In België verloopt het sociaal overleg traditioneel volgens vastgestelde regels en afspraken. Of het nu over het tweejaarlijkse interprofessioneel akkoord gaat of over concrete dossiers zoals de harmonisering van het arbeiders- en bediendestatuut: eerst proberen de sociale partners zelf tot een akkoord te komen. Pas indien duidelijk wordt dat het niet lukt, kloppen ze bij de regering aan. Die moet dan vaak een bijna-akkoord smeren met de nodige financiële middelen of het laken volledig naar zich toetrekken. Dat laatste gebeurt pas als de sociale partners echt geen uitweg meer zien.
...

In België verloopt het sociaal overleg traditioneel volgens vastgestelde regels en afspraken. Of het nu over het tweejaarlijkse interprofessioneel akkoord gaat of over concrete dossiers zoals de harmonisering van het arbeiders- en bediendestatuut: eerst proberen de sociale partners zelf tot een akkoord te komen. Pas indien duidelijk wordt dat het niet lukt, kloppen ze bij de regering aan. Die moet dan vaak een bijna-akkoord smeren met de nodige financiële middelen of het laken volledig naar zich toetrekken. Dat laatste gebeurt pas als de sociale partners echt geen uitweg meer zien. De recente actie van het ABVV en het ACLVB om met een betoging druk uit te oefenen op de politiek en zo het dossier-arbeiders/bedienden in een stroomversnelling te krijgen, is dan ook een aanfluiting van het so-ciaal overlegmodel. Het klopt dat de discussie over de harmonisering van het arbeiders- en bediendestatuut al decennia aansleept en dat er dringend nood is aan een oplossing. Maar in de Groep van Tien werd de voorbije weken wel degelijk gewerkt aan een kader dat een akkoord over het 'BHV van het sociaal overleg' mogelijk moet maken. Alles sprong af toen het ABVV de druk opvoerde met de onmiddellijke eis de opzegtermijnen voor arbeiders te verhogen en daarvoor steun zocht bij de politiek. Daarmee lag het sociaal overleg meteen lam. De rode vakbondstop werd duidelijk opgehitst door een radicale achterban die niet meer onder controle te houden is. De nationale vakbondstop is in dit en andere dossiers de speelbal geworden van de sectorale en lokale hardliners van het sociaal overleg. Nu eens gijzelen de bediendebonden de top, dan weer de Waalse arbeiderscentrales. Van een vakbondstop kan nochtans worden verwacht dat die de nodige ruggengraat heeft: men stapt naar het overleg met een duidelijk mandaat, komt naar buiten met een compromis en legt dat compromis op aan de achterban. Maar daar is het ABVV-topduo Rudy De Leeuw-Anne Demelenne de voorbije jaren niet in geslaagd. Tot ergernis van het ACV, dat in de socialistische vakbond steeds minder een betrouwbare partner ziet. Doordat de ABVV-top geen controle meer heeft over de radicale achterban, riskeert hij net datgene te bereiken wat hij wil bestrijden: minder invloed van de sociale partners op de economie. Dat merken we niet alleen bij het overleg op interprofessioneel niveau, maar ook op bedrijfsniveau. Werkgevers stappen steeds sneller naar een rechtbank om stakingsposten te beletten. Of deinzen er niet voor terug de sterk beschermde délégués aan de deur te zetten. Onlangs was de sfeer bij het Schaarbeekse bedrijf IAC (Italian Automotive Center) door een sociaal conflict zo verziekt dat de directie negen vakbondsafgevaardigden ontsloeg, wat haar vijftig jaarlonen aan ontslagvergoedingen kostte. Bedrijven vragen zich meer en meer af wat nog de meerwaarde is van het sociaal overleg voor de sociale vrede. "De bressen in het vakbondsfront", blz.18Door Alain MoutonDe rode vakbondstop wordt duidelijk opgehitst door een radicale achterban die niet meer onder controle te houden is.