Met wat overdrijving kunnen we dit nummer een energiespecial noemen, met maar liefst vier artikels over energiebedrijven: Polarcus (p. 4), SBM Offshore (p. 5), Technip (p. 6) en Cameco (p. 7). Technip promoveren we zelfs naar de Inside Selectie, na het bod dat het Franse bedrijf heeft uitgebracht op de portefeuillewaarde CGG (lees ook p. 2-3). De opzet is CGG later in de voorbeeldportefeuille te vervangen door Technip.
...

Met wat overdrijving kunnen we dit nummer een energiespecial noemen, met maar liefst vier artikels over energiebedrijven: Polarcus (p. 4), SBM Offshore (p. 5), Technip (p. 6) en Cameco (p. 7). Technip promoveren we zelfs naar de Inside Selectie, na het bod dat het Franse bedrijf heeft uitgebracht op de portefeuillewaarde CGG (lees ook p. 2-3). De opzet is CGG later in de voorbeeldportefeuille te vervangen door Technip. Nochtans blijft de olieprijs dalen de afgelopen maanden. Sinds juni is de Brent-olie bijna aanhoudend gezakt, van 115 USD per barrel (vat) naar minder dan 80 USD. Een val van meer dan 30 %. Vandaar de consolidatiekoorts onder de oliedienstenbedrijven. Na het bod van Halliburton op Baker Hughes is er nu het Franse verhaal Technip-CGG. De rapporten die uitgaan van een verdere daling van de olieprijs zijn talrijk. De argumenten hebben zowel betrekking op de vraag als het aanbod. Door een trager dan verwachte groei in Europa en Azië werd de vraag voor 2015 met 300.000 vaten per dag verminderd. In China zien we de traagste toename in de vraag sinds bijna een kwarteeuw. Anderzijds is er de schalieboom in de Verenigde Staten, waardoor dat land de grootste olieproducent ter wereld is. Bovendien hoeft het volgend jaar nog maar een vijfde van zijn consumptie in te voeren. Dat is het laagste cijfer in bijna vijftig jaar. Kan de olieprijs dus enkel maar een verdere duik maken? Niet noodzakelijk. De productiekosten van olie zijn allang niet meer wat ze tien of twintig jaar geleden waren. Voor schalieolie bedragen die gemiddeld 75 à 80 USD per vat, voor teerzanden is dat 90 USD en voor sommige diepzeeprojecten zelfs 100 USD. Die projecten worden dus één voor één onrendabel als de olieprijs verder naar beneden tuimelt. Bovendien dreigt de begroting van landen zoals Iran en Rusland volledig te ontsporen als de olieprijs blijft zakken. Die landen en die productiemethoden hebben dus absoluut geen baat bij een verder dalende olieprijs, vooral niet als die jaren onder 80 USD per vat zouden blijven. Hoe leuk een olieprijsval op korte termijn ook is, zo nefast kunnen de gevolgen op lange termijn zijn. Onder meer de World Oil Outlook geeft aan dat fossiele brandstoffen (olie, gas en steenkool) nog decennialang dominant zullen zijn om te voldoen aan de energievraag. Een aanhoudend lagere olieprijs zou tot gevolg hebben dat flink wat investeringen worden geschrapt, zodat de productiecapaciteit en de reserves weer onder druk dreigen te komen. Het is nu vooral uitkijken naar hoe het sleutelland Saoedi-Arabië (gemiddelde productiekostprijs van 27 USD per vat en met gigantische reserves) zal handelen op de OPEC-conferentie, die donderdag begint. Voorlopig liet het land - wellicht om politiek-strategische motieven - begaan. ?OOK VOOR SCHALIEOLIE WORDT EEN VERDER DALENDE OLIEPRIJS PROBLEMATISCH.