Ivenack, 250 kilometer ten noorden van Berlijn, in het oosten van Duitsland. Thomas Heinle werkt voor het Institut für Vermittlungscoaching en zoekt banen voor de inwoners . Hij zucht: "Ja, hier hangt een depressieve sfeer. De bewoners duwen elkaar in het moeras. Wie wil ondernemen, krijgt meteen als boodschap dat het toch nooit zal lukken. En winst maken is slecht, want een zelfstandige is een kapitalistische uitbuiter."
...

Ivenack, 250 kilometer ten noorden van Berlijn, in het oosten van Duitsland. Thomas Heinle werkt voor het Institut für Vermittlungscoaching en zoekt banen voor de inwoners . Hij zucht: "Ja, hier hangt een depressieve sfeer. De bewoners duwen elkaar in het moeras. Wie wil ondernemen, krijgt meteen als boodschap dat het toch nooit zal lukken. En winst maken is slecht, want een zelfstandige is een kapitalistische uitbuiter." Is dit wat er overblijft van het Wirtshaftswunder van weleer? Is dit het resultaat van de fameuze Mitbestimmung? Wat is er toch aan de hand met de Duitse economie? Want hoe onwezenlijk het ook moge klinken: Duitsland is het achterblijvertje van Europa (zie grafieken). De groei is nu al jaren ondermaats en de werkloosheid piekt op een naoorlogs recordniveau. De officiële statistieken schreeuwen dat 4,5 miljoen Duitsers op zoek zijn naar werk, dat is dik 10 % van de beroepsbevolking. Vooral de neue Länder, de deelstaten uit het voormalige Oost-Duitsland, produceerden de voorbije jaren armoede en angst, terwijl jobs en talent hun belangrijkste exportproduct waren. Investeerders lopen met een wijde boog om de voormalige DDR heen en trekken meteen de grens over naar Tsjechië of Polen. De geest lijkt gebroken in een regio waar 1 op 5 geen werk vindt (zie kader: "Ondernemers zijn uitbuiters"). "De sfeer onder de Duitse ondernemers is pessimistisch," zegt Luc Vansteenkiste, de voorzitter van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) die als gedelegeerd bestuurder van Recticel met beide voeten in de Duitse realiteit staat. "Alleen de bedrijven die onder druk van hun klanten niet anders kunnen, investeren nog in dit land." Waarom? Er is, zoals in wel meer Europese landen, de dure welvaartsstaat die als lood weegt op een al heel stroeve arbeidsmarkt. Maar Duitsland moet ook nog eens het hoge prijskaartje betalen van een op economisch vlak totaal mislukte hereniging, zodat er geen geld over is voor een lastenverlaging. "Bovendien," zegt Luc Vansteenkiste, "faalt het al langer in vraag gestelde model van Mitbestimmung volledig bij bedrijfssluitingen. Wie zijn job dreigt te verliezen, schat zijn kansen op een nieuwe baan heel laag in. Zo iemand mikt - daarbij geholpen door de logge Duitse ontslagwetgeving - op een zo hoog mogelijke ontslagvergoeding. Dit is een kaakslag voor ondernemend Duitsland. Niemand wil nog een nieuw bedrijf opstarten, gezien de zware schuld die hij of zij zich op de hals haalt bij een herstructurering." Behalve de ondernemers zien ook de consumenten het niet meer zitten. Toch zolang de arbeidsmarkt niet aantrekt. Het mag daarom een wonder heten dat de Duitse economie dit jaar nog 1,7 % groeit. Met dank aan een goed draaiende wereldeconomie, waarvan ook de Duitse export kan profiteren. "Dat lijkt merkwaardig," zegt Baudouin Velge van de VBO-studiedienst, "maar vergeet niet dat Duitse topbedrijven een metamorfose hebben ondergaan. Eind de jaren tachtig bijvoorbeeld was Siemens nog een op en top Duits bedrijf; vandaag is de multinational performant doordat hij veel