België kan prat gaan op zijn betaalbaar en toegankelijk gezondheidszorgsysteem, met een ruim aanbod aan artsen en ziekenhuizen van hoge kwaliteit, zonder lange wachtlijsten, niet te duur in vergelijking met het buitenland en met veel speciale regelingen voor minderheidsgroepen. Toch zijn de verschillen in gezondheid in onze bevolking vrij groot, zo blijkt uit een rapport van de Koning Boudewijnstichting.
...

België kan prat gaan op zijn betaalbaar en toegankelijk gezondheidszorgsysteem, met een ruim aanbod aan artsen en ziekenhuizen van hoge kwaliteit, zonder lange wachtlijsten, niet te duur in vergelijking met het buitenland en met veel speciale regelingen voor minderheidsgroepen. Toch zijn de verschillen in gezondheid in onze bevolking vrij groot, zo blijkt uit een rapport van de Koning Boudewijnstichting. De stichting verzamelde heel wat wetenschappelijke gegevens over de gezondheid en wil komen tot beleidsaanbevelingen die deze verschillen moeten wegwerken. Het rapport toont aan dat de gezondheid systematisch verbetert naarmate men hoger op de sociale ladder klimt. De verdeling van gezondheid volgt netjes de verdeling van geld, opleiding en sociale status in de maatschappij, laag per laag, klasse per klasse. Het Belgisch Instituut Volksgezondheid berekende dat een vrouw zonder diploma op haar 25ste gemiddeld 3,5 jaar minder levensverwachting heeft dan een vrouw van dezelfde leeftijd met een universitair diploma. Mannen in dezelfde situatie zullen ongeveer 5,5 jaar minder lang leven en bovendien zullen ze tijdens dat kortere leven ongeveer achttien jaar langer in minder goede gezondheid verkeren. Dergelijke verschillen bestaan niet alleen tussen uiterste opleidingsniveaus, maar komen tussen twee opeenvolgende trappen in de opleidingsladder voor. De gezondheid van de bevolking in geïndustrialiseerde landen is nochtans nog nooit zo goed geweest als nu. Infectieziekten bijvoorbeeld, die tot een eeuw geleden nog lelijk huis hielden, zijn nagenoeg verdwenen. In zowat alle Europese landen zie je een stijging van de levensverwachting. Hoe komt het dat niet alle lagen van de bevolking in dezelfde mate genieten van deze algemene vooruitgang? Er bestaan verschillende verklaringsmodellen. Personen met een slechtere gezondheidstoestand zouden dalen op de maatschappelijke ladder, terwijl degenen met een goede gezondheid makkelijker stijgen. De minder goede gezondheid is in dat geval oorzaak van de lagere status. Uit epidemiologisch onderzoek blijkt voorts dat lagere sociaaleconomische groepen meer risicogedrag vertonen. Roken komt vaker voor bij personen met een lagere sociale status en een lage scholingsgraad. Dat kwam al tot uiting in opeenvolgende Nationale Gezondheidsenquêtes. Men stelt ook vast dat mensen uit lagere sociale klassen minder groenten en fruit eten. Zwaarlijvigheid komt meer voor bij arbeiders dan bij bedienden; meer bij lager opgeleide vrouwen dan bij vrouwen met een hoger diploma. Excessief alcoholgebruik komt vaker voor bij lager geschoolden. Mensen gaan er altijd van uit dat gedrag en levensstijl individuele keuzes zijn. Maar dat klopt niet helemaal. Gedrag is ook de resultante van de omgeving waarin we opgroeien, de opvoeding die we meekrijgen, de middelen die een gezin heeft. Voedingsgewoonten bijvoorbeeld worden grotendeels ontwikkeld tijdens de kinderjaren. Wat je eet, hangt niet alleen af van je kennis van voedsel, maar ook van de mogelijkheden om het te kopen, te bereiden enzovoort. Preventiecampagnes zijn er doorgaans op gericht om kennis te vergroten en attitudes te veranderen, om zo te komen tot gezonder gedrag. Helaas zijn ze vaak niet aangepast aan de laagste sociale klassen en hebben daardoor weinig effect op de groep die ze het meest nodig heeft. Neem nu de vroegtijdige opsporing van kanker. In Vlaanderen laten vooral hooggeschoolde vrouwen zich screenen voor baarmoederhalskanker en borstkanker. Als mensen zich zorgen moeten maken over hun basisbehoeften, dan hebben ze gewoon minder aandacht voor gezondheidsinformatie. www.kbs-frb.be Marleen Finoulst