Vlak voor Kerstmis 1966 keerde Gerrit Komrij (1944) terug naar Amsterdam, er geen benul van hebbende wat te doen met zijn leven, berooid, in zijn enige, tot op de draad versleten broek. Anderhalf jaar eerder was hij naar Kreta vertrokken met een vijf jaar oudere vriendin, 3000 gulden in de portefeuille. Maar de vriendin had de homoseksuele Gerrit al gauw ingeruild voor een rijke Griek. Toen Komrij platzak was, vond hij een onderkomen bij een Nederlandse vriend op het eiland, maar ook die relati...

Vlak voor Kerstmis 1966 keerde Gerrit Komrij (1944) terug naar Amsterdam, er geen benul van hebbende wat te doen met zijn leven, berooid, in zijn enige, tot op de draad versleten broek. Anderhalf jaar eerder was hij naar Kreta vertrokken met een vijf jaar oudere vriendin, 3000 gulden in de portefeuille. Maar de vriendin had de homoseksuele Gerrit al gauw ingeruild voor een rijke Griek. Toen Komrij platzak was, vond hij een onderkomen bij een Nederlandse vriend op het eiland, maar ook die relatie liep slecht af. De verbitterde vriend nam wraak met een brief naar Komrijs ouders, waarin hij de seksuele voorkeur van zoonlief verraadde, maar Komrij viste die boodschap van de deurmat. Kort daarop vertelde hij het zelf. Hoe ging dat op het Nederlandse platteland anno 1967? Vader nam hem verbijsterd mee naar de huisarts, "die niets abnormaals kon ontdekken". Na die dag hebben zijn ouders er geen woord meer aan vuilgemaakt. Van dergelijke anekdoten gonst het in Het fabeldier dat Komrijheet (Bezige Bij, 288 blz., 27,50 euro), een wat vlugge biografie die Onno Blom schreef over de auteur die zestig werd op 30 maart 2004. Naar aanleiding van zijn verjaardag loopt er een tentoonstelling in het LetterkundigMuseum in Den Haag, waarbij dit boek als een veredelde catalogus fungeert, al is het ook zonder de expo perfect genietbaar. De lezer krijgt meer inzicht in hetfenomeen Komrij, al wijst de titel al aan dat Komrij houdt van het spel tussen verdichting en waarheid. Hij ontmaskert graag anderen, maar jongleert ook zelf driftig met maskers. Komrij laat zich lang niet altijd betrappen op een eenvoudige waarheid. Zijn zestigste verjaardag wordt ook begeleid door een heruitgave van Verwoest Arcadië (Bezige Bij, 288 blz., 21,50 euro) uit 1980, waarin Komrij zijn jeugd reconstrueerde, zij het alweer niet zonder maskers en verdraaiingen. Tegelijk verscheen het imposante Alle gedichten tot gisteren (Bezige Bij, 736 blz., 35 euro), een nieuwe editie van zijn verzamelde poëzie, aangevuld met 200 nieuwe gedichten. En dan is er nog de nieuwe roman Hercules (Bezige Bij, 143 blz., 19,50 euro). Structuur en concept van de roman vormen een hoogstandje. Komrij volgt zowat de twaalf verbazingwekkende werken van de Griekse mythische held Hercules, maar transponeert ze naar een hedendaagse mens, die vooral debacles oogst in plaats van heldendaden. Gelukkig is er nog altijd de maskerade, waarmee de mens zijn daden een draai kan geven. Het opzet klinkt indrukwekkender dan de wat magere roman uiteindelijk biedt, maar de stijl van Komrij maakt nog altijd veel goed. Luc De Decker