Istanbul, Kayseri, Adana
...

Istanbul, Kayseri, Adana In Istanbul vertolkt Bruno Accou, uitvoerend bestuurder van DenizBank - vorig jaar overgenomen door Dexia - het enthousiasme in Turkse ondernemerskringen voor de AKP: "Iedereen hield zijn hart vast toen AKP eind 2002 aan de macht kwam, maar Erdogan heeft een foutloos parkoers gereden.""70 % van de beleggingen op de Turkse beurs is buitenlands volatiel kapitaal," weet Yvan De Cock, CEO van Fortis Bank Turkije na de overname in 2005 van de Turkse Disbank. Hot money, aangetrokken door hoge intresten van 18 %, maakt de Turkse economie kwetsbaar voor globale economische of lokale politieke crisissen. Hoewel, steeds minder. De Cock: "Toen ik in mei-juni 2006 aankwam, was er een scherpe koersdaling van de Turkse lira ingevolge slechte inflatiecijfers voor april. De munt herstelde vrij vlug en bij de korte crisis in april, rond de kandidatuur van minister van Buitenlandse Zaken Abdullah Gül voor het presidentschap, was er nauwelijks onrust op de financiële markten. Zowel internationale als binnenlandse investeerders kijken met vertrouwen en in een langer termijnperspectief naar Turkije. De fundamenten van de economie zijn immers gezond: een sterke ondernemersgeest, een stevige productiecapaciteit en een zeer gunstige bevolkingsevolutie." Kennen die Vlaamse bankiers in Turkije de werkelijkheid? Een test in Kayseri. De vier belangrijkste politieke formaties van Turkije lichten aan een honderdtal industriëlen in die stad hun economisch programma toe. De conferentiezaal van het moderne hoofdgebouw van Kayso, de Kamer voor Industrie van Kayseri, loopt vol met ondernemers, drukdoende journalisten en dames - niet één draagt een hoofddoek. De stad Kayseri is met andere steden in Centraal-Anatolië, zoals Konya en Gaziantep, de motor van het islamitische ondernemerschap in het Turkse binnenland. Honderden kilometers van de megasteden Istanbul, Izmir en Ankara (die samen goed zijn voor bijna 80 % van het Turkse bruto binnenlands product), ontpopt zich een snelgroeiende middenklasse die tegelijk de islam, de democratie en het kapitalisme omarmt en een groter deel van de politiek-economische koek opeist. Vertegenwoordigers van de regeringspartij AKP (Rechtvaardigheid en Ontwikkeling) en drie oppositiepartijen - het links- republikeinse CHP, het rechtsnationalistische MHP en de democratische partij DP - krijgen elk vijftien minuten. Uw verslaggever is de enige buitenlandse journalist in de zaal. Mijn tolk vertaalt, maar de lichaams- taal spreekt boekdelen: de AKP-vertegenwoordiger komt, rustig argumenterend, duidelijk het sterkst naar voor. De sprekers van MHP en van DP lijken vleesgeworden clichés van een dogmatische en oubollige politieke kaste, die bij de verkiezingen van 2002 in het zand beet. Het establishment voelt zich bedreigd door conservatiefislamitische politieke en economische krachten, waar AKP de belangrijkste spreekbuis van is. Maar AKP voerde de voorbije vijf jaar het meest economisch liberale beleid dat Turkije ooit kende. Alle partijen zijn het erover eens dat economische hervormingen moeten worden voortgezet. Om de werkloosheid te drukken en een groei van 7 % te kunnen neerzetten. Met gemiddeld 7,5 % economische groei sinds de financiële crisis van 2001 overtrof Turkije alle overige industrielanden uit de Oeso. Mustafa Boydak ontvangt ons, wegens drukke bezigheden, om 22 uur in zijn kantoor. Hij is de belangrijkste ondernemer van Kayseri. Zijn gediversifieerde, familiale groep van 18 bedrijven en 13.500 werknemers draait een geconsolideerde omzet van 1,5 miljard euro. Boydak is een uitzondering; 90 % van de leden van Kayso zijn kmo's. "Ze zijn in volle expansie en sluiten joint ventures of allerlei vormen van samenwerking met Europese kmo's. Sommigen trekken samen op naar Rusland en Turkssprekende landen rond de Kaukasus," legt Boydak uit. Volgens hem werd de omwenteling in Midden-Turkije, van rurale naar geïndustrialiseerde maatschappij, begin jaren tachtig ontketend na de eerste liberaliseringsmaatregelen onder Turgut Özal. "Hij opende ons venster op de buitenwereld." Maar politiek geknoei maakte de jaren negentig tot een verloren decennium, dat in 2001 uitmondde in een diepe financiële en economische crisis. AKP