UITZONDERLIJK WETENSCHAPPER.
...

UITZONDERLIJK WETENSCHAPPER.Milton Friedman ? Een rabiaat free marketeer, een dogmatisch monetarist, een rechts politiek activist : dit zijn waarschijnlijk de meest voorkomende typeringen van deze Chicago-econoom. Economen die hun vakgebied ernstig nemen, weten echter beter : Friedman is op de allereerste plaats een wetenschapper van een uitzonderlijk gehalte. Naast de Friedman van populistisch geïnspireerde werken als Free to Choose en Tyranny of the Status Quo is er immers ook de Friedman van de marshallian demand curve en van het sublieme handboek over prijstheorie. Dat Friedman erg moeilijk ligt bij een groot deel van het economenvolk heeft zo zijn redenen. Zijn goede vriend George Stigler, die net zoals Friedman was verbonden aan de roemruchte Universiteit van Chicago en in 1982 laureaat van de Nobelprijs Economie was, legde allicht de vinger op de wonde toen hij zei : "De problemen die veel mensen met Milton hebben, vloeien voort uit het feit dat hij zo ontzettend sterk is in het verdedigen van zijn visie. Ik heb hem nooit een debat weten verliezen." Geboren in 1912 in de New Yorkse Bronx, studeerde de jonge Friedman aan Rutgers University, Chicago University en Columbia University. "In Chicago leerde ik economie en aan Columbia brachten mensen als Harold Hotelling mij liefde voor statistiek, cijfers en empirische evidentie bij," aldus Friedman. Tijdens de oorlog deed Friedman als statisticus diverse jobs in overheidsverband en in 1946 doctoreerde hij aan Columbia. Datzelfde jaar startte hij ook zijn dertig jaar lange carrière als professor aan de universiteit van Chicago. Daar was hij, tijdens de voorbije driekwart eeuw, één van de drie personen die de fameuze cursus over prijstheorie, de absolute bijbel in Chicago, doceerde. Jacob Viner (1892-1970) deed het voor Friedman en Gary Becker, Nobelprijswinnaar in 1992, nadien (en tot op de dag van vandaag). Gedurende de eerste vijftien jaar van zijn academische loopbaan deed Milton Friedman voornamelijk onderzoek in de sfeer van deze prijstheorie of micro-economie. Pronkstuk uit de publicatielijst is zonder meer zijn Theory of the Consumption Function uit 1957. Daarin argumenteert Friedman dat mensen hun consumptie van vandaag niet zozeer afstemmen op hun inkomen van vandaag, maar wel op hun schatting van wat zij menen als permanent inkomen te kunnen verwerven. Deze intertemporele benadering van het fenomeen consumptie is nu gemeengoed in de economische analyse. Pas in de loop van de jaren zestig wierp Milton Friedman zich steeds meer op macro-economische en vooral monetaire materies. Maar ook hier situeerde de drijfveer zich in de micro-economie. Onder impuls van de economen Paul Samuelson en Robert Solow, die beiden waren verbonden aan het Massachusetts Institute of Technology én laureaat werden van de Nobelprijs, was immers de fameuze Phillips-curve de hoeksteen van het macro-economische stabilisatiebeleid geworden. Die Phillips-curve gaf beleidsmensen zogezegd de mogelijkheid om de werkloosheid te bestrijden door wat meer inflatie toe te laten en vice versa. Al op het einde van de jaren zestig, dus lang voor de Opec-crisissen, argumenteerde Friedman dat die trade-off op langere termijn helemaal niet bestond omdat zoiets ten gronde veronderstelt dat consumenten, werknemers en bedrijfsleiders zich voortdurend in de luren laten leggen. Zowat het hele economenvolk lachte hem weg. Vandaag neemt nauwelijks nog iemand de Phillips-curve ernstig. Samen met zijn medewerkster Anna Schwartz publiceerde Friedman in 1963 het monumentale A Monetary History of the United States. Mede door dit onderzoek kwam Friedman tot de overtuiging dat monetair beleid geen enkele invloed heeft op reële variabelen (groei, tewerkstelling), dat fluctuaties in de geldhoeveelheid zich quasi-proportioneel vertalen in schommelingen in de inflatie en dat bijgevolg een actief macro-economisch stabilisatiebeleid geen zin heeft. De voorbije dertig jaar vertelde Milton Friedman eigenlijk steeds hetzelfde verhaal : de overheid moet, primo, een vaste norm hanteren voor de aangroei van de geldhoeveelheid en, secundo, de marktkrachten hun werk laten doen. En niets meer. GEORGE STIGLER (R) OVER MILTON FRIEDMAN (L) Ik heb hem nooit een debat weten verliezen.