Jim Jarmusch, gedurende de jaren tachtig dé arthouse-favoriet bij uitstek met films zoals: " Permanent Vacation", " Stranger Than Paradise" en " Down By Law", vond in de jaren negentig publiek noch inspiratie. Niet dat er veel mensen om getreurd hebben. Jarmusch' aan de Europese cinema refererende mise-en-scène, gelardeerd met een pretentieuze hoogdravendheid, vond bij het bioscooppubliek dat net Quentin Tarantino ontdekt h...

Jim Jarmusch, gedurende de jaren tachtig dé arthouse-favoriet bij uitstek met films zoals: " Permanent Vacation", " Stranger Than Paradise" en " Down By Law", vond in de jaren negentig publiek noch inspiratie. Niet dat er veel mensen om getreurd hebben. Jarmusch' aan de Europese cinema refererende mise-en-scène, gelardeerd met een pretentieuze hoogdravendheid, vond bij het bioscooppubliek dat net Quentin Tarantino ontdekt had geen genade. Dit moet met " Ghost Dog, The Way of the Samurai" opnieuw veranderen. In "Ghost Dog" speelt Forest Whitaker een huurmoordenaar, wiens onopvallende en buitengewoon snelle manier van werken hem de bijnaam 'Ghost Dog' oplevert. Hij is de antipool van de stereotiepe killer: Whitaker is zwaar en log, deelt samen met een groep duiven het dak van een leegstaand gebouw in een buitenwijk van New York en hij is hondstrouw aan de filosofie van een samoerai-handboek uit de zeventiende eeuw. Als hij door een disfunctionerende maffiafamilie verraden wordt, neemt hij zijn plichten als samoerai op. Een ascetische Alain Delon speelde een gelijkaardige rol in Melvilles " Le Samourai" uit 1967. Jarmusch kent zijn klassiekers. Zijn versie van de aan zijn ethische codes overgeleverde moordenaar, heeft evenwel niet de tragiek van Melville. "Ghost Dog" is bijzonder grappig. Vooreerst zijn er de steeds terugkerende (verbale) slapstickscènes tussenWhitaker (die geen woord Frans verstaat) en een Haïtiaanse ijsventer die uitsluitend Frans spreekt. Ondanks de taalverschillen begrijpen beiden elkaar uitstekend. Een tweede vorm van humor wordt teruggevonden in de burleske voorstelling van de maffiafamilie. Jarmusch steekt evenwel niet de draak met het genre. "Ghost Dog" is geen satire. De dialogen en de droge manier waarop Jarmusch zijn reeks antihelden voorstelt, zijn evenwel hilarisch. Jarmusch heeft in zijn filmoeuvre steeds de muziek op de voorgrond geplaatst. Terwijl in zijn vorig werk John Luries jazz- en fusionimprovisaties parallel liepen met Jarmusch' los gestructureerde vertelling, is de verhaallijn van "Ghost Dog" verrassend rechtlijnig. Of is dit te wijten aan de chronologie waarmee RZA van Wu Tang Clan en Public Enemy hun rapteksten debiteren? "Ghost Dog" krijgt hierdoor een extra poëtische dimensie. De elegante mise-en-scène wordt extra in de verf gezet door de soms surrealistische manier waarop veteraan Robby Müller de stadsgedeelten in beeld zet. Van "Ghost Dog" geniet u dagen na het kijken nog na. ( piet goethals