De auteur is columnist van de Corriere della Sera.
...

De auteur is columnist van de Corriere della Sera.Italië wordt ouder, maar niet wijzer. Zoals steeds, weet de individuele burger wel hoe hij de toekomst moet aanpakken, het land in zijn geheel weet dat niet. Alles - de regering van Silvio Berlusconi, de nakende regionale verkiezingen, de verwachte economische luwte - verzinkt in het niets bij de moeilijkheden om de toekomst te plannen. De huidige bevolking van Italië is vergelijkbaar met die van Groot-Brittannië, maar de dynamiek is totaal verschillend. De Italiaanse bevolking zal spoedig krimpen. De Verenigde Naties voorspelt dat Groot-Brittannië in 2050 al 21 miljoen méér inwoners telt dan Italië. Tussen 2005 en 2050 zal de terugval van de bevolking in Italië het scherpst zijn van alle grote EU-landen: een daling van 22 %, vergeleken bij 9 % voor Spanje en 4 % voor Duitsland (Frankrijk en Groot-Brittannië zullen in dezelfde periode een bevolkingsgroei kennen van respectievelijk 6 % en 11 %). Immigratie zou een oplossing kunnen vormen. Italië ligt vlakbij Afrika, de Balkan en het Midden-Oosten - de ontsnappingsroutes van de arme wereld. Ondanks een strengere wet op de immigratie, bleven in 2004 bootladingen radeloze mensen toekomen in Zuid-Italië en dat wordt in 2005 niet anders. Volgens het World Economic Forum is Italië in het klassement van de concurrentiekracht teruggezakt naar de 47ste plaats. De uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling staan op een laag pitje. De Italianen die voor een wetenschappelijke carrière kiezen, zijn schaars (5,7 promille, het EU-gemiddelde bedraagt 11,9). Er zullen nog meer jonge wetenschappers het land verlaten om uiteenlopende redenen - van academisch nepotisme tot de belabberde beloning. Onzekerheid en angst voor de toekomst hebben een aantal van de beste Italiaanse kapitalisten ertoe gebracht om hun geld in banken, vastgoed, telefoonmaatschappijen, autosnelwegen en luchthavens te steken - allemaal zaken die grotendeels afgeschermd worden van de internationale concurrentie. De meeste onder hen hebben leren leven met de belangenconflicten van de eerste minister. In 2005 zal daarover niet veel gedebatteerd worden, maar elke speler beseft dat de scheidrechter ook kan meespelen als hij dat wil. Volgend jaar zal de openbare televisiemaatschappij RAI deels geprivatiseerd worden; digitale televisie via de ether zal voetbalmatchen van de Serie A uitzenden; voor de satellietzender van Rupert Murdoch ( Sky Italia) wordt het een jaar van erop of eronder. En in al die zaken heeft de eerste minister een vinger in de pap. Zelfs de KMO's, de economische ruggengraat van Italië, maken zich zorgen. Decennialang zorgden lage arbeidskosten, een grote vindingrijkheid en periodieke devaluaties van de lire ervoor dat de producten van het land over heel de wereld verkocht werden. Nu luidt ook daar het sleutelwoord delocalizzazione, de verschuiving van de productie naar het buitenland. Over de voorbije tien jaar gingen 345.000 jobs weg uit het land. Meer dan een derde van alle Italiaanse bedrijven fabriceert al in het buitenland: textiel en schoenen in Roemenië en India, keukenapparatuur in Slowakije en Oekraïne, airconditioners in China. Wellicht zullen de politici oproepen om productie te vestigen in Zuid-Italië, waar de werkloosheid hoger is dan in het noorden. Dat zal echter niet gebeuren. Het is niet alleen een kwestie van arbeidskosten of wetgeving, er is ook het gebrek aan infrastructuur - de autostrada tussen Napels en Reggio Calabria biedt alle uitdagingen van een rally. Dan hebben we het nog niet over de bureaucratische rompslomp en de inhalige lokale autoriteiten. Heel wat jonge, geschoolde zuiderlingen zijn niet bereid om dat te pikken en ze zullen, net als hun ongeschoolde ouders en grootouders, wegtrekken op zoek naar een baan in Milaan, Noord-Europa of de VS. De Italiaanse manier van leven - nu nog een kunstvorm - zal door al die problemen en veranderingen beïnvloed worden. In Italië is een nieuwe klasse van quasi poveri (bijna-armen) ontstaan: mensen wier loon niet voldoende is om de eindjes aaneen te knopen. Volgens het officiële statistiekbureau Istat leeft 10 % van de Italianen in armoede (op Sicilië 25 %). Nog eens 8 % van de bevolking zit landelijk net boven dat niveau. De enige besparingen in het verschiet, hebben te maken met de voorgenomen liberalisering van sommige beroepen (accountants, notarissen en apothekers). Uiteraard volstaat dat niet om een uitgeputte natie op te monteren. De Italianen zullen troost zoeken in gadgets (meer en betere mobiele telefoons), reclame, voetbal en televisie. "Carpe diem," schreef Horatius. Hij woonde toch ook in Rome? Beppe SevergniniDe Italiaanse manier van leven - nu nog een kunstvorm - zal door alle problemen en veranderingen beïnvloed worden.