Kurt Decorte werkt al meer dan twintig jaar als zelfstandige gitaarrestaurateur. Sinds drie maanden heeft hij zijn winkel annex atelier in de Dampoortstraat in Gent. Hij bouwt en herstelt gitaren, en restaureert instrumenten uit de achttiende en de negentiende eeuw. Van over de hele wereld doen liefhebbers een beroep op zijn expertise, vertelt hij. Restauraties en herstellingen gebeuren in zijn atelier, dat hij aan het raam heeft ingericht. "De mensen moeten zien dat hier ambachtelijk werk gebeurt. Dat wekt vertrouwen."
...

Kurt Decorte werkt al meer dan twintig jaar als zelfstandige gitaarrestaurateur. Sinds drie maanden heeft hij zijn winkel annex atelier in de Dampoortstraat in Gent. Hij bouwt en herstelt gitaren, en restaureert instrumenten uit de achttiende en de negentiende eeuw. Van over de hele wereld doen liefhebbers een beroep op zijn expertise, vertelt hij. Restauraties en herstellingen gebeuren in zijn atelier, dat hij aan het raam heeft ingericht. "De mensen moeten zien dat hier ambachtelijk werk gebeurt. Dat wekt vertrouwen." Naast Lutherie Decorte huizen twee ondernemers onder één dak. Het pand is van Griet Depoorter, die twee jaar geleden haar breigoedlabel Wolvis oprichtte. Ze heeft haar atelier op de bovenverdieping. Ze ontwerpt en maakt er kleurrijke sjaals, dekentjes en kussens met geometrische motieven, in natuurlijke materialen. Verkopen gebeurt ter plaatse, op beurzen en via de Facebook-pagina. Griet werkt ook nog als ingenieur-architect. Voorlopig kan ze die twee banen nog goed combineren. "De gelijkvloerse verdieping stond leeg, tot ik op een ambachtenbeurs Filip Jonckers van La Bécane leerde kennen. Hij zocht een plek in de buurt, en we sloten een deal: hij verbouwde mijn pand en in ruil daarvoor mocht hij hier zijn showroom inrichten." Zijn atelier heeft Jonckers nog altijd thuis. Daar restaureert hij fietsen. "Meestal gaat het om fietsen die klanten binnenbrengen om ze weer in orde te zetten. Vaak zijn het exemplaren waar ze een emotionele band mee hebben. Ik restaureer ze, of ik maak er een nieuwe fiets van, op basis van oude frames waar ik nieuwe stukken aan toevoeg. Ik verkoop ook fietsonderdelen en accessoires, ook via mijn webshop." Voorlopig doet Jonckers dat in bijberoep. "Ik ben programmeur-analist van opleiding. Ik heb een baan, ik maak grootformaatprints van foto's en reclameborden. Van kleins af was ik al graag met mijn handen bezig. Ik stak zelf een fiets in elkaar, anderen vroegen of ik dat ook voor hen kon doen. Ik heb ondertussen een diploma van fietsenmaker behaald. Als ik het voltijds deed, zou ik waarschijnlijk van La Bécane kunnen leven, maar er blijft een groot risico aan verbonden." De verbouwing van Jonckers en Depoorter viel samen met die van Decorte. "We raakten aan de praat en beslisten samen te openen", vertelt de gitaarbouwer. "En sindsdien doen we veel samen." De drie vinden dat nodig, want als ambachtslui kunnen ze alle steun gebruiken. "Dat geldt waarschijnlijk voor alle kleine ondernemers", zegt Jonckers. "Maar onze situatie is nog specifieker. Er bestaat geen formeel netwerk voor ambachtslui. Waarom wordt er geen ambachtenloket opgericht, naar analogie met het kunstenaarsloket? Eén adres waar we met onze specifieke vragen terechtkunnen?" "Wij maken vrij unieke producten, ver van de massaproductie, waar veel handwerk bij komt kijken", zegt Jonckers. "Onze eindproducten zijn daarom iets duurder, want het productieproces is arbeidsintensief en de kwalitatieve materialen die we gebruiken, hebben hun prijs. Er moet een mentaliteitswijziging komen bij de consument. Die zou meer aandacht moeten besteden aan waar en hoe iets gemaakt wordt. Er komt gelukkig al een reactie op gang tegen de eenheidsworst die de grote ketens opdringen. Mensen gaan weer op zoek naar meer unieke producten die in een kleine oplage worden geproduceerd. Die maatschappelijke trend werkt in ons voordeel." "Ook al weten de mensen dat een lokaal product ecologisch en kwalitatief beter is, ze moeten het wel kunnen betalen", stelt Jonckers. Daarom pleiten hij en zijn collega's voor steun van de overheid, bijvoorbeeld in de vorm van een btw-verlaging, zoals in de horeca, omdat de sector zo arbeidsintensief is. "Dat is bij ons niet anders, maar wij hebben niet zo'n sterke lobby. Wij vragen die