taken over de grenzen uitbesteedt, in landen waar het goedkoper zakendoen is. Met als gevolg dat Duitse KMO's die toeleveren aan grote jongens, het moeilijk krijgen." Maar zolang de binnenlandse vraag niet aantrekt, is de Duitse economie bijzonder kwetsbaar voor een internationale groeivertraging. De ooit zo sterke Duitse economie is erin geslaagd zichzelf uit de markt te prijzen. Dat is een doodzonde in een globale economie. "Duitsland is bovendien de eerste buffer tegen de lage lonen in het oosten van Europa en wordt dus het ergst getroffen. De West-Duitse ondernemer investeert eerder in Polen of Tsjechië. Het voormalige Oost-Duitsland is een beetje een economisch verdronken land van Saeftinge," zegt Luc Vansteenkiste. Dat uitgerekend een rood-groene coalitie wil snoeien in de welvaartsstaat toont aan dat het economische mes op de keel van onze oosterburen staat. Kanselier Schröder heeft een Agenda 2010 klaar die vooral de langdurig werklozen weer aan de slag moet krijgen, met als meest controversiële maatregel het samenvoegen en drastisch inperken van de werkloosheidsuitkeringen en leeflonen vanaf 1 januari 2005. "Meer druk op de werklozen zal helpen. Maar op korte termijn kunnen de maatregelen pijn doen. De subsidies en dus het inkomen zullen dalen zonder dat er meteen nieuwe jobs tegenover staan," zegt Stefan Schneider, analist bij Deutsche Bank. Een bijna existentiële angst valt af te lezen in de ogen van langdurig werklozen. Maandagbetogingen in 140 Duitse steden ventileren het ongenoegen (zie kader: Magdeburg, gangmaker van de maandagbetogingen). Schröder smaakte ook al de bittere pil van verkiezingsnederlagen. Bij de deelstaatverkiezingen in het West-Duitse Saarland kreeg de SPD rake klappen. Ook binnen de regeringscoalitie groeit trouwens de oppositie tegen de hervormingsplannen. En op 19 september staat er voor Schröder wellicht een nieuwe nederlaag op het programma: dan zijn er deelstaatverkiezingen in de neue Länder Saksen en Brandenburg. "Schröder is ervan overtuigd dat hij de juiste koers vaart. Zowel voor de Duitse economie als voor zijn eigen politieke toekomst kan hij niet anders dan doorzetten. Gooit hij het roer om, dan verwijst hij zijn eigen beleid van de jongste twee jaar naar de prullenmand, en stapt hij beter op. Hij moet de tussentijdse verkiezingsnederlagen uitzweten. Zijn enige hoop is een aantrekkende conjunctuur en een betere arbeidsmarkt tegen de herfst van 2006, als er federale parlementsverkiezingen op de agenda staan," zegt Stefan Schneider. Wat Schröder wil doen, is naar Duitse normen behoorlijk verregaand. Het Duitse model zweert bij consensus. Met een drastische aanpak zou de kanselier zich helemaal vast rijden. Schröder botst bovendien op een ' ja-hervorm-maar-spaar-mij'-mentaliteit. Maar voor de Duitse werkgevers zijn de hervormingen niet meer dan een eerste stap in de goede richting. En, zegt Luc Vansteenkiste: "De bedrijfsleiders geloven helemaal niet dat die plannen ooit worden uitgevoerd." De oppositie scherpt intussen de messen en voert campagne voor nog veel ingrijpender hervormingen. De Beierse premier Edmund Stoiber ( CSU), die in 2002 de parlementsverkiezingen verloor van Schröder, zei dat 'Agenda 2010' het effect heeft van een vitaminekuur op een kanker. Hoe is het zover kunnen komen? Keren we terug naar 1989. De muur van Berlijn valt en nauwelijks een jaar later volgt de Duitse hereniging. De sfeer aan de Brandenburgse Poort in Berlijn is euforisch, maar de kiemen voor een