" Gerard Walschap heeft mij leren twijfelen," biechtte zanger-beeldhouwer Willem Vermandere op in een interview met Wereldwijd Magazine. De auteur van romans als Houtekiet (1939), Ons geluk (1946) en Zuster Virgilia (1951) zou zo'n bekentenis ongetwijfeld als het grootst mogelijke eerbetoon opgevat hebben. Die uitspraak zegt ons evenwel meer over de maatschappelijke rode draad doorheen zijn boeken dan over de literaire...

" Gerard Walschap heeft mij leren twijfelen," biechtte zanger-beeldhouwer Willem Vermandere op in een interview met Wereldwijd Magazine. De auteur van romans als Houtekiet (1939), Ons geluk (1946) en Zuster Virgilia (1951) zou zo'n bekentenis ongetwijfeld als het grootst mogelijke eerbetoon opgevat hebben. Die uitspraak zegt ons evenwel meer over de maatschappelijke rode draad doorheen zijn boeken dan over de literaire erkenning ervan. Terwijl zijn werk het al decennialang aartsmoeilijk heeft om nog lezers aan te trekken, is zijn symboolwaarde steeds toegenomen. Het oeuvre wiebelt, maar de icoon staat ook postuum pal overeind. Walschap (1898-1989) is de personificatie van het wegdeemsteren van de kerkelijke macht in Vlaanderen. De vrome rurale regio mat zich het scepticisme van de kritische urbane gemeenschap aan. Voor Walschap zelf begon het met een priesteropleiding die niet beëindigd werd. Zelf afgebroken volgens de ene bron, weggestuurd volgens recente studies. Vooral het celibaat leek Walschap niet te bekoren. Al gauw verzette hij zich ook tegen het instituut kerk, dat hij hypocrisie en machtsgeilheid verweet. Allengs verloor hij zijn geloof. Die evolutie is niet alleen weer te vinden in zijn romans, ze werd ook op het publieke forum uitgevochten. Dat Walschap zich nog een tijdlang vrij mild opstelde, heeft ook meer te maken met de dreiging dat de kerkelijke machthebbers de auteur konden broodroven. Later gutste de aversie met des te meer hardnekkigheid uit zijn pen. Die strijd konden we ook al volgen in de in 1998 gepubliceerde bundel Brieven 1921-1950. Nu verschenen tegelijkertijd Brieven 1951-1965 en Brieven 1966-1989, in totaal bijna 2000 bladzijden bekentenissen, verzuchtingen en anekdoten. Onvermijdelijk is dat te veel, zoals een symfonie met te veel matte passages. Maar als die symfonie gekortwiekt wordt tot een bloemlezing, gaan te veel betekenissen en verwijzingen verloren. In deze lange periode valt Walschap de literaire eer te beurt die hij steeds heeft nagejaagd. Stilaan raakt hij echter de draad met de nieuwe literaire stromingen kwijt en moet hij ook beseffen dat zijn klassieke vertelopvattingen voorbijgestreefd lijken. Ideologisch verloopt het spel van erkenning en afstoting complexer: na uitgespuwd te zijn door kerk en conservatieven, wordt hij later evengoed uitgejouwd door progressieven en vrijzinnigen. Pas laat in zijn leven openen de vrijmetselaars dan toch breeduit hun armen, maar op dat ogenblik gaat Walschap niet meer in op de avances van de loge.Luc De Decker [{ssquf}]Gerard Walschap, Brieven 1951-1965 & Brieven 1966-1989. Nijgh & Van Ditmar, 1027 & 899 blz., 69,90 euro.