Managers en politici hebben altijd al opvallend veel belangstelling gekoesterd voor biografieën van Napoleon Bonaparte (1769-1821). Hoe groter hun ambitie, hoe hongeriger ze zijn naar details over leven, vernuft en strategie van de Corsicaanse militair die het tot Franse keizer schopte. Te oordelen naar de strakke, sobere en uitermate kritische biografie van de Britse historicus Paul Johnson, klinkt die excessieve interesse hoogst verdacht. In Napoleon (Van Halewyck, 192 blz, 19,55...

Managers en politici hebben altijd al opvallend veel belangstelling gekoesterd voor biografieën van Napoleon Bonaparte (1769-1821). Hoe groter hun ambitie, hoe hongeriger ze zijn naar details over leven, vernuft en strategie van de Corsicaanse militair die het tot Franse keizer schopte. Te oordelen naar de strakke, sobere en uitermate kritische biografie van de Britse historicus Paul Johnson, klinkt die excessieve interesse hoogst verdacht. In Napoleon (Van Halewyck, 192 blz, 19,55 euro) slaat Johnson secuur maar resoluut het romantische monument van de Franse dictator aan gruizelementen. Napoleon had helemaal geen langetermijnvisie, zijn kortstondige succes stoelde op de aaneenrijging van koelbloedig en wreedaardig opportunisme. Hij was oppermachtig in sluwe tactische zetten, maar miste strategisch inzicht om zijn overwinningen om te zetten in een coherent en stabiel systeem. Ter aanvulling: Napoleon in België (Lannoo, 264 blz., 22,50 euro), waar nu eens niet de slag van Waterloo naverteld wordt, maar de andere passages van de keizer in ons land. De vorig jaar overleden journalist Gustave Maison schreef het werk samen met de kunsthistorici Anne en Paul van Ypersele de Strihou. Zopas verscheen ook een biografie van die andere historische favoriet van menig manager en politicus: Niccolo Machiavelli (1469-1527). In De glimlach van Niccolo (Roularta Books, 317 blz., 25 euro) schetst politicoloog MaurizioViroli Machiavelli niet als de cynische icoon van de Europese politieke denkwereld, maar als mens van vlees en bloed. Voor de liefhebbers van geschiedenisboeken nog enkele tips, met op kop een trio dat de ontdekkingsreizen voor het voetlicht brengt. In 1421 (Ambo, 416 blz., 26,90 euro) tracht de Brit Gavin Menzies aan te tonen dat de Chinese vloot zo'n zeventig jaar voor Columbus Amerika had bereikt en zo'n honderd jaar voor Magelhaen de aarde rond was gevaren. Die vloot van Cheng Ho vinden we ook terug in de Atlas van de ontdekkingsreizen (Veltman, 256 blz., 19,95 euro), een fraai verzorgd educatief naslagwerk voor wie snel de essentie wil terugvinden. In Van mensen en wereldrijken (Bezige Bij, 239 blz., 18,50 euro) vertelt Anthony Pagden veeleer analytisch maar daarom niet minder boeiend over het ontstaan van de Europese rijken - van Alexander de Grote tot het verlies van de kolonies na de Tweede Wereldoorlog. Nog een buitenkans: twee klassiekers zijn nu in paperback heruitgebracht bij Olympus. Johan Huizinga beschrijft de teloorgang van de laat-middeleeuwse beschaving in Herfsttij der Middeleeuwen (534 blz., 15 euro) en Georges Duby schetst een portret van de middeleeuwse maatschappij in De kathedralenbouwers (359 blz., 15 euro). Luc De Decker [{ssquf}]