Als u zich als bedrijfsleider een loon laat uitbetalen door uw vennootschap, betaalt u daarop tot 50 procent personenbelasting, plus de gemeentebelasting en de socialezekerheidsbijdragen. Ook dividenden zijn geen goedkope manier om geld uit uw vennootschap te halen. Op de winst betaalt u eerst vennootschapsbelasting, en van de winstuitkering gaat nog eens 27 procent roerende voorheffing af. U houdt slechts 48 procent over.
...

Als u zich als bedrijfsleider een loon laat uitbetalen door uw vennootschap, betaalt u daarop tot 50 procent personenbelasting, plus de gemeentebelasting en de socialezekerheidsbijdragen. Ook dividenden zijn geen goedkope manier om geld uit uw vennootschap te halen. Op de winst betaalt u eerst vennootschapsbelasting, en van de winstuitkering gaat nog eens 27 procent roerende voorheffing af. U houdt slechts 48 procent over. In plaats daarvan kunt u geld lenen van uw vennootschap. U moet daarvoor wel een marktconforme intrest betalen. Als u een goedkope of een renteloze lening opneemt uit uw vennootschap, wordt u belast op een voordeel van alle aard. Om dat te berekenen wordt een onderscheid gemaakt tussen hypothecaire en niet-hypothecaire leningen. Het belastbare voordeel is het verschil tussen de referentierentevoet, die jaarlijks wordt bekendgemaakt bij koninklijk besluit, en de rentevoet die u betaalt aan uw vennootschap. Voor een hypothecaire lening met een vaste rentevoet bedroeg de referentievoet vorig jaar 2,41 procent. Als u 5000 euro intresten betaalde tegen een rentevoet van 1 procent, wordt u belast op een voordeel van 2050 euro, of het verschil tussen 2,41 en 1 procent, vermenigvuldigd met 5000 euro. Daarop betaalt u maximaal 50 procent personenbelasting plus de gemeentebelasting. De referentierentevoet die gold aan het begin van de lening blijft tijdens de hele looptijd behouden. Voor hypothecaire leningen met een variabele rentevoet is de referentierentevoet lager dan voor kredieten met een vaste rente. De referentievoet kan hier wel veranderen. Hebt u in 2010 een hypothecaire lening afgesloten met een vijfjaarlijkse variabele rentevoet, dan bedroeg de referentievoet aanvankelijk 2,625 procent. In 2015 werd die verlaagd tot 0,04 procent voor de volgende vijf jaar. Door de verlaging van de rente zou u op een renteloze lening dus bijna geen belasting afdragen. Als bedrijfsleider kunt u geld overschrijven van de bankrekening van uw vennootschap naar uw privérekening, zonder dat een contract wordt opgemaakt en zonder dat u weet wanneer u die schuld aan uw vennootschap zult terugbetalen. U kunt dat vergelijken met een kaskrediet dat een zelfstandige afsluit bij de bank. Ook hier betaalt u belasting op het voordeel van alle aard. Dat belastbare voordeel wordt maandelijks berekend op basis van de gemiddelde stand van de schuld in rekening-courant op de actiefzijde van uw vennootschap. Als u bijvoorbeeld in 2015 geld hebt overgeschreven van de bankrekening van uw vennootschap naar uw persoonlijke rekening en u betaalt daar geen intresten op, dan wordt u belast op een voordeel dat wordt berekend tegen een referentierentevoet van 8,16 procent. Dat is een dure zaak. Een voorbeeld: op de rekening-courant van de vennootschap staat 19.900 euro op 31 december 2014, 30.000 euro op 31 januari 2015, 36.100 euro op 28 februari 2015 en 5000 euro op 31 maart 2015. In januari 2015 bedraagt het voordeel (19.900 + 30.000) / 2 x 8,16 procent / 12 = 169,66 euro. In februari is dat (30.000 + 36.100) / 2 x 8,16 procent / 12 = 224,74 euro, en in maart (36.100 + 5000) / 2 x 8,16 procent / 12 = 139,74 euro. Sinds 2015 zijn de variabele rentevoeten van hypothecaire leningen heel laag. In bepaalde gevallen, zoals voor contracten met een variabele rente en een herzieningsperiode tot en met vijf jaar, is de intrestvoet zelfs negatief. Dat betekent dat als u geld leent van uw vennootschap om een woning te bouwen, de vennootschap u eigenlijk zou moeten betalen. Dat is een unieke situatie, waarmee de fiscale wetteksten geen rekening houden. In de praktijk komt het erop neer dat de rente wordt herleid tot nul. U kunt dus renteloos lenen van uw vennootschap als u een hypothecair krediet met een variabele rentevoet afsluit. De referentierentevoet voor leningen met een variabele rente is nul, zodat u er ook geen belasting op betaalt. Weinig bedrijfsleiders maken daar gebruik van, zegt Frederik De Roo, partner bij BDO Belastingconsulenten. U moet rekening houden met twee voorwaarden. Om te beginnen moet er voldoende geld in de vennootschap zitten. Wilt u 10.000 euro lenen, dan moet er 10.000 euro beschikbaar zijn. Bovendien moet u een leningscontract sluiten met uw vennootschap, waarin staat welk bedrag u binnen welke termijn zult aflossen. Uw vennootschap neemt een hypothecaire inschrijving op een onroerend goed dat uw eigendom is. U moet daarvoor naar de notaris en de vennootschap moet de kosten van de hypothecaire inschrijving betalen. Er wordt een aflossingstabel opgemaakt, die u strikt moet naleven. Voor een hypothecaire lening die u hebt afgesloten met uw vennootschap, kunt u geen aanspraak maken op het fiscale voordeel van de woonbonus. Dat kan enkel met kredieten die u aangaat met een financiële instelling. Johan SteenackersU kunt renteloos en belastingvrij lenen van uw vennootschap als u een hypothecair krediet met een variabele rentevoet afsluit.