Afgelopen week mocht Maastricht zowel het Belgische als het Nederlandse koningspaar ontvangen, de Luxemburgse groothertog en groothertogin, en de Duitse president. Dit alles ter gelegenheid van de 200-jarige viering van het Koninkrijk der Nederlanden. In de nasleep van het event debatteerde ik met Geert van Istendael en Joep Leerssen over 'de grens'. 'Waar een wil is, is geen grens' was de titel van het symposium. In Nederlands Zuid-Limburg is de grens alomtegenwoordig: 220 kilometer buitenlandse en 6 kilometer binnenlandse grens om precies te zijn.
...

Afgelopen week mocht Maastricht zowel het Belgische als het Nederlandse koningspaar ontvangen, de Luxemburgse groothertog en groothertogin, en de Duitse president. Dit alles ter gelegenheid van de 200-jarige viering van het Koninkrijk der Nederlanden. In de nasleep van het event debatteerde ik met Geert van Istendael en Joep Leerssen over 'de grens'. 'Waar een wil is, is geen grens' was de titel van het symposium. In Nederlands Zuid-Limburg is de grens alomtegenwoordig: 220 kilometer buitenlandse en 6 kilometer binnenlandse grens om precies te zijn. Tussen twee veel meer literair geïnspireerde denkers kom je als econoom snel weer met beide voeten op de grond. Plots is onze lokale geschiedenis weer een fascinerend onderwerp en krijgen grenzen hun eigen historische logica. Van het ontstaan en verdwijnen van het neutrale Moresnet tot de Diets-Romaanse lappendeken van de Voerstreek en het niemandsland van Klein Ternaaien, de drie breuklijnen die Joep Leerssen beschreef. Of Geert van Istendaels conclusie dat België noch Nederland binnen zijn eigen grenzen had mogen bestaan. Mijn eigen platvloerse economische bijdrage kon slechts verwijzen naar de hoge prijs, in de zin van gemiste groeimogelijkheden, die dit tussen buitenlandse grenzen geperste Zuid-Limburg nog altijd betaalt. Niet langer in handel en de verhandelbare diensten waarvan de meeste dankzij Europese integratie tegenwoordig geen hinder meer ondervinden, maar door al die andere grensbelemmeringen. Maar voor de grensbewoners tot wie ik mij tegenwoordig ook reken, is de grens natuurlijk ook een bron van inspiratie. Ik begon dan ook mijn bijdrage met een Loesje-slogan: 'Een grens is eigenlijk een wens... om verder te gaan'. In die zin zijn grensregio's, naast stadregio's, ook de interessantste regio's om te bestuderen. Een mooie casus die deze kwestie op indringende wijze illustreerde, was een debat dat eind februari plaatsvond in de Nederlandse krant NRC. Het ging over de bewering van de Stichting Regiobranding Zuid-Limburg, dat in Zuid-Limburg zo'n 2,2 miljoen banen beschikbaar zouden zijn binnen één uur reizen. Een typische pr-slogan, om het argument te weerleggen dat het logisch was dat jongeren de regio massaal verlaten om werk te zoeken in de Randstad. Zuid-Limburg is een van de Nederlandse regio's met de minste kansen op een baan. In haar rubriek 'feitenchecker' bestempelde de NRC de bewering van de Stichting Regiobranding Zuid-Limburg als 'onwaar'. Niet zozeer omdat het genoemde aantal banen nogal overdreven was, dan wel omdat de banen over de grens niet als 'echte' baankansen beschouwd konden worden. En om aan te tonen dat het eerder ging over 'wensbanen' dan om echte jobkansen, werd gewezen op het feit dat slechts 2 procent van de Limburgers in Duitsland werkt, terwijl dit in een grenzeloze regio 35 procent zou zijn. Kortom, wat jobs betreft is de grens een wens... Als bestuurder van een universiteit in deze grensregio dagen deze bevindingen mij en mijn collega's uit om in Loesjes woorden 'verder te gaan'. Verder in onderzoek en het bieden van informatie en expertise die de transnationale mobiliteit en samenwerking vergemakkelijken. Maar vooral moeten we onze talenkennis verbeteren, bij zowel studenten als staf. Uiteraard blijft Engels voor onze universiteit de lingua franca voor onderwijs en onderzoek. In een globale wereld is dat een vereiste. Maar net zoals wij onze buitenlandse studenten een basiscursus Nederlands aanbieden zodat ze zich beter kunnen integreren in de gemeenschap en ook na hun studie makkelijker in Zuid-Limburg of in Nederland een job vinden, daagt de grens ons uit de Nederlandse studenten basiscursussen Frans en Duits aan te bieden. Uiteindelijk is dat hetgene waartoe onze nabije Waalse en Duitse grenzen ons uitnodigen: ons de taal en cultuur van de andere kant van de grens eigen te maken. Zoals ik koning Filip onze universiteit mocht voorstellen: "Sire, wij worden steeds meer een Belgische universiteit..." De auteur is rector van de Universiteit Maastricht. LUC SOETEVoor de grensbewoners tot wie ik mij tegenwoordig ook reken, is de grens natuurlijk ook een bron van inspiratie.