Wie het wild groeiende gamma van Volkswagen bekijkt, merkt dat de Duitse constructeur een nieuwe koers vaart: voortaan wil VW meespelen in elk segment. En ook in elk subsegment. Zoals Renault het al een flinke poos aanpakt: de Mégane heeft zoveel gedaanten (berline, break, monovolume, coupé-cabrio...) dat een mens het niet meer bijhoudt. Maar het promoveerde de naam Mégane wel tot een topper in de Europese verkoopcijfers.
...

Wie het wild groeiende gamma van Volkswagen bekijkt, merkt dat de Duitse constructeur een nieuwe koers vaart: voortaan wil VW meespelen in elk segment. En ook in elk subsegment. Zoals Renault het al een flinke poos aanpakt: de Mégane heeft zoveel gedaanten (berline, break, monovolume, coupé-cabrio...) dat een mens het niet meer bijhoudt. Maar het promoveerde de naam Mégane wel tot een topper in de Europese verkoopcijfers. Dat hebben ze bij Volkswagen ook gezien, temeer omdat zelden zoveel inkt vloeide over een model als over de nieuwe Golf die vorig jaar werd geïntroduceerd: Volkswagen raakte het ding niet meer aan de straatstenen kwijt, als je het moest geloven. En er werd gezocht naar allerlei verklaringen. Hij was niet avontuurlijk genoeg. Te saai, ook. Terwijl de Golf het niet onaardig doet, zeker in België: in de statistieken van de gewone personenwagens moet hij alleen de immens populaire, kleine Peugeot 206 voor laten. Maar de Golf scoort inderdaad minder goed in het gecumuleerde klassement van berlines, monovolumes en breaks samen. Omdat de klassieke personenwagen al lang geen groeimarkt meer is. Volkswagen wil zijn modellen dus laten uitwaaieren. De monovolumeversie van de Golf kennen we al, hij rijdt rond als Touran. En tijdens het weekend van 5 maart schalden in alle concessies de klaroenen toen de Golf Plus boven de doopvont werd gehouden: even breed en lang als de gewone Golf, maar negen en een halve centimeter hoger. Waarmee hij helemaal inspeelt op de lusten van de hedendaagse consument: een auto moet ruim zijn, naar monovolume neigen, en vooral modulair en polyvalent zijn, met veel bergvakjes. Je kan er inderdaad behoorlijk wat rommel in kwijt, en het interieur laat zich vlot aanpassen omdat de achterbank verschuifbaar is. Met de volledige achterbank neergeklapt ontstaat een laadruimte, zo goed als vlak, van maar liefst 1450 liter. De Golf Plus houdt het midden tussen berline en monovolume, en is ook een beetje break. Een concurrent voor, onder meer, de populaire Peugeot 307 SW, verwacht je dan. We reden met de 1,9 Tdi van 105 pk (er is ook een tweeliter van 136 pk, de krachtigste benzinemotor is de 1.6 FSi van 115 pk) en merkten dat we wel héél zuinig konden kruisen. Bij gewoon rijgedrag valt op dat de Plus zich perfect gedraagt als de gewone Golf: in de bochten voel je niet echt dat het tuig hoger van de grond staat. Daarom is de ophanging wel een snuifje harder afgeveerd, ook al omdat de Plus honderd kilo meer weegt. Maar hij heeft en geeft alles wat je van een Golf kan verwachten. Zoals dat gevoel van degelijkheid. Minder leuk: in onze ideale rijhouding zagen we de neus van de auto niet. En de viercilinder turbodiesel, een motor met pompverstuiver, is vooral koud toch wel een brulaapje. Jo Bossuyt