niet helemaal voltooid. Hector Carcel zou maar wat graag in haar geval zijn, maar tot nog toe heeft nog niemand de laatstejaarsstudent economie een job aangeboden. "Ik heb al sollicitaties gedaan voor een juniorjob. Telkens werd mij een gebrek aan ervaring verweten. Begrijpe wie kan." Vertrekken, ja, hij denkt eraan, want in Madrid kan hij geen werkgever verleiden, ook niet in zijn geboortestad Valencia overigens, waar in februari nog een jongerenbetoging onderdrukt werd door de politie. Hector nuanceert de omvang van de exodus wel enigszins. "Iedereen wil graag vertrekken, maar je moet ook nog kunnen. Onlangs ben ik naar Edinburgh gegaan voor mijn laatstejaarsstage. Het vliegtuig zat vol Spanjaarden die hun geluk wilden beproeven in Schotland. De meesten zijn al na enkele weken teruggekeerd omdat ze onvoldoende Engels spraken."CHARLES HAQUET (L'EXPANSION) IN MADRID"Het vliegtuig naar Schotland zat vol Spanjaarden. De meesten keerden na enkele weken terug omdat ze onvoldoende Engels spraken"