Is dit nu de stap te ver of gaat premier Jean-Luc Dehaene ook dit verkocht krijgen aan de bevolking ? "Dit", is het feit dat de zittende politieke klasse er absoluut niets voor voelt om de conclusies van de commissie Dutroux ook effectief uit te voeren. Want als gewezen minister van Justitie Melchior Wathelet buiten schot wordt gehouden, dan vervalt ook het morele recht van de regering om mensen op de diverse niveaus van gerecht en politie te sanctioneren. Ook al zijn de besluiten van de commissie Dutroux daarover zeer duidelijk.
...

Is dit nu de stap te ver of gaat premier Jean-Luc Dehaene ook dit verkocht krijgen aan de bevolking ? "Dit", is het feit dat de zittende politieke klasse er absoluut niets voor voelt om de conclusies van de commissie Dutroux ook effectief uit te voeren. Want als gewezen minister van Justitie Melchior Wathelet buiten schot wordt gehouden, dan vervalt ook het morele recht van de regering om mensen op de diverse niveaus van gerecht en politie te sanctioneren. Ook al zijn de besluiten van de commissie Dutroux daarover zeer duidelijk. Het standpunt van de regering laat vooral in Vlaanderen een biezonder wrange nasmaak achter. Zelfs Jan met de Pet heeft wel in de mot dat er in heel het Dutroux-kluwen een gigantische mentale kloof gaapt tussen het noorden en het zuiden van het land. PS, PSC en zeker ook PRL klampen zich hardnekkig vast aan wat we de oude politieke cultuur kunnen noemen. De mogelijkheden tot een federaal juridisch beleid dat voldoende coherentie vertoont, verschrompelen. Dit nieuwe schisma in de Belgische maatschappij komt bovenop de sociaal-economische tweedeling. Vragen over de zin van het verder bestaan van de Belgische staatsstructuur worden vandaag geformuleerd door mensen die pakweg twee jaar geleden terzake absoluut geen militante visie vertolkten (zie ook Omslagverhaal blz. 30).Op sociaal-economisch vlak diept de kloof tussen Vlaanderen en Wallonië intussen verder uit. Het Instituut voor de Nationale Rekeningen gaf zonet de regionale rekeningen tot en met 1995 vrij. Voor de periode tot 1993 was het fenomeen reeds bekend, maar nu blijkt ook gedurende de jaren '94 en '95 de Vlaamse economie veel sneller gegroeid te zijn dan de Waalse. Het is nauwelijks overdreven te stellen dat Vlaanderen, als zelfstandige economische entiteit, het in de jaren negentig ongeveer even goed gedaan heeft dan het nu zo bejubelde Nederlandse model. Ook op sociaal-economisch vlak blijft het federale feit loodzwaar wegen op het beleid dat nodig is om Vlaanderen zich verder te laten ontwikkelen. Het budgettaire slot op de deur via de Maastrichtnormen verscherpt de communautaire verkramping, net zoals trouwens de lagere economische groei. Indien de groei sterker zou zijn, dan zou de te verdelen koek groter zijn en zouden de scherpste kantjes van de onenigheden tussen de twee landsgedeelten met de mantel van de subsidiëring en van de transfers kunnen worden toegedekt. Als we het Planbureau mogen geloven, staan er ons inzake economische groei echter terug zonniger tijden te wachten. De voorbije vijf jaar zakte België met een gemiddelde economische groei van rond de 1,2 % naar de absolute degradatiezone in het groeiklassement van de geïndustrialiseerde landen. De komende vijf jaar, aldus Planbureau-topman Henri Bogaert, zal het groeiritme van de Belgische economie simpelweg verdubbelen met onder meer als resultaat dalende werkloosheid en een verder inkrimpend overheidstekort. Deze opbeurende vaststelling is vooral een gevolg van het feit dat de komende jaren de Europese omgeving groeivriendelijker zal zijn. De conclusies van het Planbureau zijn hoofdzakelijk gebaseerd op de optimistische voorspellingen van de Europese Commissie. Die hangen op hun beurt nauw samen met de (waarschijnlijke) start van de Europese Monetaire Unie per 1 januari 1999. Het getuigt echter van een grote naïeviteit de EMU als een soort deus ex machina te zien inzake economische groei. De groei zal veeleer gestimuleerd worden door de omkaderende maatregelen die nodig zijn voor de EMU. Het betreft dan vooral maatregelen inzake de soepelere werking van zowel productmarkten (deregulering, monopolie enzovoort) als en vooral van de arbeidsmarkt. De broosheid van dit economisch koffiedik kijken, is echter zeer groot. Dit blijkt onder meer reeds uit de aanzwengelende discussie rond het groeicijfer van dit jaar. De meeste privé-voorspellers zitten thans met hun prognose op of zeer dicht bij de 2 %. Zowel het Internationaal Monetair Fonds als de Europese Commissie toonden zich de jongste weken een stuk optimistischer en zien nu voor de Begische economie in 1997 een groeicijfer van 2,3 %. Voor het al of niet halen van de Maastrichtnormen 3 % lopend tekort en een duidelijke tendens tot daling in de schuldratio maakt bijvoorbeeld een half procentpunt groei minder of meer een belangrijk verschil.Eigenaardig genoeg gaan sommige privé-voorspellers net op het moment dat langs officiële zijde de zaken roziger worden ingeschat, eerder de andere kant op. Niemand wil op dit ogenblik met naam genoemd worden maar drie niet direct aan de overheid gebonden voorspellers bevestigden aan Trends de groeiprognose voor dit jaar eerder neerwaarts te willen herzien naar 1,6 % à 1,8 %. De hoofdreden hiervoor zijn de binnenlandse bestedingen, en dan vooral de consumptie, die behoorlijk slap blijven.Het zijn echter niet alleen de bedrijven die voornamelijk van de binnenlandse markt afhangen, die het behoorlijk moeilijk blijven hebben. Omdat ook in Duitsland en Frankrijk de herleving niet echt van de grond komt, liggen de kaarten ook niet zo eenvoudig voor de ondernemingen die sterk afhangen van de traditionele West-Europese exportmarkten. Ondernemingen die op dit ogenblik echt goed draaien, beschikken over belangrijke afzetmarkten in Oost-Europa, Noord-Amerika en/of het Verre Oosten. De nuchtere vaststelling is dat deze bedrijven veel beter vertegenwoordigd zijn in Vlaanderen dan in Wallonië.JOHAN VAN OVERTVELDT