Het lijkt een handige belastingtruc: een belastingplichtige verplaatst zijn wettelijke domicilie naar een gemeente die weinig of geen aanvullende gemeentebelasting heft, terwijl hij in werkelijkheid op een ander adres blijft wonen. De gemeentebelasting wordt berekend boven op de personenbelasting en bedraagt vaak meer dan 7 procent. In de kustgemeentes Knokke-Heist, Koksijde en De Panne daarentegen is geen aanvullende gemeentebelasting verschuldigd. Alle tarieven voor het aanslagjaar 2013 kunt u raadplegen op de website van het ministerie van Financiën, financien.belgium.be, klik op 'particulieren', 'belastingaangifte' en 'gemeentebelasting'.
...

Het lijkt een handige belastingtruc: een belastingplichtige verplaatst zijn wettelijke domicilie naar een gemeente die weinig of geen aanvullende gemeentebelasting heft, terwijl hij in werkelijkheid op een ander adres blijft wonen. De gemeentebelasting wordt berekend boven op de personenbelasting en bedraagt vaak meer dan 7 procent. In de kustgemeentes Knokke-Heist, Koksijde en De Panne daarentegen is geen aanvullende gemeentebelasting verschuldigd. Alle tarieven voor het aanslagjaar 2013 kunt u raadplegen op de website van het ministerie van Financiën, financien.belgium.be, klik op 'particulieren', 'belastingaangifte' en 'gemeentebelasting'. Dat het in theorie loont te wonen in een gemeente met een lage aanvullende belasting, blijkt uit dit voorbeeld. Johan en Ilse zijn getrouwd en hebben twee kinderen. Ze wonen in een Brusselse gemeente, waar ze 7,8 procent aanvullende gemeentebelasting betalen. Johan heeft een belastbaar loon van 38.000 euro per jaar; zijn vrouw verdient 35.000 euro per jaar. Als ze geen werkelijke beroepskosten aftrekken -- ze maken gebruiken van het kostenforfait -- en geen andere aftrekbare kosten zoals een hypothecair krediet hebben, betaalt Johan op zijn loon 10.380,69 euro personenbelasting en Ilse op het hare 10.109,69 euro (berekening op basis van de gegevens geldig voor het inkomstenjaar 2012). De aanvullende gemeentebelasting die wordt berekend boven op de personenbelasting, bedraagt voor Johan 809,69 euro en voor Ilse 788,56 euro. Door te verhuizen naar een gemeente die geen gemeentebelasting heft, kunnen Johan en Ilse dus 1598,25 euro per jaar besparen. Voor mensen met een hoog belastbaar inkomen kan een lage aanvullende ge-meentebelasting een aanzienlijke belastingbesparing met zich brengen. De verleiding is voor veel Belgen dan ook groot om een woning te kopen in een kustgemeente zonder gemeentebelasting -- bijvoorbeeld Knokke-Heist -- en daar hun wettelijke domicilie te vestigen, zelfs als die inschrijving niet overeenstemt met hun echte woonplaats. De belastingplichtige blijft dan wonen in het binnenland en verblijft enkel sporadisch -- in de weekends en tijdens de vakantie -- aan zee. Maar het is niet zo verstandig een loopje te nemen met de werkelijkheid. Bovendien wordt de lagere aanvullende gemeentebelasting vaak in meerdere of mindere mate tenietgedaan door andere belastingen, zoals een hogere onroerende voorheffing. De gemeente die voor het inkomstenjaar 2013 aanvullende belasting mag heffen boven op uw personenbelasting, is die waar u op 1 januari 2014 uw fiscale woonplaats hebt. De fiscus kijkt daarvoor naar de plaats waar u en uw gezin verblijven gedurende het grootste deel van het jaar. Dat is niet noodzakelijk de plaats waar uw officiële domicilie is gevestigd. De plaats waar u bent ingeschreven in het bevolkingsregister, creëert alleen een vermoeden van uw fiscale woonplaats. Dat kan worden weerlegd als blijkt dat u eigenlijk elders woont. In dat geval mag de fiscus u belasten in de gemeente waar u echt verblijft met uw gezin. Om dat te bepalen, wordt gekeken naar de feitelijke omstandigheden. Waar gaan uw kinderen naar school? Waar tankt u? Waar gaat u naar de dokter? Bij wie bent u verzekerd? Bij welke garage gaat uw wagen op onderhoud? Waar doet u uw dagelijkse inkopen voor het gezin? Waar gaat u op restaurant? Bij welke dokter gaat u te rade als u ziek bent? Van welke verenigingen bent u lid? Wilt u bijvoorbeeld uw fiscale woonplaats in Knokke-Heist vestigen om er geen aanvullende gemeentebelasting te betalen, dan moet u dus bewijzen dat uw gezins- en sociaal leven zich vooral daar afspeelt. Om dat te staven, kunt u bijvoorbeeld een klantenkaart van een lokale winkel, bewijzen van tankbeurten of facturen van de garage aan de fiscus voorleggen. Ook de wijkagent kan daarin een belangrijke rol spelen. Als hij verklaart dat hij heeft vastgesteld dat u echt in de kustgemeente verblijft, zal de fiscus daarmee rekening houden. De plaats waar het