Vooruitlopend op de oproep van Febelfin - de beroepsfederatie van de financiële sector - om de financiële kennis van de Belgen te verbeteren, schreef Jürgen Vandenbroucke, voormalig assistent aan de Universiteit van Antwerpen en nu werkzaam op de dienst productontwikkeling van KBC Asset Management, een handboek over kapitaalbeschermde beleggingen, in mensentaal uitgelegd. "Ondanks de grote variatie haken beleggingen met kapitaalbescherming telkens volgens hetzelfde principe in elkaar", zegt Vandenbroucke. "Kapitaalbeschermde beleggingsproducten bieden 100 % behoud van kapitaal op het einde van de rit. De kans op een hoog rendement is afhankelijk van welk soort opties bij de start werd aangekocht. De spreiding van de mogelijke eindresultaten laat toe om de varianten onder te verdelen in eerder defensieve dan wel meer dynamische beleggingen, zoals aandelen."
...

Vooruitlopend op de oproep van Febelfin - de beroepsfederatie van de financiële sector - om de financiële kennis van de Belgen te verbeteren, schreef Jürgen Vandenbroucke, voormalig assistent aan de Universiteit van Antwerpen en nu werkzaam op de dienst productontwikkeling van KBC Asset Management, een handboek over kapitaalbeschermde beleggingen, in mensentaal uitgelegd. "Ondanks de grote variatie haken beleggingen met kapitaalbescherming telkens volgens hetzelfde principe in elkaar", zegt Vandenbroucke. "Kapitaalbeschermde beleggingsproducten bieden 100 % behoud van kapitaal op het einde van de rit. De kans op een hoog rendement is afhankelijk van welk soort opties bij de start werd aangekocht. De spreiding van de mogelijke eindresultaten laat toe om de varianten onder te verdelen in eerder defensieve dan wel meer dynamische beleggingen, zoals aandelen." Hoewel ze geen kapitaalbescherming bieden, wijdt de auteur ook een hoofdstuk aan de Collateralized Debt Obligations (CDO's). "De achterliggende waarderingsprincipes zijn immers gelijk aan die van de kapitaalbeschermde beleggingsproducten", verklaart Vandenbroucke. "CDO's zaten tijdens de kredietcrisis middenin de storm. Nochtans beantwoorden ze bij hun opzet aan dezelfde financiële basisregels. Algemeen koppelen afgeleide producten hun rendement aan iets anders. In het geval van CDO's zijn dat niet aandelenkoersen of zo, maar wel bijvoorbeeld de terugbetaling van hypotheekleningen of eventuele verliezen in een kredietportefeuille." Eind 2008 zakte de CDO-markt in elkaar. Vandenbroucke: "Tijdens de recente kredietcrisis was die markt zo eenzijdig dat modelmatige beschouwingen van geen tel waren. De prijs van de CDO's werd vooral bepaald door de prijs die de zeldzame kopers bereid waren te bieden aan de vele verkopers. Voordien lagen de kaarten helemaal anders. De oorzaken en gevolgen daarvan zullen latere studies uitwijzen. De kans is groot dat het besluit zal klinken zoals de Amerikaanse journalist van The New Yorker, James Surowiecki, schrijft in zijn boek The wisdom of crowds (2004): "De gezondste markten zijn markten die tegelijkertijd zowel door angst als door hebzucht gedirigeerd worden." Kennis van zaken aan beide kanten van de markt kan helpen voorkomen dat het evenwicht verstoord wordt omdat ofwel angst ofwel hebzucht alles overheersen. Daarom steun ik de aanbeveling van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen (CBFA) in oktober 2008 om werk te maken van een Vormingsinstituut. Vlaanderen geeft al het voorbeeld door vanaf 1 september 2010 lessen over bankzaken in de eindtermen van het middelbaar onderwijs op te nemen." Spaarboekjes en termijnrekeningen leveren een vaste rente op. Wie niet met de opbrengst tevreden is, belegt in risicovolle producten, zoals aandelen of obligaties. Vandenbroucke: "De opbrengst mag dan wel groter zijn, de belegging is niet langer risicovrij. Er ontstaan namelijk onzekerheid