De volgende drie jaar komen ruim vijftig nieuwe generische geneesmiddelen op de markt. Dat leert een rondvraag van de federatie van producenten van generische geneesmiddelen (Febelgen). Met andere woorden: ruim vijftig bestaande merkgeneesmiddelen verliezen hun octrooibescherming, wat de zenuwachtigheid bij de traditionele farmabedrijven doet stijgen. Zoals wel vaker leidt zo'n bericht tot een rondje kickboksen tussen Febelgen en de fabrikanten van originele geneesmiddelen, verenigd in pharma. be.
...

De volgende drie jaar komen ruim vijftig nieuwe generische geneesmiddelen op de markt. Dat leert een rondvraag van de federatie van producenten van generische geneesmiddelen (Febelgen). Met andere woorden: ruim vijftig bestaande merkgeneesmiddelen verliezen hun octrooibescherming, wat de zenuwachtigheid bij de traditionele farmabedrijven doet stijgen. Zoals wel vaker leidt zo'n bericht tot een rondje kickboksen tussen Febelgen en de fabrikanten van originele geneesmiddelen, verenigd in pharma. be. Vanuit hun loopgraven vuren de twee partijen steeds dezelfde argumenten af. Volgens Febelgen hinkt België te sterk achterop in het gebruik van generische middelen en mist de overheid een open doelkans om noodzakelijke besparingen in de gezondheidszorg te scoren. De traditionele farma hamert, met recht en reden trouwens, op de vreselijk zware investeringen in onderzoek & ontwikkeling om de hoge prijzen en octrooibescherming van haar producten te verantwoorden. Pharma.be vindt dat de overheid de innovatieve farmasector in ons land moet koesteren omdat die niet alleen een grote werkgever is, maar ook zorgt voor genereuze bijdragen aan de schatkist. Pharma.be wijst er ook op dat de Belgische huisartsen hun quota van 'goedkope voorschriften' niet alleen hebben behaald maar zelfs ruim hebben overschreden. Sinds 2004 bedraagt dat quotum 27 % van het totale aantal voorschriften. Intussen is dat percentage geruisloos gestegen tot 42 %. Dus moet Febelgen ook niet klagen, vindt pharma.be. Alleen wordt al te vaak vergeten of verzwegen dat onder goedkope middelen niet alleen generische maar ook in prijs verlaagde originele producten worden verstaan. De verdeling is ongeveer 55 % generische middelen tegen 45 % originele producten. Concreet wil dat zeggen dat zo'n 23 % van het aantal voorgeschreven middelen 'generieken' zijn. In het buitenland is dat vaak 50 % of meer. Wil de overheid verder besparen op het geneesmiddelenbudget om mee een financiële tsunami als gevolg van de vergrijzing af te wenden, dan moet zij het gebruik van generische middelen wel stimuleren. Niet alleen omdat die voor de patiënt altijd goedkoper zijn dan in prijs verlaagde originelen, maar ook omdat de generische concurrentie de beste garantie is voor een prijsdaling van die originele producten. Ruimte om het quotum op te trekken, is er zeker. Nu is nog ruim een kwart van alle voorgeschreven producten beschermd door een octrooi, maar dat zal de komende jaren dalen. Bovendien bestaat 12 % van de huidige voorgeschreven producten uit oude producten waarvan de prijs ondanks een generische variant niet werd verlaagd. En bij 21 % gaat het om oudere, octrooivrije producten waarvoor er in ons land geen variant is. De federale minister van Volksgezondheid, Laurette Onkelinkx, geeft alvast blijk van enige realiteitszin door in Le Soir te melden voor een verhoging van de quota voor generische middelen te zijn. Het is haar vergeven dat ze eigenlijk 'goedkope' bedoelde, maar toch lijkt het gezond verstand stilaan te zegevieren. Nu nog de daad bij het woord voegen. (T) Door Bert Lauwers