catastrofale economische hereniging zijn dan al aanwezig. De toenmalige kanselier Helmut Kohl had voor bloed, zweet en tranen moeten waarschuwen, maar beloofde de Ossies in geen tijd het westerse economische walhalla. Kohl liet een unieke kans voorbijgaan om de toen al broodnodige hervormingen door te voeren. Want de West-Duitse economie liet toen al van haar pluimen, en het debat dat de stijgende kosten van de welvaartsstaat de economische groei ondermijnden, flakkerde op. Maar de genereuze welvaartsstaat werd grotendeels ongemoeid gelaten en het niet hervormde model werd zelfs op heel Duitsland geënt. Het herenigde Duitsland begon dus onder een sociaal-economisch gesternte dat de groei weinig genegen was. Een tweede economisch dramatische beslissing was die waarbij 1 Ostmark kon worden geruild tegen 1 Westmark, terwijl een Ostmark eigenlijk maar een kwart waard was van een Westmark. Deze omruiloperatie verhoogde weliswaar op spectaculaire wijze de koopkracht van al wie het voordien met Ostmarken moest stellen, maar met eenzelfde pennentrek werd de Oost-Duitse competitiviteit in spaanders gehakt. De Oost-Duitse bedrijven konden onmogelijk hun werknemers van vandaag op morgen evenveel Westmarken als Ostmarken betalen. De lonen in oostelijk Duitsland liggen nu tussen 65 % en 75 % van het niveau van westelijk Duitsland, maar de productiviteit blijft steken op 60 %. Het resultaat laat zich raden: torenhoge werkloosheid. "Tegen de huidige loonkosten investeert er niemand in de oostelijke regio's van Duitsland en is de creatie van banen een nachtmerrie," zegt Velge. De Oost-Duitse bedrijfswereld kon voor de val van de muur ook profiteren van de artificiële exportmarkten in het voormalige Oostblok en moest dan plots de concurrentie op de vrije wereldmarkten overleven. En die regio werd nog eens een revaluatie met 400 % cadeau gedaan. Dat was economische zelfmoord. In 1991 daalde het BBP in het vroegere Oost-Duitsland met 30 %. Maar had Duitsland het zich kunnen veroorloven de muur te vervangen door een diepe welvaartskloof? "Zonder deze forse loonstijging zouden heel wat Ossies naar het westen emigreren," zegt Heinz Schmalholz van het Institut für Wirtschaftsforschung (Ifo). Niettemin kampt de oostelijke helft van Duitsland tot op vandaag met een braindrain van vooral beter opgeleide arbeidskrachten die in het westen meer kunnen verdienen. De bevolking in het oosten van Duitsland is sinds 1990 met 1,6 miljoen gedaald naar 15 miljoen. De oorzaak: de migratie naar het westen. "Er is al een pak talent naar het westen getrokken en de voorraad menselijk kapitaal daalt nog steeds in de oostelijke regio's. Er zijn een paar goed presterende industriële clusters, zoals rond Leipzig, maar er zijn streken waar er gewoon niks gebeurt," zegt Schneider. De torenhoge werkloosheid in het voormalige Oost-Duitsland deed een grootschalige geldstroom van west naar oost op gang komen. Sinds 1990 vloeide al 1250 miljard euro naar het oosten, maar zonder veel succes. Een rapport besteld door de Duitse regering kwam tot het besluit dat de 90 miljard euro, of ongeveer 4 % van het bruto binnenlands product, die Berlijn elk jaar in het oosten van Duitsland pompt grotendeels een verspilling mag worden genoemd. Het gros van de transfers werd gespendeerd aan socialezekerheidsuitgaven of andere inkomenssubsidies en dus niet aan investeringen. Professor Hans-Werner Sinn van het Ifo becijferde dat de oostelijke regio's één derde van hun inkomen danken aan transfers en