Renault was aanvankelijk niet van plan zijn dochter Dacia ook in onze contreien te lanceren. Het zou het Roemeense budgetmerk alleen op groeimarkten serveren, in Centraal- en Oost-Europa. Tot misschien iemand in de directiekamer zei: ach ja, waarom zouden we het toch niet eens proberen in West-Europa? In 2004 werd hier de Logan gelanceerd, maar de grote doorbraak kwam in 2010, toen Dacia de Duster op de markt bracht. Die stoere SUV vond nog meer dan de andere modellen van Dacia een gat in de markt: hi...

Renault was aanvankelijk niet van plan zijn dochter Dacia ook in onze contreien te lanceren. Het zou het Roemeense budgetmerk alleen op groeimarkten serveren, in Centraal- en Oost-Europa. Tot misschien iemand in de directiekamer zei: ach ja, waarom zouden we het toch niet eens proberen in West-Europa? In 2004 werd hier de Logan gelanceerd, maar de grote doorbraak kwam in 2010, toen Dacia de Duster op de markt bracht. Die stoere SUV vond nog meer dan de andere modellen van Dacia een gat in de markt: hij was spotgoedkoop en toch trendy. Zeven jaar later zijn er 1,1 miljoen van verkocht. Nu is het meer dan tijd voor de tweede generatie. Ook die zal serieus scoren: de Duster heeft als zeer betaalbare SUV nog altijd geen echte concurrent, temeer omdat de prijslijst bij de lancering van deze tweede lichting nauwelijks wijzigt. De instapprijs bedraagt nog altijd 11.990 euro voor de basisversie, die standaard is uitgerust met elektrische ramen vooraan en centrale vergrendeling met afstandsbediening. De duurste Duster kost 19.900 euro en komt met een turbodiesel van 110 paarden en vierwielaandrijving. Diesel kan al vanaf 15.000 euro. De 1.2 turbobenzine van 125 paarden kost met alle mogelijke opties 19.350 euro. Uiterlijk heeft Dacia het behoorlijk conservatief gespeeld: deze tweede generatie oogt meteen vertrouwd en is herkenbaar als een Duster. Wel is hij een zucht groter. Aan het interieur hebben de designers flink gesleuteld. Vooraan hebben de stoelen een iets langere zitting, wat het comfort verhoogt. En eindelijk is het stuur ook in de diepte en de hoogte verstelbaar - de grootste lacune van de eerste generatie. Uiteraard vonden we in het interieur veel harde plastic. Dat kan moeilijk anders voor die prijs, maar het oogt wel allemaal beter afgewerkt dan voorheen. Onderhuids is er niet zo veel veranderd, en dat is goed nieuws. De Duster rijdt comfortabel, maar hij is ook weer niet te zacht opgehangen, zodat hij in de bochten geen vervelende rolneiging krijgt. Met de turbobenzine van 1,2 liter en 125 paarden is het aangenaam rijden en accelereren, met meer dan voldoende vermogen en motorkoppel om in elk verkeerstype lustig mee te rijden. Maar de zuinigste van de klas is hij niet: rekenen op 7 liter in de praktijk.