btw-verlaging niet om meer over te houden, maar om onze producten verkocht te krijgen." Decorte beaamt dat: "Wij oefenen ons vak niet uit om met een Mercedes te kunnen rijden. We doen het voor de appreciatie van de klanten, met wie we een nauwe band en een direct contact hebben, anders dan in de massaproductie. Het is een levensfilosofie, maar we willen er wel van kunnen leven." Bovendien mag ook het belang van de kennis niet worden onderschat, vindt Decorte. "Alleen al om die kennis, die vaak van generatie op generatie wordt doorgegeven en die deel uitmaakt van ons erfgoed, verdienen de ambachten steun. Voor sommige beroepen bestaan zelfs geen opleidingen meer." "Een organisatie zoals Unizo probeert de ambachten wel te ondersteunen", zegt Jonckers. "Er zijn goede initiatieven zoals de Dag van de Ambachten, die de federale overheid organiseert. Maar daarna valt alles weer stil." Volgens Jonckers kan ook de plaatselijke overheid een positief signaal geven door de ambachten te centraliseren in de stad. "Neem nu deze straat. Ze is voor een groot deel leeggelopen. Het stadsbestuur kan ze toch promoten als ambachtenstraat? En bijvoorbeeld pop-upwinkels proberen aan te trekken?" De drie staan vanaf morgen samen op de beurs Countryside+. Ze delen er een stand in de Made by Hand-hal van Unizo. "Het is de eerste keer voor ons. Omdat we de kosten delen, valt de prijs mee", zegt Depoorter. "We doen het eerder voor de naambekendheid dan voor de verkoop. En om aan het publiek te demonstreren hoe wij werken." Ook Unizo ziet een nieuwe belangstelling voor ambachtelijk werk. "De consument gaat weer op zoek naar lokaal geproduceerde en handgemaakte producten", zegt Ilse Claes van Unizo. "Mensen zijn geïntrigeerd door wat ambachtsmensen kunnen en do-it-yourselfprogramma's doen het enorm goed op tv. Toch heeft de vakman het nog altijd moeilijk om zijn iets duurdere producten aan de man te brengen en zich te onderscheiden van de grote winkelketens met hun goedkope producten. Maar voor de consument is het niet altijd gemakkelijk de ambachtelijke ondernemers en hun producten te onderscheiden van de industriële." Daarom creëerde Unizo het Handmade In Belgium-authenticiteitslabel. Enkel wie aan strikte criteria voldoet, krijgt het: het product moet in België zijn gemaakt, de onderneming mag maximaal twintig werknemers tellen, minimaal de helft van het productieproces moet met de hand gebeuren, een substantieel onderdeel van het assortiment moet handgemaakt zijn, het moet gaan om nutsobjecten en niet om kunstvoorwerpen, en de handtekening van de maker moet erop staan. De activiteit moet ook het hoofdberoep van de maker zijn. "Het label moet aan de klant tonen dat het product zijn meerprijs waard is", legt Claes uit. "Met het label willen we ondernemers erkennen en promoten die vooral handwerk verrichten en ambachtelijk werken." Het label heeft een grote vlucht genomen. Vierhonderd ondernemers hebben het al, in heel uiteenlopende sectoren: van voedingsproducenten tot meubelmakers en smeden. "Maar we beseften dat we met Unizo verder moesten gaan. We kregen ook veel vragen van iets grotere ondernemingen, van mensen die het in bijberoep doen, of van bedrijven die voor een deel geïndustrialiseerd werken. Daarom zijn we begonnen met De Makers. We geloven in de toekomst van de maakindustrie in ons land, want we zien kansen om de lokale productie te bevorderen. Denk maar aan 3D-printing. Die technologie kan helpen om prototypes of schaalmodellen te maken." "Met onze werking willen we makers informeren over nieuwe mogelijkheden en innovaties, en hen helpen nieuwe vaardigheden te ontwikkelen en nieuwe technologie te gebruiken. We willen het publiek bewustmaken en informeren. Mensen zijn soms verbaasd dat hier nog iets wordt gemaakt. Ze begrijpen ook waarom iets geld kost, als ze zien dat er duurzaam en ethisch correct wordt geproduceerd. We willen jongeren ook stimuleren om voor maakopleidingen te kiezen. Een vak leren levert vaak een goede kans op om een eigen zaak te starten." Countryside+ loopt van 30 oktober tot en met 2 november 2015 in Flanders Expo Gent.KARIN EECKHOUT, FOTOGRAFIE THOMAS DE BOEVER"Waarom wordt er geen ambachtenloket opgericht, naar analogie met het kunstenaarsloket?" "Wij oefenen ons vak niet uit om met een Mercedes te kunnen rijden"