België is goed op weg om opnieuw in de ziekenboeg van de Europese Unie en de eurozone te belanden. De groei, investeringen, tewerkstelling en publieke financiën in ons land scoren lager dan het Europese gemiddelde. Premier Guy Verhofstadt ( VLD) slaagt er alleen in om ons rapportcijfer voor inflatie boven het gemiddelde te tillen. Het overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans ziet er op het eerste gezicht schitterend uit. Maar het weerspiegelt ook hoe ondermaats de Belgen consumeren en investeren.
...

België is goed op weg om opnieuw in de ziekenboeg van de Europese Unie en de eurozone te belanden. De groei, investeringen, tewerkstelling en publieke financiën in ons land scoren lager dan het Europese gemiddelde. Premier Guy Verhofstadt ( VLD) slaagt er alleen in om ons rapportcijfer voor inflatie boven het gemiddelde te tillen. Het overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans ziet er op het eerste gezicht schitterend uit. Maar het weerspiegelt ook hoe ondermaats de Belgen consumeren en investeren. Als we deze sociaal-economische wanprestaties van dichterbij bekijken, komt telkens dezelfde oorzaak naar voren: het gebrek aan concurrentiekracht van ons land. We hebben de periode 2000-2003 aan een grondige analyse onderworpen. Dat is het tijdsvak waarvoor het beleid van Verhofstadt I en II ondubbelzinnig de verantwoordelijkheid draagt. Op het jaar 2000 na is een slappe internationale conjunctuur kenmerkend voor deze periode. Als we de Belgische prestaties toetsen aan het Europese gemiddelde, krijgen we een beeld van de manier waarop ons land zich in ongunstige omstandigheden uit de slag trekt. Eerst bestuderen we de toestand van de economische groei, de investeringen, de tewerkstelling, de publieke financiën en de lopende rekening van de betalingsbalans in België. Daarna graven we wat dieper naar de oorzaken van die situatie. De reële economische groei (dus na inflatie) blijft de eerste toetssteen voor economisch succes. Grafiek 1 toont dat de Belgische economie in de periode 2000-2003 gemiddeld met 1,5 % per jaar groeide. Voor de Europese Unie (EU) ligt dat cijfer op 1,8 % en voor de eurozone op 1,6 %. Geen spectaculaire verschillen dus. De Europese gemiddelden bevatten evenwel het abominabele Duitse groeicijfer: amper 0,9 %. Als we Duitsland, goed voor een derde van de euro-economie, uit de cijfers halen, blijkt de rest van euroland een reële economische groei van 2 % gehaald te hebben. Een jaarlijks groeiverschil van een half procentpunt scheelt wél een slok op de borrel. De klassieke regel luidt dat 1 % minder groei het overheidstekort met 0,5 % van het bruto binnenlands product (BBP) vergroot. Had België in de periode 2000-2003 de gemiddelde groei van euroland exclusief Duitsland gerealiseerd, dan zou er geen enkel probleem geweest zijn om jaar na jaar de begroting minstens in evenwicht te houden. De investeringen van vandaag vormen de basis van de tewerkstelling, de welvaart en het welzijn van morgen, zo luidt een zeer oud en zeer waar axioma. Het totale investeringsvolume in België groeide tussen 2000 en 2003 aan met 3,4 %, tegenover 4,1 % voor de EU en 4,3 % voor euroland (zie grafiek 2). Duitsland zorgt hier voor een nog veel grotere verstoring. Tussen 2000 en 2003 kende de Duitse economie een reële desinvestering van 7 %. Halen we Duitsland weer uit de statistieken, dan ligt de aangroei van het reële investeringsvolume in de euro-economie op 9 % tussen 2000 en 2003. De werkloosheid nam de voorbije jaren scherp toe in België. Tussen september 2002 en september 2003 steeg het aantal werkzoekende uitkeringsgerechtigde volledig werklozen met 11 % tot 429.000. Door de goocheltrucs die België en andere landen uithalen met hun werkloosheidscijfers, is het zinvoller om de evolutie van de tewerkstelling te bekijken. Ook hier scoort ons land onder Verhofstadt slecht. Tussen 2000 en 2003 groeide de tewerkstelling in België aan met 0,9 %. Dat is minder dan de helft van het gemiddelde voor de EU en de eurozone (zie grafiek 3). Doen we hier de oefening over voor euroland exclusief Duitsland, dan neemt het verschil tussen België en de rest weer aanzienlijk toe. Voor premier Verhofstadt blijven de prestaties van zijn ploeg op het vlak van de publieke financiën het paradepaardje. De eerste minister wijst er graag op dat de lopende begroting in evenwicht is of een heel klein tekort vertoont. We kunnen niet ontkennen dat we hier beter presteren dan bijvoorbeeld Duitsland, Frankrijk, Nederland en Italië. Maar België blijft kreunen onder een torenhoge overheidsschuld (zie grafiek 4). Het verschil tussen de Belgische schuld en het gemiddelde van de eurozone lag in 2000 op 36,4 procentpunt. Eind dit jaar zullen we in de buurt van dertig procentpunt komen. De inhaalbeweging verloopt veel trager dan Verhofstadt bij zijn aantreden in 1999 voorzag. Als we ervan uitgaan dat het gemiddelde niet daalt - allicht een foute hypothese -, dan zal België er op dit ritme nog bijna twintig jaar over doen om het huidige gemiddelde van 72,8 % van het BBP te bereiken. Tegen die tijd zal de vergrijsde bevolking echter zware druk op de publieke financiën uitoefenen. Alle specialisten zijn het erover eens: tegen 2010 moeten we dicht in de buurt van het gemiddelde van de eurozone zitten. Dat de regeringen van Verhofstadt de publieke financiën niet goed beheren, is ook de hoofdboodschap van een recente analyse van de KBC. Oké, dat België nu voor het