Sinds zaterdag 21 november is het sterkst gehypte boek uit de geschiedenis ook in het Nederlands verkrijgbaar, Harry Potter en de Orde van de Feniks (De Harmonie, 672 blz., 21,50 euro), meteen in een recordoplage van ruim 1 miljoen.
...

Sinds zaterdag 21 november is het sterkst gehypte boek uit de geschiedenis ook in het Nederlands verkrijgbaar, Harry Potter en de Orde van de Feniks (De Harmonie, 672 blz., 21,50 euro), meteen in een recordoplage van ruim 1 miljoen. Even in zijn context: in Vlaanderen hebt u al met een paar duizend exemplaren een bestseller. Wereldwijd zijn er van de vijf Harry Potter-boeken al meer dan 250 miljoen exemplaren verkocht. Amper zes jaar geleden overleefde Joanne Kathleen Rowling (1965) met steun van het Britse OCMW, vandaag is ze een van de rijkste auteurs wereldwijd. Alleen al in 2002 inde ze met haar boeken en filmrechten zowat 190 miljoen euro. Geen enkele Britse vrouw had een hoger inkomen. Ondertussen sabelen vele critici het vijfde Harry Potter-boek gretig neer. Ze hebben gelijk als het gaat over de bordkartonnen karakters en de sporadisch wat amechtige stijl. Dat laatste is evenwel vooral een euvel van de originele Engelse versie, in de vertaling van Wiebe Buddingh klinken de zinnen leuker, directer, gevatter. Het blijft wel een lange zit, bijna 700 bladzijden en dat voor een jeugdboek (dat even enthousiast door volwassenen verslonden wordt). En toch. We moeten durven toegeven dat het megasucces stoelt op de oeroude behendigheid van de verteller die zijn lezers meesleept in een krachtig verhaal met een hoofdpersoon met wie de lezer zich kan identificeren. Precies die identificatie verloopt gewiekst: niet door de lezer een spiegel voor te houden, niet door een moraal te verkondigen, maar door het karakter voldoende open te houden, zodat de lezer kan meedenken en beetje bij beetje zichzelf kan projecteren. Zo verplaatst hij zich in een knaap die geen grijze mus is, maar uitverkoren om te leren toveren. Hij heeft toegang tot een parallelle wereld, waarmee hij zich onderscheidt van de massa. Dat is precies hoe een puber zichzelf wil zien: een goudvink, een kampioen, een held, een speciaal iemand. Dat verklaart zelfs mee het succes bij de volwassen lezers, die ook wel aan de sleur willen ontsnappen. De volwassenen krijgen nog een aantal thema's mee die boven het verhaal uitstijgen. Zo reflecteert het gevaar dat overal loert en genadeloos toeslaat, de wereld na de aanslagen van 11 september 2001. Maar ook over opvoeding, (kost)scholen en media valt er heel wat tussen de regels op te steken. Ondertussen woedt het gevecht dat ook de kern vormt van alle sprookjes en mythen: de strijd tussen goed en kwaad. Hoe gaat het nu verder? Alleen de arrogantie van de schrijfster en licentiehouder Time-Warner (die zelfs klacht indienden tegen een Nederlandstalige publicatie van Dmtri Jemets' persiflage Tanja Grotter) kan het succes doen tanen. Maar voor het zover is, heeft Rowling al lang haar volgende kasteel gekocht. De walvis en het noodlot. Gaaf, wijs en blits kunnen we De hut van oom Tom zeker niet noemen. Toch heeft de bekende Vlaamse jeugdauteur Ed Franck de belegen klassieker van Harriet Beecher-Stowe afgestoft en bewerkt voor hedendaagse jonge lezers (Davidsfonds/Infodok/ VH&W, 239 blz., 16,50 euro). Franck fatsoeneerde de brokkelige structuur, snoeide de preken en gaf de karakters menselijker trekken, zodat het werk over de slavernij in het negentiende-eeuwse Amerika opnieuw leesbaar is (voor lezers vanaf zowat twaalf jaar). Hetzelfde huzarenstuk haalde Franck uit met Moby Dick van Herman Melville (Davidsfonds/Infodok/VH&W, 151 blz., 16,50 euro), ook al een roman uit 1851. In de jacht van de grimmige kapitein Achab op de witte walvis weerspiegelde de geniale avonturier Melville de strijd van de mens met het noodlot. Het pleit voor Franck dat hij de filosofische stroming niet helemaal overboord gegooid heeft, maar hij heeft wel erg drastisch ingegrepen in de beschrijvingen. Moedige thema's. Met een serie originele jeugdromans richt uitgeverij Van Holkema & Warendorf zich op dezelfde moeilijke doelgroep van twaalf- tot vijftienjarigen. De uitgaven krijgen een harde kaft, zijn niet dik en pakken uit met moedige thema's. Dat hoort zo voor deze doelgroep, maar dan nog valt een jeugdroman als De gele scooter op. Debutante Elle van den Bogaart beschrijft de ervaring van drie jonge betrokkenen bij een poging tot verkrachting: slachtoffer, dader en getuige. Ook opvallend (en degelijk): in Het web van Joost Heyink zoekt een freak via chatten jonge slachtoffers en in Eindelijk actie portretteert Jacques Vriens een vijftienjarige knaap die een actiegroep tegen de bio-industrie opricht. Aangrijpend zonder melodramatisch te worden, is Fluisterwater van Mirjam Mous, over een meisje wier benen verlamd geraken na een val met de scooter, bestuurd door haar dronken vriendje. Nog uit Nederland komt Dit is theater (Lemniscaat, 240 blz., 24,95 euro), een verleidelijk vormgegeven introductie in de podiumkunsten. Vooral met haar beknopte toelichting over de diverse genres weet Jesse Goossens beslist jong en oud te bekoren. Luc De DeckerHarry Potter heeft toegang tot een parallelle wereld, waarmee hij zich onderscheidt van de massa. Dat is precies hoe een puber zichzelf wil zien: een goudvink, een kampioen, een held, een speciaal iemand.