ingevoerd kapitaal, en dat de lopende rekening een tekort vertoont van liefst 45 %. Onder meer deze transfers deden de Duitse economie in een vicieuze cirkel belanden van stijgende overheidsuitgaven, nog hogere belastingdruk en toenemende werkloosheid. Een lastenverlaging dan maar financieren via een oplopend overheidstekort kan ook al niet, want het Duitse overheidstekort zit structureel boven de 3 % van het BBP en de schuld heeft de kaap van de 60 % genomen. Duitsland overtreedt daarmee de strenge regels van het stabiliteitspact die het zelf had bedongen. In een vorig Europa had Duitsland zijn mark kunnen devalueren om de competitiviteit te herstellen. Dat kan nu niet meer. Blijft over: een herstelbeleid dat steunt op een politiek van loonmatiging om de competitiviteit te herstellen. "Vooral in het voormalige Oost-Duitsland moeten ze de tering naar de nering zetten en een welvaartsdaling slikken om het tij te doen keren. Doen ze het zelf niet, dan doet de markt het," zegt Velge. "Het oosten van Duitsland heeft nood aan een competitieve devaluatie in de vorm van lagere lonen om de export aan te zwengelen," maakt Daniel Gros van de denktank Centre for European Policy Studies (CEPS) dezelfde analyse. Het geval- Volkswagen toont aan dat ook het westen het moeilijk heeft met de hoge loonkosten. Loonmatiging of 30.000 banen weg, zo luidt in Wolfsburg het dreigement van de directie. Een elegantere manier van loonmatiging is natuurlijk langer werken voor hetzelfde loon. Het debat over de 40-urige week komt niet toevallig vanuit Duitsland overwaaien. De gepresteerde werktijd behoorde in Duitsland tot de laagste, maar dat feestje lijkt afgelopen. Vansteenkiste: "Het lage aantal werk- uren per week is een ernstige handicap voor het Duitse bedrijfsleven. Probeer 's vrijdags na 12.00 uur maar eens een Duits bedrijf op te bellen. De mentaliteit is wel aan het veranderen. In veel bedrijven wordt de werkweek langer voor hetzelfde loon, en veel winkels zijn niet langer gesloten tijdens het weekend."Zorgt de hoge productiviteit van de Duitse werknemer er dan niet voor dat de bedrijven de hoge loonkosten de baas kunnen blijven? De intuïtie zegt van wel, de hoge werkloosheid suggereert van niet. Het is bijzonder verontrustend dat Duitsland een invoerder van patenten is geworden en dat het land op zowat alle technologievlakken achteruitgeslagen is, met de auto-industrie als laatste kennisburcht. De krachten achter het Wirtschaftswunder - een gediversifieerde industrie, een brede basis van goed opgeleide werknemers en ingenieurs, de sociale stabiliteit - vervliegen langzaam maar zeker. De tijd dringt. Duitsland moét snel de werkgelegenheid en de groei opkrikken, omdat ook onder de economie van de oosterburen een demografische tijdbom tikt. De verhouding van het aantal gepensioneerden per actieve werknemer stijgt pijlsnel. Nu is dat één op vier, tegen 2030 wordt dat één op 2,2. De beroepsbevolking krimpt trouwens nu al, en die trend zal de groei de komende vijf decennia onder druk zetten. Met de huidige potentiële groei van 1,5 %, wat dik een procent onder het EU-gemiddelde is, redt Duitsland het niet. Maar, zegt Luc Vansteenkiste: "Mijn inschatting is dat Duitsland op deze diepe economische crisis wel eens sneller zou kunnen reageren dan andere Europese landen. En misschien zullen de Duitsers daarom als eersten een nieuw groei-elan vinden. Wolfgang Riepl Daan Killemaes Wolfgang Riepl - Daan KillemaesDuitsland is het achterblijvertje van Europa.