(*) Kevin Murphy en Robert Topel, eds., 'Measuring the Gains from Medical Research: An Economic Approach', University of Chicago Press, 2003.
...

(*) Kevin Murphy en Robert Topel, eds., 'Measuring the Gains from Medical Research: An Economic Approach', University of Chicago Press, 2003. Beseffen we wel hoe rijk we écht zijn? Traditioneel meten we de materiële welvaart van een land aan de hand van het bruto binnenlands product (BBP) per capita. Dat is het geheel van goederen en diensten dat gemiddeld per hoofd van de bevolking beschikbaar is. Het BBP per capita is verre van perfect als graadmeter van welvaart. Zo wordt bijvoorbeeld de milieukost die het hele productieproces veroorzaakt, slechts in beperkte mate in rekening gebracht bij de calculatie van het BBP. De klassieke BBP-berekening houdt ook niet voldoende rekening met de kwaliteitsverbeteringen die de meeste goederen en diensten in de loop van de tijd ondergaan. William Nordhaus, een econoom aan de Yale University en volgens velen een kandidaat voor de Nobelprijs Economie, speelt al jaren een vooraanstaande rol in het onderzoek naar betere schattingen van onze reële materiële welvaart. Zijn jongste bijdrage terzake staat te lezen in het zopas verschenen boek 'Measuring the Gains from Medical Research'. In dit werkstuk ligt de nadruk op de economische aspecten van medische zorgverstrekking en medisch onderzoek. Nordhaus: "Om de waarde van de medische zorgverstrekking te ramen, bestaat de huidige standaardmethode erin om onder meer het aantal dokters en de beschikbare hospitaalcapaciteit te meten. Maar die variabelen zeggen ons zeer weinig over de reële waarde van de output van de medische sector." Nordhaus berekent wat concrete waarden (prijzen) van zaken zoals nieuwe vaccinaties en geneesmiddelen, verbeterde behandelingen en een verhoogd gezondheidsbewustzijn inzake roken, alcohol en lichaamsbeweging werkelijk vertegenwoordigen in de klassieke calculaties om tot een BBP te komen. Nordhaus: "In de voorbije eeuw steeg de gemiddelde materiële welvaart in termen van de beschikbare goederen en diensten met 2 % per jaar. De bijdrage van de medische vooruitgang aan de gemiddelde welvaart is nagenoeg exact even groot. Anders gezegd: medische verbeteringen vertegenwoordigen vanuit welvaartsstandpunt evenveel als alle andere vormen van vooruitgang samen. Het gaat wel alleen om de Verenigde Staten, maar ik zie geen enkele reden waarom bijvoorbeeld Europa daar fundamenteel zou van afwijken."Een tweede belangrijke bijdrage aan het boek komt van Kevin Murphy en Robert Topel, de initiatiefnemers van het hele project en beiden verbonden aan de Graduate School of Business van de University of Chicago. Murphy en Topel gaan op zoek naar de economische waarde van medisch onderzoek. Murphy: "Er worden nooit geziene bedragen besteed aan medisch onderzoek. We hebben geprobeerd een becijferd antwoord te vinden op de vraag of het onderzoek voldoende opbrengt om die bestedingen maatschappelijk te verantwoorden." Het antwoord op die vraag is ondubbelzinnig ja. Murphy en Topel bouwden een model waarin de 'bereidheid tot betalen' een centrale plaats inneemt. Specifiek voor Amerika komen zij tot de conclusie dat alleen al de verlenging van de levensduur tussen 1970 en 1998 een economische waarde van 2600 miljard dollar vertegenwoordigt. Murphy: "Omdat de gemiddelde waarde van het BBP over die periode 5500 miljard dollar was, vertegenwoordigt de waarde van de langere levensduur bijna de helft van de totale geregistreerde productie binnen de Amerikaanse economie." Ook Murphy ziet geen reden waarom de cijferverhoudingen in Europa substantieel zouden afwijken van de Amerikaanse. Zowel Nordhaus als de twee Chicago-economen concluderen dat er vanuit welvaartsstandpunt nog te weinig wordt geïnvesteerd in medisch onderzoek en zorgversterking. Murphy: "Ik zie bijna geen andere bestedings- en investeringsmogelijkheden die maatschappelijk zoveel opbrengen. Het organiseren van een voldoende competitieve omgeving is heel belangrijk om de maatschappelijke rentabiliteit van investeringen in de gezondheidszorg te garanderen."Johan Van Overtveldt"De waarde van de langere levensduur vertegenwoordigt bijna de helft van de totale geregistreerde productie binnen de Amerikaanse economie."