TOEN BART DE WEVER (N-VA) twee maanden geleden aankondigde dat de woonbonus plaats moest maken voor een lagere belasting op de aankoop van een woning, kreeg hij applaus van economen. Door die lagere registratierechten zouden mensen dichter bij hun werk gaan wonen, of naar een kleinere woning verhuizen zodra de kinderen uit het huis zijn. De maatregel zou er dus voor zorgen dat ons vastgoedpatrimonium beter werd benut.

Die positieve effecten zijn naar de achtergrond verdreven. Met het aan elkaar knopen van de losse eindjes kwam de vaststelling dat er slechts budgettaire ruimte is voor een kleine verlaging van de registratierechten, die het verlies van de woonbonus bij het gros van de mensen niet volledig compenseert. Enkel voor de happy few die een of meer miljoenen kunnen neertellen voor hun villa, is het nieuwe systeem voordeliger.

Er doken nog schoonheidsfoutjes op. Sinds 2015 levert een hypothecaire lening voor een tweede verblijf of een opbrengsteigendom soms meer fiscale voordelen op dan een lening voor de eigen woning. Terwijl de fiscale voordelen voor de eigen woning verdwijnen, blijven de voordelen voor andere woningen bestaan, tot een nieuwe federale regering het euvel wegwerkt.

Minister-president Jan Jambon (N-VA) moest ook al bijsturen en beloven dat niemand tussen twee stoelen zou vallen omdat hij te laat is voor de woonbonus en te vroeg voor de lagere registratierechten. Nieuwbouwwoningen, die vaak energie-efficiënter zijn, vallen niet gewoon tussen twee stoelen, ze vallen zelfs helemaal uit de boot. De hervorming van de woonfiscaliteit is "een gemiste kans", zoals een van de vastgoedontwikkelaars het vorige week uitdrukte op Moneytalk.be. De regering is vergeten er een sociale en ecologische correctie in te weven.