Wereldwijd dalen de belastingen. In de landen die deel uitmaken van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) daalde het gemiddelde tarief van de vennootschapsbelasting van 41% in 1986 naar 35% vorig jaar. In de personenbelasting daalde het hoogste tarief van gemiddeld 67% in 1980 naar 47% in 2000. Tegelijk zette zich een trend door van lagere belastingen op kapitaal.
...

Wereldwijd dalen de belastingen. In de landen die deel uitmaken van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) daalde het gemiddelde tarief van de vennootschapsbelasting van 41% in 1986 naar 35% vorig jaar. In de personenbelasting daalde het hoogste tarief van gemiddeld 67% in 1980 naar 47% in 2000. Tegelijk zette zich een trend door van lagere belastingen op kapitaal. De motor achter de belastingverlagingen is de globaler wordende economie. De internationale belastingcompetitie neemt toe naarmate de mobiliteit van arbeid en kapitaal toeneemt. Want net zoals consumenten speuren naar de beste prijzen, zoeken ondernemingen én arbeidskrachten het voor hen aantrekkelijkste economische klimaat op. "Om erosie van de belastbare basis te voorkomen, moeten landen de belastingdruk verlagen," is de conclusie van een recente studie van het Amerikaanse Cato Institute. Niet iedereen heeft het begrepen op toenemende belastingconcurrentie, uit vrees dat de rivaliteit leidt tot een race-to-the-bottom. Overheden hebben vaak de reflex elkaar te beschermen via systemen van belastingharmonisatie - of noem het kartelafspraken. "Eerder uit politieke dan economische motieven," schrijven de auteurs van de Cato-studie. Want de theorie wil dat belastingcompetitie de welvaart van de maatschappij ten goede komt. De onderliggende redenering is dat de overheden het belastingniveau moeten opleggen dat de lokale burgers bereid zijn te dragen. Wil de lokale bevolking bijvoorbeeld goede scholen en een goede gezondheidszorg, dan is die bevolking bereid hogere belastingen te betalen. België - dat in een globale economie op het lokale niveau zit - is eindelijk ook op de kar van de belastingverlagingen gesprongen, getuige de hervorming van de vennootschapsbelasting en de lichte daling van de personenbelasting. Maar de lastenverlaging op federaal niveau wordt steeds vaker tenietgedaan door hogere belastingen op gemeentelijk niveau.Neem het voorbeeld van de stad Gent. De Gentse gemeenteraad keurde afgelopen maandag een nieuw belastingreglement goed dat de Gentse ondernemingen doet opdraaien voor het overgrote deel van het begrotingstekort van 23,8 miljoen euro. Voor de grotere in Gent gevestigde bedrijven zoals Sidmar, Volvo en Honda dreigt de slotsom van de belastinghervormingen op federaal en lokaal niveau bitter te smaken. De ene Gentse coalitiepartner ( VLD) wil immers de opcentiemen op de personenbelasting niet optrekken, terwijl de andere ( SP.A) niet wil horen van besparingen. De stad Gent verkiest dus de bedrijven meer te belasten, wat in een context van een globale economie tegendraads is. Ofwel zijn de Gentenaars hun bedrijven liever kwijt dan rijk, ofwel ontwricht het federale beleid de beleidsopties van de steden en gemeenten door lasten door te schuiven naar het lokale niveau.D.K. [{ssquf}]International Tax Competition, A 21st-Century Restraint on Government, Chris Ewards en Veronique de Rugy, Cato Institute, april 2002.