eerst in drie jaar een begrotingstekort zal moeten optekenen, hangt samen met de slappe conjunctuur. Maar, zo staat te lezen in het KBC-rapport, "ook de saneringsbereidheid van de overheid liet het de voorbije jaren afweten". Verhofstadt en zijn minister van Begroting konden teren op een verdere forse terugloop van de intrestlasten: van 6,5 % van het BBP in 2000 naar 5,2 % in 2003. Het zogenaamde primaire saldo (dat zijn de overheidsinkomsten min de overheidsuitgaven exclusief rentelasten) evolueerde in dezelfde periode van een overschot van 6,6 % van het BBP naar een surplus van 5,2 %. Het primaire saldo van België gaat daarmee even snel achteruit als in Duitsland en Frankrijk (zie grafiek 5). De KBC-analyse toont aan dat het de regering-Verhofstadt op de eerste plaats ontbrak aan voldoende controle over de uitgaven (exclusief de rentelasten). België boekt nu al jaren een riant overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans. Dat is in grote mate de balans van het goederen- en dienstenverkeer tussen ons land en de rest van de wereld (zie grafiek 6). Een overschot op de lopende rekening betekent dat we met z'n allen meer produceren dan we besteden. Met zo'n overschot zwellen de internationale reserves van ons land aan. In de tijd dat we nog Belgische franken hadden, viel er iets te zeggen voor het nastreven van een overschot. Beschikbare wisselreserves waren namelijk belangrijk voor de geloofwaardigheid van het wisselkoersbeleid, zeker in landen die een sterke munt wilden. Met de komst van de euro gaat dit argument niet meer op. Vandaag vormt het chronische overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans een goede illustratie van de Belgische ziekte: we consumeren en investeren te weinig. Het saldo van de lopende rekening, zo luidt een bekende macro-economische stelling, is onvermijdelijk het resultaat van de verhoudingen tussen binnenlandse bestedingen en spaarvolumes. Is de begroting van de overheid in evenwicht en sparen de gezinnen en ondernemingen meer dan ze investeren, dan vertoont de lopende rekening een overschot. Dat is wat er nu in België gebeurt. Minder sparen en meer investeren zouden het surplus op onze lopende rekening zo wegwerken. Maar door economische en budgettaire onzekerheden sparen Belgische gezinnen weer meer: 14,5 % van het beschikbare inkomen in 2003 tegenover 13 % in 2001. Veel zorgwekkender is echter het manifeste tekort aan investeringen in België. De structurele ondertewerkstelling hangt daar nauw mee samen. Het grote investeringstekort in ons land heeft alles te maken met wat volgt. Sinds de dramatische gebeurtenissen bij Ford Genk ligt het weer op ieders lippen: de loonlasten in ons land. Op basis van recente cijfers van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling ( Oeso) berekende de KBC dat de relatieve loonkost per eenheid product in België eind dit jaar ruim 8 % hoger zal liggen tegenover het gemiddelde van de drie belangrijkste handelspartners: Duitsland, Frankrijk en Nederland (zie grafiek 7). De relatieve loonkost per werknemer ligt in ons land 9 % hoger. Begin jaren tachtig was het verschil ongeveer dubbel zo groot als nu. Toen bood alleen een devaluatie van de frank nog een uitweg. Zijn onze beleidsmakers zich er voldoende van bewust dat een devaluatie niet meer kan? Hier tikt een heuse tijdbom. De internationale concurrentiekracht van een land wordt bepaald door meer dan alleen de loonkosten. Maar ook in bredere rangschikkingen scoorde België onder de regering van Verhofstadt niet echt riant. Het Zwitserse bureau IMD meet jaarlijks de concurrentiekracht van landen met een hele batterij parameters. België zit in de categorie van landen met minder dan 20 miljoen inwoners en bekleedt daar al enkele jaren de dertiende plaats. Maar de kwaliteit en efficiëntie van het overheidsbeleid gaan er de jongste jaren gestaag op achteruit. Managementadviseur A.T. Kearney publiceert jaarlijks een lijst van de 25 aantrekkelijkste landen voor buitenlandse investeerders. Enkele weken geleden kwam België niet meer voor in de jongste lijst van A.T. Kearney. Uiteraard hangt het lage concurrentievermogen van ons land in belangrijke mate samen met de ongunstige evolutie van de relatieve loonkosten, met onze loodzware fiscaliteit en de stringente administratieve en reglementaire verplichtingen. Zeker wat dit laatste betreft, is de regering-Verhofstadt er absoluut niet in geslaagd om haar ronkende beloftes om te zetten in daden. Het zou bovendien zeker geen kwaad kunnen als de politieke overheden wat positiever tegen het zakenleven aankeken. Voorzitter Ludo Verhoeven van het Vlaams Economisch Verbond ( VEV) zei onlangs dat bedrijven zich eigenlijk tevreden moeten stellen met een gedoogbeleid van de overheid. Het helpt echt niet dat politici als Guy Verhofstadt de maagdelijke onwetendheid spelen wanneer Ford Genk half wordt opgedoekt, noch dat minister van Leefmilieu Freya Van den Bossche ( SP.A) geregeld de mening ventileert dat "de ondernemingen te weinig bijdragen aan de gemeenschap". Dat blijft in ondernemerskringen langer hangen dan de peppraatjes die de premier in zijn beleidsverklaring verkoopt. Daan Killemaes Johan Van OvertveldtVolgens internationaal onderzoek gaan de kwaliteit en efficiëntie van het overheidsbeleid in België er de jongste jaren gestaag op achteruit. De voorbije drie jaar groeide de tewerkstelling in België aan met 0,9 %. Dat is minder dan de helft van het EU-gemiddelde.