Grootstedenbeleid: 200 miljoen euro in de vuilnisbak(wijk)?

Sinds 1999 heeft de federale overheid al 200 miljoen euro gepompt in de probleembuurten van de grote steden. Is het wel de juiste tactiek om alle energie en middelen te focussen op die vaak verpauperde en verloederde wijken?

Meer informatie: www.grootstedenbeleid.be

Barcelona, Praag, Stockholm, Londen, Parijs, Madrid of Brussel, één strijd? De grote steden hebben bijna allemaal te maken gehad met dezelfde structurele problemen. Hun buitenwijken, die voorheen meestal beperkt van omvang waren, hebben zich te snel en ordeloos uitgebreid en zijn vaak opnieuw tot ontbinding overgegaan als gevolg van de opeenvolgende economische crisissen of weinig rationele vastgoedconcentraties. Samen met het alles-voor-de-auto-beleid, groeide langs de invalswegen ook het aantal braakliggende terreinen, de overblijfselen van een eerder tijdperk van groei. En tegenwoordig worden ook de arbeiderswijken van de westerse stadspolen aangetast door het ‘stedelijke braakland’ aan de stadsrand.

De kwalen die in dat verband zowat overal weerkeren zijn ‘vuilnisbakwijken’, verpaupering, immigratie, clandestiniteit, werkloosheid en de opkomst van extreem rechts. “Overal – in Parijs, Londen, Québec, Charleroi of Antwerpen – zijn de kenmerken van die stadswijken in verval identiek,” stelt de voorzitter van de vzw Centrum Management ( CEMA), Jean-Luc Calonger, vast. “Het aantal aanwijsbare bewoners en het gemiddelde inkomen zijn er in vrije val, de werkloosheidsgraad stijgt er pijlsnel. Terzelfder tijd geraakt het commercieel weefsel er onherstelbaar beschadigd.”

Verpaupering en verloedering

Gealarmeerd door de toename en de veralgemening van het fenomeen, zijn de openbare instanties al twintig jaar geleden begonnen met specifieke beleidslijnen uit te zetten voor die complexe problemen. “De verpaupering, de verloedering van het woongebied, de vervuiling, de onveiligheid – het zijn oorzaken van verval waarmee heel wat wijken in de Belgische grote steden te maken kregen sinds de jaren tachtig,” steekt ChristianDupont (PS), de nieuwe federale minister van Grootstedenbeleid, van wal. “We hebben te lang geloofd – of doen geloven – dat de stad zichzelf wel zou herstellen, dat het voldoende was om haar op natuurlijke wijze te laten doen. We moeten vandaag tot de harde vaststelling komen dat er snel en krachtdadig moet gehandeld worden.”

In Gent, Antwerpen, Charleroi of Seraing, net als in Liverpool, Cardiff, Praag of Bilbao, stelt men vast dat hoe groter de industriële ontplooiing in het verleden geweest is, hoe brutaler de economische reconversie was, en hoe zwaarder en onvermijdelijk de investeringen zijn. Na de noodgedwongen en soms zware saneringen van de industriële kankers, worden met de steun van alle overheidsechelons de nieuwe ordewoorden op een rijtje gezet: naast het klassieke trio properheid, veiligheid en nabijheid, duiken daarbij ook nieuwe begrippen op, die elders al hun sporen verdiend hebben, maar bij ons nog maar in embryonale vorm aanwezig zijn, zoals functievermenging, duurzame ontwikkeling, publiek-private samenwerking, geïntegreerde renovatie van de huisvesting en bewonersparticipatie.

Help, democratie in gevaar

Die dure en complexe beleidslijnen zijn bemoedigend, maar veeleisend en broos. Mirakeloplossingen zijn er niet en er is geen plaats voor plaatselijke demagogie of trial and error. De nood dringt, zowel op het sociale als het politieke vlak. De plaatselijke OCMW’s zijn overbelast, de werkers van de buurtverenigingen en de klassieke vormingscircuits eveneens. De gevolgen daarvan op het stembusgedrag zijn ijzingwekkend: er wordt afwijzend gestemd, gestemd uit wanhoop, de alarmklok wordt zowel in het noorden als in het zuiden van het land geluid.