gezinshoofd zijn beroep uitoefent, is eveneens een belangrijke aanwijzing om de fiscale woonplaats te bepalen. Als u bijvoorbeeld werkt in Brussel en u officieel bent gedomici- lieerd in Knokke, zal de fiscus daar niet zomaar mee akkoord gaan. Discussies over de fiscale woonplaats van een belastingplichtige worden geregeld beslecht door de rechter. Zo sprak het hof van beroep van Brussel zich enkele jaren geleden uit over een vrije beroeper van wie de fiscus beweerde dat hij zijn fiscale woonplaats misbruikte. De man had zijn praktijk in een villa in een Brusselse gemeente, waar hij tijdens de week ook met zijn vrouw en twee kinderen woonde. De kinderen liepen school in Brussel. In de schoolvakanties, tijdens de weekends en op feestdagen verbleven de man en zijn gezin in Knokke-Heist, in de woning waar zijn moeder gedomicilieerd is. Zijn moeder had als langstlevende echtgenote het vruchtgebruik van de woning, hij de blote eigendom. De man en alle leden van zijn gezin waren ingeschreven in het bevolkingsregister van Knokke-Heist. Volgens de man was Knokke-Heist zijn fiscale woonplaats, volgens de fiscus was dat de Brusselse gemeente, waar 6 procent aanvullende gemeentebelasting verschuldigd was. De beroepsrechter keek eerst naar de plaats waar de man en zijn gezin hun sociale leven hadden uitgebouwd. Dat bleek evenwichtig verdeeld te zijn tussen Brussel en Knokke-Heist. Daarnaast hield de rechter rekening met de plaats waar de man zijn beroepsbelangen had. Dat was ontegensprekelijk de Brusselse gemeente, waar zijn praktijk was gevestigd. De rechter gaf de fiscus daarom gelijk: de man moest gemeentebelasting betalen in het Brusselse. Als u een tweede verblijf koopt, moet u daarop elk jaar onroerende voorheffing afdragen. Een belangrijk deel van die voorheffing gaat naar de provincie en de gemeente door de toepassing van de zogenoemde gemeentelijke en provinciale opcentiemen op de onroerende voorheffing. We keren terug naar het voorbeeld van Johan en Ilse. Als ze verhuizen naar Knokke-Heist en daar een appartement met een niet-geïndexeerd ka-dastraal inkomen van 2000 euro kopen, heft de gemeente 1900 gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing. Dat betekent dat ze jaarlijks 1803,22 euro onroerende voorheffing betalen. Johan en Ann doen er dus verstandig aan na te gaan of het voordeel van de lagere aanvullende gemeentebelasting in Knokke-Heist niet wordt tenietgedaan door de hogere gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing. Gemeentes compenseren een lage gemeentebelasting vaak door hogere opcentiemen op de onroerende voorheffing te heffen. Aangezien de onroerende voorheffing wordt bepaald op basis van het kadastraal inkomen -- hoe hoger het kadastraal inkomen, hoe hoger de onroerende voorheffing -- kan dat in de eindafrekening zwaar doorwegen. De kadastrale inkomens in Knokke liggen fors hoger dan in landelijke gemeentes. Als u wilt verhuizen naar een kustgemeente met een lage aanvullende belasting, moet u er ook rekening mee houden dat de tien kustgemeentes een belasting op tweede verblijven heffen. Het gaat om forfaitaire bedragen die de eigenaars van een tweede verblijf aan zee elk jaar opnieuw moeten betalen. In 2013 hebben vier gemeentes die belasting opgetrokken. Oostende is de koploper met maar liefst 1000 euro belasting per jaar, of een verhoging met 53,85 procent tegenover vorig jaar. De bedragen in Koksijde schommelen tussen 720 en 895 euro, en die in Blankenberge tussen 595 en 695 euro. Knokke-Heist legt 700 euro op. Het ziet ernaar uit dat ook de andere kustgemeentes hun belasting op tweede verblijven verhogen in hun zoektocht naar extra inkomsten. In een recent arrest moest het hof van beroep in Gent zich uitspreken over een vraag of de belasting op tweede verblijven van Koksijde strookte met het grondwettelijk gewaarborgde gelijkheidsbeginsel. Het hof oordeelde dat dit niet het geval is en dat "er op zich geen objectieve reden is om de kosten ter dekking waarvan het belastingreglement van Koksijde een belasting wil heffen uitsluitend ten laste van de eigenaars van tweede verblijven te innen en niet ten laste van de inwoners." Dat betekent dat Koksijde zijn belastingreglement op tweede verblijven niet meer mag toepassen. Maar het hof van beroep in Gent heeft zich enkel uitgesproken over de belasting op tweede verblijven in Koksijde, niet over die in andere kustgemeentes. Dat Koksijde geen aanvullende gemeentebelasting heft, kon op weinig sympathie van de rechters rekenen. JOHAN STEENACKERSGemeentes compenseren een lage gemeentebelasting vaak door hogere opcentiemen op de onroerende voorheffing te heffen.