Tony Vandeputte, ex-gedelegeerd bestuurder van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO), brengt zijn tijd niet in ledigheid door. Hij heeft een boekje geschreven over de recente geschiedenis van het sociaal overleg en vooral over hoe hij de toekomst ziet. In die toekomstvisie daagt hij alle partijen - overheid, vakbonden en werkgevers - uit om een nieuwe positie in te nemen.
...

Tony Vandeputte, ex-gedelegeerd bestuurder van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO), brengt zijn tijd niet in ledigheid door. Hij heeft een boekje geschreven over de recente geschiedenis van het sociaal overleg en vooral over hoe hij de toekomst ziet. In die toekomstvisie daagt hij alle partijen - overheid, vakbonden en werkgevers - uit om een nieuwe positie in te nemen. De werkgevers moeten meer begaan zijn met kwalitatieve eisen. Vandeputte redeneert, terecht, dat er in de komende jaren bijna geen materiële voordelen meer toegekend kunnen worden. "Maar je moet iets bieden in ruil," zegt hij in een artikel op bladzijde 54. "De jongeren lopen hoog op met de levenskwaliteit. Daarom moeten de werkgevers speciale aandacht schenken aan kwalitatieve aspecten zoals vorming, loopbaanbegeleiding, de verhouding tussen professionele activiteiten en gezinsleven."Tegelijk moeten de vakbonden meer flexibiliteit aanvaarden dan vandaag het geval is. Zo'n win-winsituatie kan vandaag ontstaan in de eindeloopbaandiscussie. Vandeputte zwijgt er zedig over, want hij wil zijn opvolger Rudi Thomaes niet voor de voeten lopen. Maar het is duidelijk dat in het loopbaaneinde een evenwicht moet worden gezocht tussen voordelen voor de werkgever en voordelen voor de werknemer. Het is absoluut noodzakelijk dat de gemiddelde werknemer langer werkt dan vandaag het geval is. We herhalen het nog maar eens: langer werken betekent meer inkomsten voor de overheid en de sociale zekerheid, betekent meer mogelijkheden voor lastenverlichtingen en betekent meer groei en meer jobs. Voor de gemiddelde werknemer is langer werken zeker niet leuk. Dus moet hij er iets voor terugkrijgen: een meer ontspannen loopbaan. Nu werken te veel mensen zich bij wijze van spreken dood tussen hun 25ste en 45ste jaar. In die levensfase werken de Belgen harder en meer dan de gemiddelde Europeaan. De hoge loonkosten vereisen zo'n hoge productiviteit dat stress (en soms burn-out) het gevolg zijn. Wanneer de loopbaan zo kan geschikt worden dat er ruimte voor rust kan worden gecreëerd, is dat een voordeel voor de werknemer. Zo'n loopbaanbegrip is alleen mogelijk wanneer je een loopbaan van bijvoorbeeld veertig jaar als basis neemt voor een volwaardig wettelijk pensioen. Kiezen mensen ervoor die veertig jaar niet vol te maken? Ook goed, maar dat kost ze pensioen. Kiezen anderen ervoor dat ze meer willen werken? Ook goed, maar dat brengt ze extra op. Zo'n loopbaanbegrip is ook eerlijk ten opzichte van lager geschoolden. Zij beginnen vroeger met hun carrière en kunnen dan vroeger stoppen en toch even lang van hun pensioen genieten als hoger geschoolden (die gemiddeld een langere levensloop hebben). Kunnen de sociale partners en de overheid dit soort 'new deal' sluiten? Het voorspel belooft niet veel goeds. Iedereen zit in zijn stellingen ingegraven en de problematiek wordt niet bekeken vanuit een langetermijnvisie - ook een dada van Tony Vandeputte. Een echte win-winsituatie zit er nog niet in. De partners durven elkaar nog niet echt te benaderen met open kaarten. Zonder goed voorspel is de seks achteraf vaak niet goed, maar er zijn ook uitzonderingen. Laten we hopen. Guido Muelenaer