heeft wortels in de politieke islam. Haar oprichters en leiders, premier Recep Tayyip Erdogan en minister van Buitenlandse Zaken Abdullah Gül, zien de wereld door een conservatief religieuze bril. Hun echtgenotes dragen een hoofddoek, wat in het officieel seculiere Turkije niet mag in openbare gebouwen en op universiteiten. Toen AKP in april Gül als presidentskandidaat aanwees, trokken miljoenen 'seculiere' Turken de straat op, van Istanbul tot in verafgelegen steden van Anatolië. Het leger - bewaker van de scheiding tussen 'kerk' en staat, sinds de oprichting van de Turkse republiek in 1923 door Atatürk - had openlijk laten verstaan een meer neutrale figuur te verkiezen. Om een constitutionele crisis te vermijden, riep Erdogan vervroegde parlementsverkiezingen uit. Twee visies botsen: seculiere partijen staan tegenover het "onderhuids oprukkend islamisme" van AKP. Volgens de jongste opiniepeilingen haalt AKP meer dan 40 % van de stemmen. In 2002 was dat 34 %. De partij kreeg toen een ruime meerderheid van de parlementszetels omdat de versnipperde oppositie niet boven de kiesdrempel van 10 % uitkwam. Dat zou op 22 juli anders kunnen uitdraaien, omdat CHP en MHP volgens peilingen nu 20 % en 12 % zouden scoren. Haluk Türkel, secretaris-generaal van Tüsiad, de vereniging van Turkse industriëlen en zakenlui, is er vrij gerust op. Omdat meer partijen dan in 2002 de kiesdrempel zullen halen en AKP naar het centrum opgeschoven is, acht Tüsiad een grote coalitieregering naar Duits model of met ouvertures à la Sarkozy mogelijk. "Zo'n grote coalitie zou de belangrijkste problemen kunnen aanpakken: een algemeen aanvaardbaar staatshoofd naar voor schuiven; de sociale zekerheid hervormen, de pensioenleeftijd optrekken en de arbeidsmarkt flexibeler maken; individuele vrijheden versterken; het kiesstelsel hervormen en een oplossing uitwerken voor Cyprus." Tüsiad geeft AKP goede punten: het herstructureringsplan van het Internationaal Muntfonds werd na de crisis van 2001 naar de letter uitgevoerd, het bankstelsel gemoderniseerd, de torenhoge inflatie teruggebracht tot 9 % en de interestvoet dook voor het eerst in twee decennia onder de 20 % - "al moeten beide nog omlaag" (zie grafiek: Turkse economie herleeft). Nu al haalt Turkije de Maastrichtnorm: een overheidsschuld van 58 % en een begrotingstekort van 2 %. Türkel vindt het drukken van het lopende tekort van bijna 8 % van het bbp een prioriteit voor de volgende regering. "De export, die nu de economie trekt, kan nog beter om ons handelstekort, ten gevolge van een sterke instroom van intermediaire goederen - een bewijs dat de Turkse economie goed boert - in evenwicht te brengen."Celal Beysel, voorzitter van Türkonfed of het Turkse VBO, vindt net als Türkel dat zodra de politieke situatie gestabiliseerd is, buitenlandse, investeringen daarom meer naar fabrieken en bedrijfsoperaties gekanaliseerd moeten worden. Het record aan buitenlands kapitaal, bijna 20 miljard euro in 2006, ging te eenzijdig naar diensten (overname van Turkse banken en verzekeringen), naar vastgoed en investeringen in de groothandel. Türkonfed zal de nieuwe regering aanporren om te sleutelen aan een beter ondernemingsklimaat. De arbeidskosten zijn te hoog en de arbeidsmarkt te stroef, wat in de kaart speelt van de informele economie en de productiviteit aantast. De vennootschapsbelasting ging vorig jaar van 30 % naar 20 %, maar de gemiddelde belastingdruk blijft hoog (zie grafiek: Gemiddelde lonen en arbeidskost relatief hoog). Celal Beysel pleit voor hervorming van het beroepsonderwijs. "We hebben uitstekende, zelfs elitaire universiteiten, maar hebben nood aan Berufsfachschule naar Duits model. De huidige vakscholen zijn religieus. Ik heb dit publiek aangekaart met Erdogan en hij is daarvoor te vinden." Heel wat Turken vrezen nochtans dat AKP er een verborgen agenda op na houdt. "Ik weet het niet," zegt Celal Beysel, "wat ik wel weet, is dat AKP wellicht 5 à 10 % oerconservatieve kiezers aanspreekt omwille van religieuze stellingen, maar dat de grote meerderheid AKP als het enige geloofwaardige alternatief zag voor geknoei van de opeenvolgende regeringen in de jaren negentig."In haar kantoor in art-decostijl in het centrum van Istanbul relativeert advocate Belma