“We concentreren onze inspanningen bewust op de probleemwijken, want het is dáár dat er een overduidelijke noodzaak bestaat om de galopperende sociale uitsluiting weg te werken,” beklemtoont Christian Dupont, die er terloops aan herinnert dat bijna één Belg op twee in de stad woont.

Bemoedigend op Belgisch vlak is alleszins de toename van de financiële middelen die door de federale overheid vrijgemaakt worden. Vanaf 2005 zullen de contracten die voor hernieuwing vatbaar zijn bovendien een driejarig karakter meekrijgen. Die aanpassing moet de steden en gemeenten in staat stellen om hun projecten te versterken, terwijl ze zullen kunnen genieten van een verlichting van de administratieve rompslomp.

Maar een dergelijke verlichting kan ook gevaarlijk zijn als de oordeelkundige planning op middellange termijn niet gepaard gaat met de eis om objectiveerbare resultaten neer te zetten. Een andere aanpassing zal erin bestaan om de bestaande ‘zones voor positief grootstedelijk beleid’ op basis van een wetenschappelijke studie te herdefiniëren. Er moet ook nog getracht worden om het federale beleid van de bevoegde ministeries op elkaar af te stemmen. “We willen vooral de verantwoordelijken op het terrein, die onder de voogdij van de gemeenten staan, onze expertise op het vlak van de sociale reïntegratie en onze catalogus van goede – zowel preventieve als curatieve – praktijken meegeven,” verkondigt Christian Dupont. “We beschikken ook over dwingende middelen om de plaatselijke medespelers ertoe te brengen hun opzet waar nodig opnieuw te bekijken. We zullen ook op jacht gaan naar de premiejagers die voortdurend soms tegenstrijdige of overtollige dossiers indienen om toch maar zoveel mogelijk subsidies binnen te rijven. Maar over het algemeen geven we toch de voorkeur aan begeleiding en advies.”

Zo groeide bijvoorbeeld in Antwerpen-Noord een grootscheeps project voor de sanering van een oud spoorwegemplacement van de NMBS, dat de naam SpoorNoord meekreeg. Bedoeling is om tegen 2007 de achtergestelde buurt nieuw leven in te blazen dankzij de aanleg van een groene en sportieve long van 25 hectare die voor iedereen toegankelijk zal zijn en waar de functievermenging zowel ontspanningsmogelijkheden en sportinfrastructuur, als huisvesting en kantoren zal omvatten.

Sterke punten niet vergeten

Toch klinkt er ook kritiek op het grootstedenbeleid. Want is het wel de juiste tactiek om zich toe te spitsen op de achtergebleven wijken? Tegenover de enorme bedragen die al werden uitgegeven, ogen de resultaten vrij mager. Is het niet veel lonender om energie en middelen te steken in de versteviging van de erkende sterke punten van een stedelijk weefsel en die met een domino-effect uit te breiden? Dan is er een grootstedenbeleid dat vertrekt vanuit een verbetering van het raderwerk tussen de verschillende functies van de hedendaagse stadspool.

Jean-Luc Calonger blijft geloven in de rol en kracht van de centrummanagers. Ze zijn nu al actief in Brussel, Antwerpen, Verviers, Bergen, Aarlen, Kortrijk en Gent en zullen, zonder enige taalbarrière, aanwezig zijn op een gemeenschappelijke stand tijdens de tiende editie van de internationale retail-vastgoedbeurs Mapic in Cannes. Dat is al een succes op zich.

Philippe Coulée

De kwalen zijn in alle probleembuurten dezelfde: vervuiling, verpaupering, immigratie, clandestiniteit, werkloosheid en de opkomst van extreem rechts.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content