De rendementen van de pensioenspaarverzekeringen in 2015 kennen we nog niet. De verzekeraars maken de komende weken bekend of de pensioenspaarders een winstdeelneming krijgen boven op de gegarandeerde rente. Voor 2016 waarborgen de verzekeraars nog slechts 1 à 2 procent rente.
...

De rendementen van de pensioenspaarverzekeringen in 2015 kennen we nog niet. De verzekeraars maken de komende weken bekend of de pensioenspaarders een winstdeelneming krijgen boven op de gegarandeerde rente. Voor 2016 waarborgen de verzekeraars nog slechts 1 à 2 procent rente. De deelbewijzen van de pensioenspaarfondsen zijn vorig jaar gemiddeld met 8,7 procent in waarde gestegen. Ze schoten in 2015 pijlsnel uit de startblokken. Zo won het Argenta Pensioenspaarfonds tussen 1 januari en 13 april 17 procent. Op 31 december bleef daar nog een jaarwinst van 13,5 procent van over. De eerste maanden van het jaar waren dus bepalend voor het rendement in 2015. Daarna schommelde de intrinsieke waarde van de pensioenspaarfondsen nog enkele maanden rond hetzelfde niveau, en tussen midden augustus en midden september moesten ze weer terrein prijsgeven. De dip van de pensioenspaarfondsen viel samen met een appelflauwte van de beurzen. De beleggers kregen het benauwd, toen China vorige zomer onverwachts zijn munt devalueerde en twijfels over de kracht van de Chinese economie de kop opstaken. Die bezorgdheid verdween daarna enkele maanden naar de achtergrond. De eerste week van 2016 waren de zorgen over China terug. Zowel de dynamische als de defensieve pensioenspaarfondsen doken in het rood. Bij de defensieve pensioenspaarfondsen waren de verliezen minder uitgesproken, omdat ze meer in obligaties investeren. "Het zou best kunnen dat we in 2016 het omgekeerde zien als in 2015: een sterke tweede jaarhelft na een zwakke start", stelt Dirk Thiels, de hoofdstrateeg van KBC Asset Management. De verwachtingen voor 2016 zijn verdeeld, maar zowat alle specialisten verwachten dit jaar grote marktschommelingen. Thiels maakt zich voorlopig niet veel zorgen over China. "De Chinese groei is weinig transparant. Er is een serieuze economische vertraging, maar de consumptie van de Chinese gezinnen blijft wel op peil. Er zijn niet zo gek veel Chinezen die grote bedragen in de beurs hebben geïnvesteerd. De crash van de Chinese aandelenmarkten tast hun vermogen dus niet substantieel aan. Daardoor zal het al bij al nog wel meevallen met die tragere groei van de Chinese economie." Thiels merkt ook op dat de pensioenspaarfondsen enkel beleggen in China via bedrijven die actief zijn in die regio. Ze mogen van de wetgever slechts een beperkt deel van hun middelen beleggen in andere munten dan de euro. Doorgaans focussen ze op Belgische en Europese bedrijven. "Heel wat westerse bedrijven hebben hun omzet in China wel nodig om hun doelstellingen te halen", stelt Thiels. "We krijgen allicht nog uitschuivers op de beurzen dit jaar. De Chinese overheid neemt maatregelen, waarover ze slecht communiceert en die vervolgens verkeerd worden geïnterpreteerd. Veel beleggers kijken naar de yuan als indicator voor de Chinese economie. Ze denken dat de Chinezen hun munt laten devalueren, maar dat is niet zo. Er is een verzwakking tegenover de Amerikaanse dollar, maar niet tegenover de korf van munten waaraan China zijn munt voortaan wil koppelen." De pensioenspaarfondsen mogen tot 75 procent van hun middelen beleggen in obligaties. Thiels geeft toe dat het laaghangend fruit voor die fondsen nu wel is geplukt. "We hebben ongeveer dertig jaar lang de koersen van obligaties zien stijgen en de rente zien dalen. Die wind in de rug moeten de fondsen de komende jaren wellicht missen. De rente daalt niet meer." Dynamische pensioenspaarfondsen mogen ook tot 75 procent in aandelen investeren. "Europese aandelen noteren niet meer goedkoop, na de opwaartse rit van vorig jaar", stelt Thiels vast. "Een verdere stijging van de beurzen moet komen van de winstgroei van de bedrijven. In Europa is daar nog ruimte voor, in de Verenigde Staten minder." Hij verwacht dat we bij de bekendmaking van de jaarresultaten een beter zicht hebben op het bredere plaatje. Voor de effecten van de lage olieprijs en de Chinese groeivertraging is het wachten tot de bekendmaking van de halfjaarcijfers. Ook op drie en op vijf jaar zetten de Belgische pensioenspaarfondsen sterke jaarprestaties neer. Enkel op tien jaar oogt het plaatje minder fraai. Dat heeft vooral te maken met de financiële crisis en de beurscrash van eind 2008 en begin 2009. Maar voor de pensioenspaarders zijn vooral de rendementen op heel lange termijn van tel. De oudste pensioenspaarfondsen werden opgericht eind jaren tachtig en begin jaren negentig. De oudste producten halen op die termijn gemiddelde rendementen van 6 à 7 procent per jaar, ook na de slechte eerste beursweek van 2016. Ilse De WitteDe oudste pensioenspaarfondsen halen gemiddelde jaarrendementen van 6 à 7 procent.