In veel westerse landen met een protestantse traditie is geld verdienen geen verwerpelijke bezigheid. Integendeel, in de Angelsaksische cultuur staat rijk zijn gelijk met succesvol zijn. Europese landen die eeuwenlang vooral katholiek waren, hebben een andere visie op geld. Rijkdom wordt gewantrouwd en in sommige landen heeft men er meestal een afkeer van. Tot vandaag.
...

In veel westerse landen met een protestantse traditie is geld verdienen geen verwerpelijke bezigheid. Integendeel, in de Angelsaksische cultuur staat rijk zijn gelijk met succesvol zijn. Europese landen die eeuwenlang vooral katholiek waren, hebben een andere visie op geld. Rijkdom wordt gewantrouwd en in sommige landen heeft men er meestal een afkeer van. Tot vandaag. Bijvoorbeeld in Frankrijk. Een rijkentaks en vermogensbelasting zijn daar geen probleem. Wie er niet mee akkoord gaat, moet maar verhuizen. Succesvolle zakenlui worden in Frankrijk gewantrouwd. Hetzelfde met politici voor wie geld verdienen een doel op zich lijkt. En dat laatste is een slechte zaak, want op die manier raakt de hele samenleving doordrongen van geldzucht. Tenminste, dat is de teneur van het boek La Caste Cannibale. De twee auteurs zijn geen extreem-linkse militanten. Sophie Coignard en Romain Gubert zijn journalisten van het degelijke Franse weekblad Le Point. In hun boek nemen ze de captains of industry, bankiers, maar ook hebzuchtige politici onder vuur. Al deze figuren hebben volgens de auteurs de samenleving vormgegeven op zo'n manier dat "die samenleving gecontroleerd wordt door de almacht van de markt. En zij die deze kapitalistische visie als universele waarheid verkondigen, zijn ook de verantwoordelijken van de financiële crisis." Wie maakt deel uit van die 'kaste' zoals de auteurs het noemen? Het topmanagement van zakenbanken, bijvoorbeeld. Ze geven het voorbeeld van Carlos Ghosn, de topman van Renault-Nissan. Maar vooral de voormalige Franse president Nicolas Sarkozy krijgt veel aandacht. En ze halen een citaat van Sarkozy van onder het stof. Die zou voor zijn verkiezing in 2007 verklaard hebben dat hij voor vijf jaar president zou zijn en "daarna ga ik geld verdienen. Door lezingen te geven, zoals Bill Clinton". Volgens Coignard en Gubert zijn zulke politici gevaarlijk omdat ze een maatschappijvisie opleggen die alleen de belangen van een kleine groep dient. Ze stellen in die kringen nog veel hypocrisie vast. Sarkozy had aanvankelijk enorm veel kritiek op de financiële instellingen die volgens hem de oorzaak waren van de financiële crisis en de grootste economische neergang sinds de Tweede Wereldoorlog. Hij schoot met scherp op de belastingparadijzen en het bankgeheim. Nu is de voormalige president een goed betaalde gastspreker op diners van pakweg Goldman Sachs. De auteurs beweren dat een machtige elite een wettelijk en economisch kader creëert waarbij het voor hen gemakkelijk is nog meer geld te verdienen. Die theorie overtuigt niet, evenmin als de bewering dat invloedrijke politieke en economische figuren doordrongen zijn van de zogenaamde neoliberale ideeën die de Chicago School heeft gepropageerd. Wie het boek leest, merkt dat de auteurs te intelligent zijn om in primair complotdenken te vervallen, maar soms krijgt de lezer de indruk dat er ergens een financiële wereldregering is die vanuit pakweg Davos alles regelt. Dat het liberale economische denken na vijf jaar crisis in de westerse wereld nog dominant is, klopt. Maar het is een politiek-economische pseudoanalyse te beweren dat de wereldeconomie bewust gestuurd wordt door een kleine kapitaalkrachtige elite. Sophie Coignard en Romain Gubert, La Caste cannibale. Quand le capitalisme devient fou, Albin Michel, 2014, 323 blz., 20 euro ALAIN MOUTON