Wat moet ik weten vooraleer ik een werknemer een lening geef tegen gunstige voorwaarden?

Als werkgever kunt u aan om het even welk personeelslid een lening geven tegen voordelige voorwaarden. Ongeacht de exacte vorm (hypothecaire lening, lening om de aankoop van een wagen te financieren, voorschot via rekening), wordt zo'n lening tegen voorwaarden die gunstiger zijn dan de marktvoorwaarden, beschouwd als een voordeel van alle aard.
...

Als werkgever kunt u aan om het even welk personeelslid een lening geven tegen voordelige voorwaarden. Ongeacht de exacte vorm (hypothecaire lening, lening om de aankoop van een wagen te financieren, voorschot via rekening), wordt zo'n lening tegen voorwaarden die gunstiger zijn dan de marktvoorwaarden, beschouwd als een voordeel van alle aard. In fiscaal opzicht gaat het om een belastbaar voordeel van alle aard dat forfaitair wordt geraamd. De werknemer moet op het voordeel van alle aard dus belastingen betalen, net zoals op zijn beroepsinkomsten. Het belastbare voordeel is gelijk aan het verschil tussen de referentierentevoet (jaarlijks vastgelegd per type lening) en de rentevoet die de werknemer moet betalen. De werkgever kan het aan de werknemer toegestane voordeel van alle aard in aftrek brengen als loon. Het voordeel van alle aard moet dus worden vermeld op de individuele fiche, zo niet riskeert de werkgever een aanslag op geheime commissielonen tegen een tarief van 309 procent. Ook de RSZ beschouwt een renteloze lening of een lening tegen een rentevoet die lager ligt dan de gangbare marktrente als loon en dus zijn er socialezekerheidsbijdragen op verschuldigd. Opnieuw is het voordeel gelijk aan het verschil tussen de referentierentevoet en de rentevoet die de werknemer moet betalen. De werkgever mag slechts in een zeer beperkt aantal gevallen inhoudingen verrichten op het loon. Bovendien bedraagt het totaalbedrag van die inhoudingen maximaal een vijfde van elke betaling. 'Door de werkgever verstrekte voorschotten in geld' is een van de gevallen waarbij inhoudingen op het salaris zijn toegestaan. De rechtspraak heeft erkend dat een burgerlijke lening die door de werkgever wordt toegestaan aan een werknemer met financiële problemen, kan vallen onder de noemer 'voorschotten in geld'. Bij niet-terugbetaling kan de werkgever de bedragen die volgens de leningovereenkomst verschuldigd zijn dus in principe inhouden op het loon van de werknemer. Hij moet er wel op letten dat de voorwaarden vervuld zijn om een wettelijke schuldvergelijking te kunnen toepassen. Het is ook verstandig in de leningovereenkomst te vermelden dat het geleende bedrag een 'voorschot op loon' is. En wat als het niet mogelijk is inhoudingen te verrichten? Dan kunnen beide partijen overeenkomen om het loon te compenseren met een verplichting tot teruggave door de werknemer, op voorwaarde dat dit akkoord gesloten wordt nadat het salaris opeisbaar is geworden. Als de werkgever geen inhoudingen op het loon mag verrichten, rest er hem maar één ding: de bedragen terugvorderen via een ingebrekestelling en, als dat niets oplevert, een rechtszaak aanspannen.Hebt u een vraag voor onze experts? Stuur een e-mail naar expert@trends.be.JURIDISCH Amandine Kitambala, legal expert bij HDP & Arista