"Kerstmis, vier jaar geleden. Ik kreeg een boek van de Britse streetartist Banksy cadeau. Er zaten een paar stencils en drie spuitbussen bij - een soort startpakket waarmee ik zelf graffiti kon leren spuiten. De box belandde onaangeroerd in mijn kast. Toen ik twee jaar geleden verhuisde, kwam ik dat pakket opnieuw tegen. Ik kreeg er plots wel zin in. Ik probeerde het uit en het bleek meteen goed te lukken. Al snel begon ik te experimenteren met zelfgemaakte stencils van Mao, die als spuitvorm dienden. Mijn vrouw Nele, een grafisch vormgeefster, was meteen heel erg enthousiast, en dat was nodig om te motiveren.
...

"Kerstmis, vier jaar geleden. Ik kreeg een boek van de Britse streetartist Banksy cadeau. Er zaten een paar stencils en drie spuitbussen bij - een soort startpakket waarmee ik zelf graffiti kon leren spuiten. De box belandde onaangeroerd in mijn kast. Toen ik twee jaar geleden verhuisde, kwam ik dat pakket opnieuw tegen. Ik kreeg er plots wel zin in. Ik probeerde het uit en het bleek meteen goed te lukken. Al snel begon ik te experimenteren met zelfgemaakte stencils van Mao, die als spuitvorm dienden. Mijn vrouw Nele, een grafisch vormgeefster, was meteen heel erg enthousiast, en dat was nodig om te motiveren. "Intussen is graffiti een passie. 's Avonds zit ik thuis vaak aan stencils te snijden, die ik gebruik voor werken op doek of aanbreng op een speciale graffitiplek in Ledeberg, waar ik woon. Ook op mijn bedrijf Aristide (een stoffenediteur en -groothandel, nvdr) kan ik me uitleven met graffiti. Ik start elke werkdag rond zeven uur. Tot kwart voor acht houd ik me bezig in mijn atelier, een goed verluchtbare plaats in ons magazijn. Over de middag spuit ik soms nog een laagje." "Graffiti die naar vandalisme neigt, veroordeel ik. Maar als kunstvorm heeft graffiti zijn eigen codes. Je overspuit bijvoorbeeld pas iemands werk op een muur, als je denkt dat jouw tekening mooier zal zijn. Anders blijf je er gewoon af. Je weet nooit hoelang een tekening op een muur blijft staan. Dus als ze een paar weken te zien is, is dat een teken van respect van de collega's. "Ik gebruik streetart niet als kunstvorm om iets over mezelf te vertellen. Noem mijn werk een vorm van surrealisme. Een Jezus-figuur die zegt 'Darwin was right' bijvoorbeeld. Of 'Just hanging around' bij een modelskelet in een dokterskabinet. Ik heb ook een hele reeks gemaakt rond de selfishstick: een kruising tussen een selfiestick en een fishstick. "Eén keer lokte een beeld veel reactie uit. Ik maakte een parodie op de slogan van Appleseed, 'Properly train-ed kids don't have accidents', waarop een jong meisje met een machinegeweer stond. Ik had daarvan gemaakt: 'Kids without guns don't have accidents'. Zot wat voor reacties ik kreeg van wapendragers, die zeiden dat ze zich met wapens wilden beschermen tegen 'gekken met een geweer'. Terwijl ik mensen met mijn werk gewoon een glimlach wil ontlokken. Mijn strategie: de absurde realiteit kritisch observeren en er een ironisch sausje over gieten." "Als kind tekende ik al heel graag. In het ledenblaadje van onze studentenclub in Leuven maakte ik mijn eerste cartoons. Nu heb ik die creatieve draad weer opgepikt. Het grote voordeel aan graffiti, ten opzichte van bijvoorbeeld tekenen, is dat het zeer snel gaat. Het voorbereidende werk vergt wel veel concentratie. Maar als ik mijn stencils minutieus aan het voorbereiden ben, word ik helemaal rustig." "Ik merk dat ik steeds meer evolueer naar grotere formaten. Grotere graffitibeelden hebben nu eenmaal meer impact. Streetart is een hobby, maar ik heb er wel degelijk ambitie mee. Misschien hoop ik wel dat ik ooit eens opgepikt word. Zelf heb ik al een expo georganiseerd in een galerie, waar ik een paar werken heb verkocht. De grote stormloop was het niet, maar ik ben wel geslaagd in mijn ambitie. Een fulltimebaan zou ik er nooit van willen maken. Het moet een uitlaatklep blijven. Maar een beetje break-even draaien en mijn materiaalkosten terugverdienen, dat zou niet slecht zijn. Ik blijf een ondernemer, hè." THIJS DEMEULEMEESTER, FOTOGRAFIE JONAS LAMPENS