over de toekomstige opbrengst van de investering. De waardering van instrumenten waarbij onzekerheid bestaat over de toekomstige opbrengst, gebeurt door de verschillende scenario's te onderscheiden en aan elk scenario kansen toe te kennen. Het bepalen van de scenario's en hun respectievelijke kansen gebeurt op basis van modellen." "Bij obligaties laat de vergoeding voor het kredietrisico bijvoorbeeld toe om in te schatten welke de kans is dat de emittent van de obligaties niet al zijn verplichtingen kan nakomen. Bij gestructureerde producten op aandelen worden toekomstige rendementen gemodelleerd door op basis van bijvoorbeeld een normaalverdeling een heel spectrum van mogelijkheden te beschrijven. De belangrijkste parameters daarbij zijn het gemiddelde verwachte rendement en de bijhorende onzekerheid of volatiliteit. Worden we met twee of meerdere aandelen geconfronteerd, dan kunnen we hun toekomstige verloop door middel van correlatie verbinden om zo hun gezamenlijke verwachting te evalueren." Kapitaalbeschermde producten kennen sinds jaren veel succes in ons land. Uit cijfers van de Belgische vereniging van vermogensbeheerders (Beama) blijkt dat de klikfondsen in maart 2009 een marktaandeel van 30 % realiseerden. Toch zakte de populaire categorie het afgelopen jaar van 36 miljard euro naar een portefeuille van net geen 30 miljard euro. Die daling was te wijten aan het feit dat veel beleggingsfondsen met kapitaalbescherming in 2009 op eindvervaldatum kwamen (425 tegenover 173 fondsen in 2008). In plaats van in nieuwe producten te investeren, schakelden de Belgen massaal over op spaarboekjes (stijging met 30 % tot 200 miljard euro). Ook tekenden de beleggers voor 4 miljard euro meer in op aandelenfondsen (een toename van 22 %) dan in het jaar van de beurscrash. Uit onderzoek bleek immers dat de Belgische kapitaalbeschermde fondsen die de afgelopen jaren op eindvervaldag kwamen, slechts een brutorendement van gemiddeld 3,1 % (vóór kosten) haalden. Niet minder dan één derde kon alleen de inleg van het kapitaal terugstorten. "Dat is niet verwonderlijk, gegeven de recente beursevolutie", legt Vandenbroucke uit. "Neem je het basisproduct dat bovenop de kapitaalbescherming een volging biedt in de stijging van een onderliggende index, dan rest er inderdaad 'enkel' kapitaalbehoud indien de index sinds de start niet is gestegen. Om tot dat resultaat te komen, legt het fonds bij de start een groot deel van de premies opzij om aan het einde van de rit de terugbetaling van het kapitaal te kunnen veiligstellen." Vandenbroucke: "Met het saldo worden een winstmarge gefinancierd en opties gekocht. In ons voorbeeld geven de opties recht op de volging in een beursstijging en vrijwaren ze de belegger van negatieve rendementen in geval van een beursdaling. Niemand kent de uiteindelijke opbrengst van dergelijke opties op voorhand. We kennen enkel de waarde ervan bij de start, en die is precies gelijk aan de rentes die de belegger derft op zijn belegging. Over eenzelfde looptijd zou hij zijn kapitaal immers vastrentend kunnen beleggen, maar hij kiest er door aankoop van het kapitaalbeschermd fonds voor om in het slechtste geval op zijn startkapitaal terug te vallen. In geval van een beursstijging kan hij substantieel beter doen dan het vastrentende alternatief. In geval van een beursdaling doet hij natuurlijk minder. Maar de schade van de financiële crisis zou groter zijn geweest als de Belgische beleggers massaal in aandelen waren gestapt in plaats van in beleggingsproducten met kapitaalbescherming!" (C) HET BOEK "KAPITAALBESCHERMDE BELEGGINGSPRODUCTEN IN MENSENTAAL UITGELEGD" IS UITGEGEVEN BIJ KLUWER (ISBN 978-90-4652-445-9). OP 20 APRIL START DE CURSUS 'BELEGGEN MET BEHOUD VAN KAPITAAL' IN NEDER-OVER-HEEMBEEK. INSCHRIJVINGEN: 015 45 34 30Door Eric Pompen