Vlaamse sigarenmakers gebruiken geen Belgische tabak. "Die is te zwaar van smaak en structuur. Hij past niet in de trend, die lichtere sigaren vraagt," zegt voorzitter Guido Vandermarliere van de sigarensectie bij Fedetab, de federatie van Belgische tabaksfabrikanten. Van het anderhalf miljoen kilogram hier geteelde tabak - waarvan 98% in de driehoek tussen Kortrijk, Roeselare en Poperinge en een fractie in de Semoisstreek,...

Vlaamse sigarenmakers gebruiken geen Belgische tabak. "Die is te zwaar van smaak en structuur. Hij past niet in de trend, die lichtere sigaren vraagt," zegt voorzitter Guido Vandermarliere van de sigarensectie bij Fedetab, de federatie van Belgische tabaksfabrikanten. Van het anderhalf miljoen kilogram hier geteelde tabak - waarvan 98% in de driehoek tussen Kortrijk, Roeselare en Poperinge en een fractie in de Semoisstreek, Appelterre of Vloesbeek - passeert de helft bij de eerste verwerkers, die de tabak snijden en als halffabrikaten doorverkopen voor rol- en snuiftabakmengsels. De andere 50% wordt doorverkocht aan British American Tobacco (BAT), dat Belgische tabak verwerkt in zijn Ajja 17-, Barclay- of Lucky Strike-sigaretten. Maar de quota, maximaal 1,9 miljoen kilo per jaar, zijn al sinds de vroege jaren '80 niet meer gehaald. "Het aantal planters is in de jongste tien jaar gehalveerd tot 250," zegt secretaris Johan Ollevier van het Tabakssyndicaat, de vereniging van landbouwers die hun hoofdinkomen halen uit de arbeids- en kostenintensieve tabaksteelt. "De hobbyplanters zijn gestopt, de anderen boeren voort omdat tabak verbouwen de inkomsten stabiel houdt en omdat het rendement per hectare hoog ligt: zo'n 3700 kilogram, te koop tegen gemiddeld 150 frank per kilo." De 250 familiebedrijfjes hebben een 500-tal mensen op de loonlijst staan. Van hun gezamenlijke omzet - ruim 225 miljoen frank - putten ze twee derde uit de Europese subsidiepot. De commerciële waarde van een kilogram ruwe tabak bedraagt nog amper 40 frank. Sigarenfabrikanten shoppen in het buitenland. Het dekblad, dat de smaak bepaalt, bestaat uit Indonesische, Cubaanse of Zuid-Amerikaanse tabak. De meeste grondstoffen voor omblad en binnengoed worden ingevoerd uit Java, de Filippijnen, Brazilië, Ecuador, Cuba, de Dominicaanse Republiek en het Amerikaanse Connecticut. De producenten maken er een eigen mengsel van. De kunst? Het mengsel altijd dezelfde smaak meegeven. Want, zegt managing director Erik Verellen van de gelijknamige Kempense tabaksfabrikant: "Tabak is als wijn, omdat de smaak van het product sterk afhankelijk is van de plantage. Alleen wordt wijn met een bepaald jaar geassocieerd. Een sigarenmerk moet altijd hetzelfde smaken, je moet dus corrigeren door aan het mengsel te sleutelen." FRANK DEMETS