Sekmen Satir - medeoprichtster van AKP en voorzitster van Kagider, de vereniging van ondernemende vrouwen - het schrikbeeld dat AKP nog bij niet religieuze ondernemers oproept: "In de hele wereld is religie een groeiende trend, als reactie op veranderingen door de globalisering. Maar dat bedreigt Turkije niet, want overheid en religie zijn hier gescheiden." Zonder hoofddoek, omringd door moderne schilderijen en kunstboeken, zegt Sekmen geen minderheid te vertegenwoordigen binnen AKP. "De partij respecteert de persoonlijke keuze om al dan niet een hoofddoek te dragen of alcohol te drinken. AKP wil het verbod op hoofddoeken in de openbare dienst handhaven, maar pleit voor meer soepelheid opdat duizenden jonge meisjes niet langer afgesneden worden van universitair onderwijs."In de industriestad Adana, Centraal-Turkije (in 2005 door The Financial Times uitgeroepen tot ' Europe's Best Economic Potential City'), houdt Oya Tekin - zakenadvocate en als het ware het evenbeeld van Sekmen, maar aanleunend bij het seculierlinkse CHP - een sceptischer discours: "Je kunt nooit hun ware drijfveer achterhalen. Bij AKP trekt een handvol leiders aan de touwtjes. Gül en Erdogan, maar vooral de voorzitter van het parlement, hebben een mentale ingesteldheid die neigt naar een politiek radicale islam." Toch verwacht ze na de verkiezingen geen constitutionele crisis. "Omdat de schaduw van het leger radicale islamitische standpunten intoomt." Ook zij gaat ervan uit dat "minder dan 10 % van de zeventig miljoen Turken voor Koranscholen of de sharia zijn. De meeste Turken kijken naar het Westen, maar onze democratie is nog niet volwassen en wordt daarom best verankerd in Europa." Wie er geen doekjes om windt, is Yusuf Cevahir, ondervoorzitter van Müsiad. De werkgeversorganisatie afficheert zich als islamitisch conservatief onder het motto 'Spitstechnologie en Hoge Moraliteit'. Müsiad, waarin de Anatolische zakenmensen goed vertegenwoordigd zijn, werpt zich op als de spreekbuis van een nieuwe businesscultuur. Naar eigen zeggen staat Müsiad voor 15 % van het Turkse bbp. De leden zijn vooral kmo's "met uitgesproken conservatieve principes." Cevahir zegt dat de vereniging geen banden heeft met politieke partijen, maar dat "sympathie uiteraard wel uitgaat naar AKP, en leden ook aansluiten bij de Selamet Partij." Selamet is de radicaalste islamistische partij, maar geraakte tot nu niet boven de kiesdrempel. "Wij hebben een voorbeeldfunctie in het zakenleven," stelt Cevahir. Hij benadrukt dat de leden van Müsiad, in tegenstelling tot Tüsiad, niet op vriendjespolitiek geteerd hebben: "De jaren negentig hebben de Turkse economie 55 miljard euro gekost, die verdwenen in de zakken van Tüsiad. Al die grote conglomeraten bloeiden op gesjoemel met politieke machthebbers. Tot hun banken in 2001 over kop gingen. Corruptie is de grote boosdoener."Müsiadleden werken bij voorkeur met islamitische banken. "Tegenwoordig hebben alle grote banken zulke afdelingen, HSBC, Barclay's, Citibank, you name it." In een lang gesprek pleit Cevahir voor een terugkeer naar de islamitische waarden: verschuiving van de zondag naar vrijdag, vervanging van de darwinistische leer in scholen door het Creationisme of het Scheppingsverhaal, en het recht om de hoofddoek overal te dragen. Hij heeft geen begrip voor de hypocrisie van Europa ten aanzien van Turkije "want objectief bekeken voldoen we aan de criteria van Kopenhagen en Maas- tricht". Hij vindt dat Turkije nauwere banden moet aanhalen met de oosterse buren, "maar neen Iran, is niet ons model. Wij veroordelen terreuraanslagen en christenen zijn onze broeders." Of Turkije een 'islamitische republiek' kan worden zoals Pakistan of Mauretanië? Yusuf Cevahir blikt met nostalgie terug op het Ottomaanse rijk en antwoordt sibillijns: "Europea- nen begrijpen weinig van de islam. Als moslims zijn we ervan overtuigd dat de islam individuele rechten waarborgt die geen enkel ander systeem kan voorzien. Dit land heeft goed geboerd van 926 tot 1923, maar na de republiek ging het met Turkije bergafwaarts. Uit wat volgt, kunt u zelf het antwoord afleiden op uw vraag: 'Zolang de staat zich niet met religie mengt, zal de religie zich niet bezighouden met de staat'. Dat is toch duidelijk?"Erik Bruyland