Midden-Europa wordt wel eens het land van het groteske en de identiteitsverschuiving genoemd. Het leverde in zijn multiculturele/dwanggeassimileerde vorm hoogtepunten in cultuur en wetenschappen.
...

Midden-Europa wordt wel eens het land van het groteske en de identiteitsverschuiving genoemd. Het leverde in zijn multiculturele/dwanggeassimileerde vorm hoogtepunten in cultuur en wetenschappen. Maar ook de werkelijkheid is een onuitputtelijke bron. Tijdens de Europese top de voorbije week liet de Poolse premier Jaroslaw Kaczynski de zes miljoen Poolse gesneuvelden tijdens de Tweede Wereldoorlog als extra pressiegroep aandraven. Het moet daar in Brussel een gezellig feestje geweest zijn. Kaczynski is niet de enige euroscepticus. Zijn Tsjechische collega Mirek Topolanek vindt de Europese grondwet "een ongelooflijke schijterij" (excusez le mot). "Een kleine binnenplaats en een lange zweep." Dat zijn dan weer de ingrediënten die de Slovaakse politicus Ján Slota nuttig vindt voor de omgang met zigeuners in zijn land. Niet meer dan een fait divers? Er rijst natuurlijk een probleem als dit soort figuren tot de leidende regeringen behoort van de nieuwe lidstaten. Zowel in Hongarije, Polen, Slovakije, als Tsjechië behoort dit vulgaire nationalistische populisme inmiddels tot de (lichaams)taal van de regeringleiders. Moeten we ons daar in West-Europa zorgen om maken? Uiteraard. De nieuwe lidstaten hebben namelijk grotendeels artificiële grenzen, en laten niet na dat te beklemtonen. Rond 1900 strekte de Hongaarse invloedssfeer zich uit tot de Adriatische Zee. Het land van de poesta vindt het niet meer dan normaal dat het zich bemoeit met het beleid van de taalgenoten in Roemenië of Servië. Slovakije is nog zo'n recente constructie. In 1848 was de hoofdstad, Bratislava, nog de stek waar het Hongaarse parlement zetelde. Het westen van Polen was tot voor de Tweede Wereldoorlog Duits grondgebied. Zullen die artificiële grenzen er ook nog over vijftig jaar zijn? De Europese Unie biedt voor die wisselvalligheid een vorm van stabiliteit. Maar de nieuwelingen zien het niet noodzakelijk zo. Voor hen is de EU te vaak de volgende in de rij van onderdrukkers. Na de Pruisen, de Habsburgers, de Russen, de Hongaren, de Duitsers of de Sovjet-Unie. En toch zullen Hongarije, Polen, Slovakije en Tsjechië moeten leren dat democratie ook compromissen maken betekent. Zonder vuilbekkerij. Daar is niets oneerbaars aan. Want de EU is natuurlijk geen onderdrukkingsmachine. Alleen al de Polen krijgen de volgende zeven jaar 49 miljard euro (West-Europees) belastinggeld toegeschoven. De levensstandaard gaat in Polen snel vooruit, de werkloosheid zakte tot 11 %. Dat blijft uiteraard een hoog getal en voer voor frustratie. Want ook West-Europa kan nóg meer water in de wijn doen. Het blijft onbegrijpelijk waarom België tot 2011 haar grenzen gesloten houdt voor werknemers uit de nieuwe lidstaten. De bedrijven schreeuwen om deze sociaal mobiele en technisch geschoolde migranten. Bovendien nemen vooroordelen ten aanzien van de West-Europese landen af voor wie hier woont en werkt. Open dus die grenzen, vooraleer het Midden-Europese populisme ze weer voor een halve eeuw sluit. Wolfgang Riepl