De Nano kennen we onderhand al, het goedkoopste autootje ter wereld van de Indiase Tata Group, die de Britse luxemerken Jaguar en Landrover overnam. Tijdens de Delhi Auto Expo in januari stelde Electrotherm India zijn Ride-to-School voor, een minibusje. Met een batterij van vier uur kan de driewieler tegen 45 kilometer per uur acht kinderen naar school voeren. De Nano kost amper 1800 euro, het batterijbusje 2400 euro. Indiase ingenieurs ontwerpen steeds meer productinnovaties voor de groeiende Indiase consumentenmarkt.
...

De Nano kennen we onderhand al, het goedkoopste autootje ter wereld van de Indiase Tata Group, die de Britse luxemerken Jaguar en Landrover overnam. Tijdens de Delhi Auto Expo in januari stelde Electrotherm India zijn Ride-to-School voor, een minibusje. Met een batterij van vier uur kan de driewieler tegen 45 kilometer per uur acht kinderen naar school voeren. De Nano kost amper 1800 euro, het batterijbusje 2400 euro. Indiase ingenieurs ontwerpen steeds meer productinnovaties voor de groeiende Indiase consumentenmarkt. De aanzwellende middenklasse van nu al 300 miljoen verbruikers, maar ook armere bevolkingslagen, kopen gretig die nieuwe producten van eigen makelij. De Swatch bijvoorbeeld of de Pureit, twee modellen waterfilters, de ene van Tata, de andere van Hindustan Lever. Ze kosten nauwelijks 16 euro en gebruiken rijstafval om bacteriën te neutraliseren. Andere staaltjes van Indovation zijn goedkope koelkasten op batterijen, geldautomaten voor het platteland of meelmolens aangedreven door een scooter, laagprijzige zonnepanelen, mobilofoons en medische apparatuur. Ze vinden niet alleen hun weg naar de lokale markt, maar ook in steeds grotere volumes naar Afrika, Zuidoost-Azië en Latijns Amerika. Indovation is het werk van zowel multinationale bedrijven in India als van Indiase grote en kleinere bedrijven. Enkele Belgische ondernemingen ontdekten er de voordelen van. Barco's plaatselijke O&O-team werkt al jaren nauw samen met afdelingen in België en Duitsland, en laat elektronische componenten en mechanische onderdelen voor de Indiase en wereldwijde markten bij lokale toeleveranciers maken. Terwijl de compressoren- bouwer Atlas Copco België in Wilrijk focust op de kernontwikkeling, doet een afdeling in Pune sinds 2001 het administratieve gedeelte van de engineering. De verdere verfijning van originele klantgerichte concepten uit België, doorgedreven berekeningen, de samenstelling van boeken met details over wisselstukken gebeurt daar in 3D. Het verhaal van de kofferfabrikant Samsonite India, in 1997 opgestart vanuit Oudenaarde, is leerrijk. In samenwerking met het National Chemical Laboratory van Pune ontwikkelde Samsonite India polypropy- leenmengsels tegen 60 procent van de prijs voor die grondstof in Europa. Pune, bekend als 'het Oxford van Azië' vanwege zijn vele colleges en ingenieursopleidingen, ontpopt zich als een hub voor manufacturing outsourcing. Ook voor kofferonderdelen beroept Samsonite zich op kleine bedrijfjes. Ze worden vaak gerund door hooggekwalificeerde inge-nieurs en werken nauw samen met vindingrijke ambachtelijke SSI of small scale industries, waardoor de kostprijs van mechanische componenten verder omlaag kan. Indiërs zijn erg handig in zogenaamde reversed engineering of het adapteren, vereenvoudigen en verfijnen van westerse technologie en productielijnen of -processen. De jongste jaren zijn Indiase onderzoekscentra, meestal ondersteunende afdelingen van multinationale bedrijven, aan het doorstoten naar eigen O&O. Volgens V.V. Krishna en Sujit Bhattacharya, co-auteurs van 'Internationalisation of R&D and the global nature of innovation' steeg het aantal Amerikaanse octrooien voor innovaties die in Indiase onderzoeksinstellingen ontwikkeld werden van minder dan 50 per jaar vóór 2000 tot meer dan 300 in 2007. In India studeren elk jaar 600.000 ingenieurs af. Ze zijn, vanuit hun culturele en sociale achtergrond, vaak heel sterk in de uitwerking van originele oplossingen zowel in kostenreductie als in het vinden van nieuwe technologische toepassingen. Na de lokale bedrijven beginnen ook internationale bedrijven in te spelen op dit soort Indovation. General Electric's Welch Technology Centre in Bangalore - vanaf dit jaar goed voor een kwart van alle onderzoekers van GE in de wereld - heeft een draagbaar apparaatje op punt gesteld voor het nemen van elektrocardiogrammen tegen een tiende van de prijs. Het is een mooi staaltje van reverse innovation, want het toestel wordt sinds kort door GE ook in de Amerikaanse markt verkocht. Hetzelfde geldt voor een sensor uit het onderzoekscentrum van de Britse grootwarenhuisketen Tesco in India. Algoritmen berekenen hoeveel klanten zich in een winkel bevinden en voor hoe lang, zodat lange rijen aan kassa's vermeden kunnen worden. "Uiteraard brengen deze innovaties de superioriteit niet aan het wankelen van Amerikaans, Europees of Japans wetenschappelijk onderzoek", zegt professor Vijay Govindarajan, innovatieconsulent bij GE. "Maar onderschat toch niet hoe ontluikend talent en het gewicht van de Indiase afzetmarkt er onvermijdelijk toe leiden dat steeds meer originele en nieuwe producten in India het daglicht zullen zien. Om vervolgens hun weg te vinden naar de westerse consument." Belgische kmo's kunnen ideeën en concepten aanbrengen in het Engels om ze samen met een toeleveringsbedrijfje verder uit te werken in een langetermijnrelatie. Indiase rechtbanken respecteren, anders dan in China, vrij goed intellec-tuele eigendomsrechten. Zo'n samenwerking met een lokale partner biedt het voordeel dat ze de westerse partner de kopzorgen over een directe buitenlandse investering bespaart. Door Erik BruylandIndiërs zijn erg handig in het overnemen, vereenvoudigen en verfijnen van westerse technologie en productielijnen of processen.Indiërs zijn erg handig in zogenaamde reversed engineering.