Dat er zowat in elke stad een restaurant naar hem wordt vernoemd, is misschien de grootste eer die een Griekse film te beurt kan vallen. Zorba the Greek, de kaskraker van Michael Cacoyannis, kwam uit in 1964. Het was de gouden tijd van de Griekse cinema. Het land bracht elk jaar meer dan 50 nieuwe films uit en actrices als Irene Papas en Melina Mercouri waren internationale sterren.
...

Dat er zowat in elke stad een restaurant naar hem wordt vernoemd, is misschien de grootste eer die een Griekse film te beurt kan vallen. Zorba the Greek, de kaskraker van Michael Cacoyannis, kwam uit in 1964. Het was de gouden tijd van de Griekse cinema. Het land bracht elk jaar meer dan 50 nieuwe films uit en actrices als Irene Papas en Melina Mercouri waren internationale sterren. Die glamour is verleden tijd. Toch stond de voorbije jaren een generatie regisseurs op die weer prijzen in de wacht sleept op de grote filmfestivals. Die bekroningen zijn maar het topje van de ijsberg, vinden ze bij Cinematek in Brussel. Het filmmuseum vertoont samen met Bozar Cinema een overzicht van 31 fictiefilms en documentaires van de nieuwe Griekse golf. 2009 is het wonderjaar van de nieuwe Griekse cinema. Dat jaar won Dogtooth van Giorgios Lanthimos de prijs Un Certain Regard op het filmfestival van Cannes. Het is een verontrustende film over ouders die hun zoon en twee dochters tot elke prijs willen afschermen van de buitenwereld. De kinderen groeien op in een villa waar een hoge schutting omheen staat. Als een van de dochters stiekem videocassettes van Jaws en de boksfilm Rocky IV in handen krijgt, vat ze het plan op om te ontsnappen uit haar gouden kooi. "Dogtooth is een film over hoe je de kijk van mensen op de werkelijkheid kunt manipuleren", zei Lanthimos in een interview. Even bevreemdend is Strella van Panos Koutras, dat als een komeet insloeg tijdens de Berlinale. Die film toont hoe een vader een relatie begint met zijn transseksuele dochter. Tussendoor knipoogt Koutras enkele keren naar Walt Disney. De filmcritici hadden al gauw een naam bedacht voor de nieuwe Griekse lichting: 'the weird wave' (de zonderlinge golf). Dat etiket doet veel jonge Griekse regisseurs oneer aan. Zij maken conventionelere films en hanteren een realistische stijl om de sociale toestanden in Griekenland in beeld te brengen. Bijvoorbeeld Plato's Academy van Filippos Tsitos, die in 2009 drie keer in de prijzen viel op het festival in Locarno. Het hoofdpersonage is Stavros, de eigenaar van een klein winkeltje in Athene, die met zijn drie sjofele vrienden de hele dag commentaar geeft op wat er gebeurt in hun straat. Ze kankeren vooral op de Chinese en Albanese migranten. Hun hond Patriot leren ze naar de indringers te blaffen. Tot Stavros erachter komt dat hij misschien zelf Albanees bloed heeft. 2010 werd weer een sleuteljaar. En niet alleen voor de filmmakers, want dat jaar brak de schuldencrisis uit die Griekenland op de rand van het faillissement bracht. "Het was ook een catastrofe voor de filmindustrie", zegt Maria Kominos van het Griekse Filmarchief. "De reclame-inkomsten van de televisiezenders vielen fors terug, daardoor konden ze geen films meer coproduceren. Veel productiehuizen maakten zowel fictiefilms als reclamespots en moesten hun activiteiten staken. De werkloosheid in de sector is torenhoog." De onafhankelijke filmmakers zetten koppig door. De Griekse samenleving veranderde drastisch en daar maken ze films over. Regisseurs hielpen elkaar om een productie rond te krijgen. "Plato's Academy was een van de laatste films die financiering vonden vóór de crisis. Ik had een budget van 800.000 euro", zegt Filippos Tsitos. "Om mijn volgende film, Unfair World, te maken, heb ik een appartement moeten verkopen. Ik beschikte over 230.000 euro. De meeste leden van de opnameploeg werkten gratis." Amnesia Diaries van Stella Theodorakis is nagenoeg een eenmansproject. De film is een soort gefilmd dagboek, waarin Theodorakis de super 8-films die ze in de jaren tachtig als student maakte, confronteert met beelden die ze opnam van 2010 tot 2012. "Het verlies van de onschuld, daar gaat de film voor een groot stuk over. Er is niet alleen de overgang van de wereld van mijn jeugd naar die van mijn volwassen jaren, je ziet ook dat in Griekenland een tijdperk afloopt." De crisis is alomtegenwoordig in de Griekse cinema sinds 2010. Wasted Youth van Argyris Papadimitropoulos en Jan Vogel vertelt het verhaal van Harris, een zestienjarige skater, en Vasilis, een depressieve politieman, tegen de achtergrond van een Athene in oproer -- het eigenlijke hoofdpersonage. In All Cats Are Briljant van Konstantina Voulgari probeert Electra, een jonge vrouw, een leven op te bouwen in een land in chaos. De aangrijpendste film is Boy Eating the Bird's Food van Ektoras Lyzigos. Hij gaat over een eenzame twintiger zonder baan. Zijn levensomstandigheden verslechteren, uiteindelijk moet hij zelfs het zaad van zijn kanarie eten om te overleven. "De jongen is een van de talloze Grieken die door de crisis hun gevoel van eigenwaarde zijn kwijtgeraakt, die alles zijn verloren", zegt Lyzigos. "De film is een verhaal over wat het betekent je trots en zelfrespect te behouden in zulke tijden. Soms is het misschien beter je waardigheid geheel te verliezen." Contemporary Greek Cinema, tot 20 maart in Cinematek en Bozar Cinema. WIM VER ELST"Om mijn volgende film te maken, moest ik een appartement verkopen. De meeste leden van de opnameploeg werkten gratis" Filippos Tsitos