E rnie Els begon als een komeet aan het seizoen 2003. In vier van de eerste vijf toernooien van het jaar walste hij over zijn tegenstanders heen. Maar vóór de Masters liep hij een polsblessure op tijdens een partijtje punching-ball. Waarna hij in geen enkele major nog een rol van betekenis speelde. 2004 moest dus het seizoen van de grote terugkeer worden, het jaar waarin Big Easy zijn eindeloze klasse opnieuw zou etaleren. Maar het lot bleef hem achtervolgen.
...

E rnie Els begon als een komeet aan het seizoen 2003. In vier van de eerste vijf toernooien van het jaar walste hij over zijn tegenstanders heen. Maar vóór de Masters liep hij een polsblessure op tijdens een partijtje punching-ball. Waarna hij in geen enkele major nog een rol van betekenis speelde. 2004 moest dus het seizoen van de grote terugkeer worden, het jaar waarin Big Easy zijn eindeloze klasse opnieuw zou etaleren. Maar het lot bleef hem achtervolgen. In april, tijdens de Masters op Augusta, werd hij tweede op één slag van Phil Mickelson, die afrondde in min negen. In juni, tijdens de US Open, werd hij negende met plus zeven, terwijl zijn Zuid-Afrikaanse landgenoot Retief Goosen won met min vier. In juli finishte hij in de British Open met min tien, gelijk met Todd Hamilton, waarna hij verloor in de play-off. In augustus speelde hij uit op min zeven, op één slag van de eerste drie, die naar de play-off mochten. Die werd gewonnen door Vijay Singh. "Drie keer, met uitzondering van de US Open, kwam ik heel dicht bij de overwinning," zucht Els. "Dat kwam telkens heel hard aan." Els is de speler die het best heeft gepresteerd als de klassementen van alle majors worden samengeteld. Toch won hij geen enkel toernooi. En kon hij dus geen derde titel toevoegen aan zijn lijstje, waarop voorlopig alleen de US Open van 1994 en 1997 en de British Open van 2002 staan. De derde speler van de wereld heeft het daar heel moeilijk mee. "Heel wat spelers dromen ervan zo'n seizoen af te werken als ik, maar ik heb dit nog altijd niet verteerd."In de Masters speelde Ernie Els uitstekend, maar werd hij heel nipt geklopt. In de US Open sloeg hij op zondag een tachtig, zijn slechtste score ooit in een major. In de British sloeg hij een birdie op de zestien en zeventien, maar miste hij een putt vanop drie meter op de achttien, waardoor hij alsnog de fatale play-off moest spelen. In de USPGA verkwistte hij zijn kansen om de play-off te spelen toen hij op de achttien drie keer moest putten. Els zegt dat hij zijn lotgevallen probeert te vergeten, maar dat het niet lukt. In 2000 werd hij al eens tweede in drie majors. Of er misschien een vloek op hem rust? "Misschien ben ik te gulzig geweest. En speelde ik niet ontspannen genoeg," analyseert hij zelf. "Ik moet koste wat het wil majors winnen, en ik wil begrijpen waarom het dit jaar niet gelukt is. Hoewel ik geregeld heel dicht bij de overwinning kwam. Dat bewijst trouwens dat helemaal niets verkeerd was met de manier waarop ik me op toernooien voorbereid."Ernie Els moet zich er misschien maar eens mee verzoenen dat iedere golfspeler, van om het even welk niveau, ooit eens door de hel moet. John Baete