De crisis is nochtans geen verrassing. We moeten het koersverloop van Griekse staatsleningen van de voorbije jaren maar bekijken om in te zien dat het probleem een jaar geleden al de markten verontrustte. In januari 2009 doken de noteringen soms onder het peil dat ze vandaag halen. De inzinking was echter van korte duur. Toen al waren de Griekse staatsfinanciën er slecht aan toe. Maar op dat moment waren de zorgen over het bankwezen groter. Men twijfelde over de capaciteit van Griekenland om dat probleem het hoofd te bieden, precies omdat de staatskas toen al leeg was.
...

De crisis is nochtans geen verrassing. We moeten het koersverloop van Griekse staatsleningen van de voorbije jaren maar bekijken om in te zien dat het probleem een jaar geleden al de markten verontrustte. In januari 2009 doken de noteringen soms onder het peil dat ze vandaag halen. De inzinking was echter van korte duur. Toen al waren de Griekse staatsfinanciën er slecht aan toe. Maar op dat moment waren de zorgen over het bankwezen groter. Men twijfelde over de capaciteit van Griekenland om dat probleem het hoofd te bieden, precies omdat de staatskas toen al leeg was. Het herstel dat van februari 2009 tot september van dat jaar plaatsvond, was te danken aan een gezamenlijk optreden van de lidstaten, meer bepaald aan de kordate tussenkomst van de Europese Centrale Bank (ECB). Vandaag is de toestand helemaal anders. En de houding van de ECB vergemakkelijkt de situatie niet. Griekenland moet tegen het einde van de maand 12 miljard euro ophalen. Slaagt het land daar niet in, dan komen de Europese Unie en de euro ernstig in gevaar. Investeerders zullen dan immers het bewijs hebben dat er geen samenwerking bestaat tussen de lidstaten. De politici menen dat ze nog enkele weken de tijd hebben om een doeltreffende oplossing te vinden, maar vergeten dat de markt sneller beweegt. Een lening uitbrengen bijvoorbeeld, kost een emittent minstens twee dagen. Binnen die tijdspanne moeten de voorwaarden duidelijk bepaald worden, zodat iedereen weet wat de lening inhoudt en de plaatsing ervan vlot verloopt. Het is dus van fundamenteel belang dat de Commissie, de ECB en alle lidstaten duidelijk hun tegemoetkomingen definiëren. Alleen op die manier kan de Griekse overheid enige invloed op de markten uitoefenen. De afwachtende houding die de Europese instanties vandaag aannemen, is tot mislukken gedoemd. Want als Griekenland faalt, zullen andere noodlijdende lidstaten, zoals Portugal, Ierland, Spanje, Italië en België, onherroepelijk volgen. Concrete bedragen moeten zo snel mogelijk gepubliceerd worden. Investeerders moeten een beeld krijgen van de omvang van het vangnet dat de Unie voorbereidt. De halsstarrige houding van Duitsland bemoeilijkt de zaken. Er kan geen sprake van zijn dat een land zou instaan voor de tekortkomingen van een ander land. Maar eisen dat Griekenland markttarieven moet aanvaarden, is evenmin een oplossing. Als de Unie niet in staat is om zelf geld op te halen en door te geven, moeten sommige lidstaten dat overnemen. Duitsland kan zonder probleem een lening uitgeven ten voordele van Griekenland zonder dat het daarvoor opdraait. Duitsland leent eigenlijk zijn naam, meer niet. Dat gebeurt nu al met tal van emittenten. Zo'n ruil maakt deel uit van swapovereenkomsten. Het zou Griekenland het voordeel bieden tegen aantrekkelijke tarieven te kunnen lenen. Het overeengekomen vangnet dient dan als waarborg. De euro en de Unie staan op het spel. Verbale ondersteuning volstaat niet meer. De Europese leiders mogen niet langer talmen, anders zullen de lidstaten niet alleen de ontmanteling van de Unie meemaken, maar ook de instorting van hun markten. Het prille herstel zal dan voorgoed verleden tijd zijn. (C) Door Jean-Pierre Avermaete