Zijn de Chinese en de Indiase dreiging voor de Europese Unie en de VS een ongelukkig toeval of een herneming van een geschiedenis van overheersing? Hugo Van de Voorde harkt breed door de kronieken van Azië en bijt naar het eurocentrisme; geschiedkunde uitsluitend toegespitst op Europa.
...

Zijn de Chinese en de Indiase dreiging voor de Europese Unie en de VS een ongelukkig toeval of een herneming van een geschiedenis van overheersing? Hugo Van de Voorde harkt breed door de kronieken van Azië en bijt naar het eurocentrisme; geschiedkunde uitsluitend toegespitst op Europa. Van de Voorde is een specialist van de hedendaagse geschiedenis, ere-inspecteur Geschiedenis voor het secundair onderwijs en auteur. Hij heeft een reeks publicaties over China, Azië en de internationale politiek op zijn conto. Bij Pelckmans verschijnt Het Gouden Oosten (zie blz. 118). Het boek is bevallig geschreven, getuigt van verliefdheid op het onderwerp en verdedigt de stelling dat Azië eeuwenlang het kerngebied was van de wereldeconomie. De industriële revolutie groef een ravijn tussen Europa en Azië en zij verklaart de twee eeuwen voorsprong van het Westen. Die spelen wij kwijt. De Europese uitzondering ontstond in de late achttiende eeuw. Zelfstandig en ongeremd denken sierden toen Europa, het dogmatisme ruimde baan voor het empirisme en het wetenschappelijk onderzoek werd geliefd en routine. Het ravijn tussen oost en west geraakt gedempt en Azië wordt van goud, bewijst Van de Voorde. Zijn boek toont aan dat Vlamingen bekwamer worden om zich te roeren over het buitenland. Dat wordt tijd. In 2004 publiceerde ex-ambassadeur Jan Hendrickx, oud-kabinetschef van onder meer Leo Tindemans, Vlaanderen en zijn buitenland (Davidsfonds). Een gids en een pleidooi voor een actiever Vlaams buitenlandbeleid. Hendrickx en Van de Voorde herontdekken de traditie van het Tijdschrift voor Diplomatie, tussen 1974 en 1983 uitgegeven en geredigeerd door Mark Grammens. Zijn essays schitterden voortreffelijk naast de teksten van de Internationale Spectator (Nederland) en Foreign Affairs (VS). De Vlamingen waren niet rijp voor het tijdschrift. Vlaamse belangen in het buitenland. De intellectuelen denken na over het buitenland, nu de Vlaamse politici nog. Vlaanderen is sinds 1993 wettelijk klaar voor het internationale verdragsrecht, voor onderhandelingen over Europese, handels-, landbouw- en gezondheidszaken, cultuur en ontwikkelingsbijstand. Vlaanderen onderhandelde de waterverdragen op een minimum van tijd met Nederland, na decennialang Belgisch getreuzel. De Vlamingen hebben eigen belangen te verdedigen voor de landbouw (die verschilt grondig van de Waalse), de internationale handel en gezondheidszorg (denk aan Peter Piot, het Tropisch Instituut en aids), de relatie met Nederland (het Beneluxverdrag loopt naar zijn einde en dient vernieuwend herschreven te worden), de Angelsaksische wereld en de Europese Unie. Vlaanderen is met belangrijke andere gebieden van Europa een zogenaamde constitutionele regio, dus een regio met grondwettelijke bevoegdheden, en dat geeft ons inspraak bij bijvoorbeeld onderhandelingen over de Europese grondwet. Die zijn onder druk van de regering-Verhofstadt niet uitgeoefend. Toen Louis Michel aan het hoofd stond van Buitenlandse Zaken, werd dat ministerie een bijhuis van het Franse ministerie van Buitenlandse zaken. Wij liggen in Vlaanderen naast de Latijnen, maar evolueren naar een politieke cultuur die aansluit bij de Nederlanders en de Scandinaven. Buitenlandbeleid is geen akkefietje. Gewezen Vlaams premier Luc Van den Brande (CD&V) deed iets met zijn bevoegdheden, zijn opvolgers Patrick Dewael en Bart Somers (beiden VLD) hingen hun kar aan Verhofstadt-Michel en dat tweespan decreteerde " geenambras". Het legde de wet naast zich neer en de voetvegen in de Vlaamse regering volgden gedwee. De equipe van Yves Leterme (CD&V) beschouwt het buitenlandbeleid evenzeer als een akkefietje. Zij liet de bevoegdheden over het buitenland - na het slechte voorbeeld van Dewael en Somers, niet dat van Van den Brande - uitwaaieren over vier ministers: Leterme (landbouw) doet de Europese Unie, Fientje Moerman (VLD) de buitenlandse handel, Geert Bourgeois (N-VA) beheert scherven van een algemeen buitenlandbeleid en de onvermijdelijke Bert Anciaux (Spirit) colporteert het externe cultuurbeleid. Zij reizen chaotisch door elkaar. Geert Bourgeois heeft er bijvoorbeeld geen oren naar om serieus en regelmatig te overleggen met federaal minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht (VLD) en pleziert zijn maten van de Vlaamse Beweging met snoepgoed zoals een Vlaams Huis in de VS. Dat was er ooit onder Hugo Schiltz in de jaren tachtig en het opereerde letterlijk als een dependance van de confectievitrine van Marc Santens op Manhattan. De yankees zijn nog niet bekomen van een lachkramp. De auteur is directeur van Trends. frans.crols@trends.beFrans Crols