Vorige week verdween het gerechtelijk akkoord als juridisch instrument. Een bedrijf krijgt voortaan bijna automatisch zes tot maximaal achttien maanden bescherming (tegen het faillissement en schuldeisers) als het in de procedure van de gerechtelijke reorganisatie stapt om een herstelplan uit te werken. Deze procedure dreigt echter een doodgeboren kind te worden.
...

Vorige week verdween het gerechtelijk akkoord als juridisch instrument. Een bedrijf krijgt voortaan bijna automatisch zes tot maximaal achttien maanden bescherming (tegen het faillissement en schuldeisers) als het in de procedure van de gerechtelijke reorganisatie stapt om een herstelplan uit te werken. Deze procedure dreigt echter een doodgeboren kind te worden. In de eerste plaats moet de principiële vraag gesteld worden of het darwinisme uit de economie moet verdwijnen. Door de survival of the fittest kunnen de beste ondernemingen de minder goede concurrenten inhalen, overnemen en eventueel zelfs ten gronde richten. De nieuwe wet maakt dat een onderneming die zuinig is geweest en een reserve heeft opgebouwd, keer na keer concurrenten tegen zich kan krijgen die de financiële teugels hebben gevierd. In de bouwsector bijvoorbeeld, waar ettelijke bedrijven onderling afhankelijk zijn, dreigt de survival of the weakest de sterke mee in een negatieve spiraal te zuigen. Bovendien is het gevaar reëel dat malafide vereffenaars, die met sterfhuisconstructies ondernemingen leegzuigen, de wet zullen misbruiken. Schuldeisers mogen op hun kosten wel een 'gerechtsmandataris' aanstellen, maar diens bevoegdheden gaan minder ver dan de nu afgeschafte 'commissaris inzake vereffening'. De wet bepaalt weliswaar dat de rechtbank op vraag van belanghebbenden de reorganisatie kan stilleggen als na een maand blijkt dat ze niet lukt. Maar dat is een zwakke verdediging tegen fraude. Primo omdat in minder dan een maand heel wat schade kan worden aangericht. Secundo omdat de schuldeisers de controle vooral post factum kunnen uitoefenen, als de feiten al gepleegd zijn. Bovendien gebeurt de controle van buitenaf, zonder veel inzicht op de interne situatie. De 'gedelegeerd rechter' die op de reorganisatie moet toezien, heeft evenmin veel bevoegdheden. Bovendien is dat een beroepsmagistraat of een lekenrechter. Bij de eerste categorie ontbreekt het soms aan economische finesse. De kwaliteit van de tweede schommelt. Het zijn onbetaalde vrijwilligers. Als er veel misbruiken gebeuren, bestaat het risico dat de gerechtelijke reorganisatie hetzelfde stigma krijgt als het gerechtelijk akkoord ('de laatste stuiptrekking voor het faillissement') en onwerkbaar wordt. Nochtans hebben ondernemers bij brute pech wel degelijk recht op een overgangsperiode. Het darwinistische effect wordt best getemperd voor in se gezonde bedrijven die hun omzet plots met 80 procent zien dalen - een trieste realiteit in deze tijden. Een bijsturing van de wet is nodig. De gedelegeerd rechter moet meer controlebevoegdheden krijgen. Die controle gebeurt best niet door slecht betaalde amateurs, wel door beroepsmagistraten met een bijkomende kwalificatie. Geef hun een doorgedreven economische en financiële bijscholing. De nog op te richten nationale magistratenschool verdient haar eigen departement economie. (T) Door Hans Brockmans